filmjaar 2016

Op Scherp: Danny Boyle

‘Ik zal nooit een echte regisseur worden’

Evelien Kortum ,

Regisseur Danny Boyle kan zijn geluk niet op. Zijn nieuwste film Slumdog Millionaire wordt overladen met prijzen én is in de running voor tien Oscars. Na uiteenlopende genrefilms als het science fiction-drama Sunshine en de zombiefilm 28 Days Later zijn er nog genoeg uitdagingen. ‘Ik zou dolgraag een musical maken,’ verklaarde Boyle in een interview. In de rubriek Op Scherp een multimediaal portret van deze veelzijdige, Britse filmmaker.

De feiten
Geboren: 20 oktober 1956, Manchester, Engeland, Groot-Brittannië

Actief als: regisseur

Eerste film: de televisiefilm Scout (1987), doorbraak: Shallow Grave (1995)

Prijzen: Won in 1997 verschillende prijzen voor Trainspotting, waaronder een Schotse BAFTA en een Empire Award; werd verschillende keren genomineerd voor Shallow Grave en won voor deze film in 1995 tijdens de BAFTA's de Alexander Korda Award voor beste film; werd in 1996 verkozen tot beste Britse nieuwkomer bij de Londen Critics Circle Film Awards; werd in 2000 genomineerd voor een Gouden Beer in Berlijn voor The Beach; ontving in 2009 een Oscarnominatie, een BAFTA, DGA-Award en een Golden Globe voor beste regie voor Slumdog Millionaire.

Beste film
Shallow Grave is een intelligente, kleine film, waarin Boyle voor het eerst kan laten zien hoeveel hij als regisseur in zijn mars heeft. De thriller over drie sadistische huisgenoten is spannend, vlot gemonteerd maar bovenal verrassend. Bekender werd Boyle met Trainspotting, een rauwe, compromisloze film over een groepje Schotse vrienden dat uit elkaar valt door drugsgebruik. Met een klein budget (2 miljoen pond) wist Boyle een typisch Britse film te maken met lekker veel zwarte humor en een geheel eigen stijl. De opzwepende elektronische muziek, de nieuwe benadering van drugsverslaving en de originele sequenties als de afkickscѐne en de toiletscѐne, waren tekenend voor de cinema van de jaren ’90. Ook zien (voor de zombieliefhebber) 28 Days Later.

Slechtste film
Het Di Caprio-vehikel The Beach. Mooie Bounty- beelden en goedgebruinde six-packs kunnen niet verhullen dat The Beach een matige film is. Het scenario,waarin bar weinig gebeurt, is slecht uitgewerkt en bestaat vooral uit eendimensionale personages. De film doet denken aan een wat tamme versie van Lord of the Flies, met verschillende toespelingen naar Boyle’s lievelingsfilm Apocalypse Now. In vergelijking met Boyle’s eerdere films is The Beach vooral gelikt en weinig vernieuwend.

Handelsmerk
Boyle’s films gaan vaak over het proberen te bereiken van het onmogelijke of normale mensen in uitzonderlijke situaties. Personages in zijn films proberen de zon nieuw leven in te blazen, een zombie-apocalyps te overleven of krijgen ineens de beschikking over enorme hoeveelheden geld. Ontdekte verschillende jonge acteurs die later in mainstreamfilms opdoken, onder wie Christopher Eccleston, Peter Mullan, Robert Carlyle, Kelly Macdonald en natuurlijk Ewan McGregor, met wie hij drie keer samenwerkte. Refereert in bijna al zijn films wel een keer aan Schotland, onder andere via acteurs, personages of locaties. Maakt regelmatig gebruik van een zeer beweeglijke camera. De openingsscѐne komt meestal terug in het midden van zijn films. Gebruikt vaak elektronische muziek en werkte meerdere keren samen met John Murphy voor de soundtrackproductie.

Danny Boyle over Danny Boyle
'Ik ben streng katholiek opgevoed. Mijn moeder was een toegewijde, Ierse katholiek en wilde ongeveer tot mijn dertiende dat ik priester werd. Een van haar favoriete heiligen was Onze Vrouwe van Fatima. Dus ik ben van kinds af aan al omringd met geloof. Mijn moeder is in 1985 gestorven, maar ik heb Millions aan haar en mijn vader opgedragen.'
(Christianity Today, 2005)

‘Ik wil niet dat iedereen in de crew simpelweg zijn eigen deeltje werk levert. Ik wil dat ze voelen dat ze bij de film horen en dat we er samen aan werken. Ik behandel ze als mini-regisseurs. Ik wil dat ze zeggen wat ze denken en hun mening geven over hoe de dingen gaan. En zo werk ik ook met de cast.'
(Moviesonline, 2007)

'Ik ben een science fiction-fan. Maar ik ben geen Star Wars nerd. Ik houd van het grotere werk, het NASA-gebeuren. Maar ik dacht nooit: "Ik moet per se een science fiction film maken."'
(The Guardian, 2007)

'Ik probeer al mijn films op dezelfde manier te maken. Ik probeer duizelingwekkend en levendig entertainment te maken. Of je daarin slaagt of niet is bepaalt het publiek.'
(BBC, 2005)

'Toen ik nog klein was, besloot mijn vader naar een betere buurt te verhuizen. Dat was omdat hij ons meer toekomstperspectief wou geven. Mijn vader maakte deel uit van de arbeidersklasse. Het is een grote man die heel zijn leven met zijn spierkracht gewerkt heeft. Hij werkte in een energiecentrale. Maar hij was slim en hij wilde er zeker van zijn dat ik hem niet achterna ging. Dat gaf mijn zussen en mij de kans om uit het patroon te breken, waar al mijn oude schoolvrienden in bleven. Zij zitten nog steeds in Manchester en hebben een niet al te interessante baan.' 
(Salon, 2004)

Over het terugkerende thema in zijn films van mensen die uitzonderlijke dingen bereiken: 'Ik heb een hele arme achtergrond. Geen slechte, maar een arme. Ik kom uit een heel normaal arbeidersgezin in Manchester. De wereld waarin ik nu leef is niet te vergelijken met de wereld waar ik vandaan kom. En het is ongelooflijk dat ik hier ben. Dus ik denk dat dat ermee te maken heeft. Waarom veel van mijn films dat patroon volgen.'
(UGO, 2002)

'Probeer altijd de extremen te accentueren als je kan. Daarom is Trainspotting een extreme film. Het kon een neutralere, ietwat saaiere film zijn. Maar wij hebben een risico genomen door het extreem grappig en extreem verontrustend te maken. Het is riskant, maar daar houd ik wel van.'
(Eye for Film, 2007)

‘Ik zal nooit een echte regisseur worden.’
(The Guardian, 2009)