nieuwe site?

Op Scherp: Pierre Bokma

'Ik neem mijn beslissingen intuïtief'

Fabian Melchers ,

Een van de fijnste Nederlandse acteurs is Pierre Bokma. In ruim 25 jaar tijd heeft hij uiteenlopende rollen gespeeld, op toneel en in film. Zijn meest recente film is Happy end, het slotstuk van de trilogie van Frans Weisz. Daarin speelt hij de rol van Nico voor de derde keer in 20 jaar. Een portret van de acteur.

De feiten
Geboren op 20 december 1955

Actief als: acteur

Prijzen: Won het Gouden Kalf voor Leedvermaak ( 1989) en werd genomineerd voor Qui Vive (2001); in 2003 kreeg hij op het Nederlands Film Festival de juryprijs samen met Peter Blok, Gijs Scholten van Aschat en Jaap Spijkers voor Cloaca; hij kreeg in 2006 een Emmy voor zijn rol in de televisiefilm De uitverkorene.
 
Beste film
Hier is geen eenduidig antwoord op te bedenken. Eigenlijk overtuigt Bokma in iedere grote rol die hij heeft gespeeld. Als geroutineerde journalist in Interview (2003), strenggelovige IT-tycoon in De uitverkorene (2006), sukkelige ambtenaar in Cloaca (2003), gemene burgemeester in Minoes (2001); het zijn stuk voor stuk fantastische rollen.
 
Slechtste film
Nogmaals, Pierre Bokma heeft op het witte doek nog nooit een slechte rol gespeeld, maar als we dan toch iets moeten noemen, dan maar Moordwijven. Gewoon een slechte film, maar niet door de kleine rol van Bokma.
 
Handelsmerk
Bokma maakt vooral indruk met het spelen van diep gefrustreerde personages. Op een subtiele manier kan hij onderhuidse gevoelens zichtbaar maken, zonder dat zijn personage zich te veel weggeeft. Denk hierbij aan zijn rollen in Cloaca (een makke ambtenaar die eigenlijk kookt van woede) of de trilogie van Frans Weisz (een middelbare man die eigenlijk iets heel anders met zijn leven had gewild dan dokter zijn). Maar ook in uitbundige rollen overtuigt hij. Neem de gezellige Jordanees in de nieuwe versie van de televisieserie ’t Schaep met de 5 poten, een rol waarmee een mindere acteur zeker uit de bocht was gevlogen.

Pierre Bokma over Pierre Bokma
‘Last van faalangst heb ik niet. Als alles steeds maar beter en beter moet, is er op een gegeven moment een punt waarop het niet meer beter kan. Na dat punt wacht alleen een diepe afgrond.’
(Algemeen Nijmeegs Studentenblad, 2008)
 
‘Ik heb soms het idee dat mensen de kracht niet meer hebben om tegen de verdrukking in films te maken die een hoge kwaliteit hebben. Dan gaan er maar wat minder mensen naar kijken! In Nederland is dat opvoedingsproces blijkbaar heel erg moeizaam.’
(NCRV-gids, 2004)
 
‘Wat ik vaak meemaak is een enorme aimabiliteit, ik word aan alle kanten in de watten gelegd. Dat is leuk en aardig, maar uiteindelijk denk ik: " Godverdomme, help nou toch gewoon, vertel me toch wat ik moet doen!". Veel regisseurs zien de crux van je worsteling niet; anderen hebben weinig of nooit met acteurs gewerkt op een manier die voor film vereist is. Ze denken dat een acteur iemand is met een tas, waarin alle verschillende stemmingen en grimassen zitten. Ze kleden je aan, zetten je op de set neer en zeggen: "Dit is start, dat is finish, ga je gang". Ze laten zich verblinden door je naam en faam. Volslagen onterecht. Pierre Bokma is hier dus het komt wel goed. Het is weleens moeilijk om je daartegen te verzetten, want als het écht lastig wordt, ben je soms ontzettend dankbaar als iemand roept dat het geweldig was, terwijl je weet dat het niks is. Je wordt lui, want je hebt een excuus: "Het mocht niet over want de regisseur vond 't geweldig; kan ik er wat aan doen?".’
(Filmkrant , 1997)
 
‘Heel groot verdriet kun je niet zonder meer in je rol stoppen. Dat ziet er niet uit. Je eigen verdriet komt niet overeen met de timing van het stuk. Dan wordt het onlogisch. Maar je kunt dat verdriet sparen tot het moment waarop je het kwijt kunt. En dan kan er een aha-erlebnis ontstaan, die plotseling een nieuw licht op je personage werpt.’
(Parool, 2007)
 
‘Het is nog niet vaak gebeurd, maar er zijn een aantal rollen waar ik achteraf spijt van heb. Er zijn ook rollen die ik naderhand wel had willen aannemen. Toch blijf ik mijn beslissingen intuïtief nemen, dat bevalt me prima.’
( Algemeen Nijmeegs Studentenblad, 2008)