nieuwe site?

Cinefiele natte droom

7 Days in Havana van Laurent Cantet, Benicio Del Toro, Julio Medem, Gaspar Noé, Elia Suleiman, Juan Carlos Tabío en Pablo Trapero.

Gerhard Busch ,

Een episodenfilm gaat vaak in première op een prestigieus filmfestival, want het is de cinefiele natte droom. Van de producenten (‘kijk eens wie ik allemaal voor mijn karretje heb gespannen’) en van de festivaldirecteuren (‘kijk eens wie ik allemaal naar mijn festival heb weten te halen’). Het grote publiek heeft er meestal weinig aan, want een episodenfilm is in de regel een rommeltje.

Dat geldt helaas ook voor de Frans/Spaanse co-productie 7 Days in Havana, waarin zeven regisseurs telkens één dag voor hun rekening nemen. De lijst met makers is indrukwekkend, maar dat geldt niet voor het resultaat. 7 Days in Havana is een zielloos rommeltje, met onbenullige verhaallijntjes die zich ook in elke andere wereldstad hadden kunnen afspelen. En de filmpjes zijn van zeer wisselende kwaliteit.

Twee filmpjes springen er positief uit. Die van Elia Suleiman en Gaspar Noé. En niet toevallig zijn dat de enige twee makers die afweken van het oorspronkelijke plan dat iedere regisseur een verhaaltje uit het van te voren uitgedachte script van Leonardo Padura voor hun rekening zou nemen.

De andere moesten het doen met Padura’s clichématige verhaal over argeloze toeristen, zwoele zangeresjes en sexy travestieten. En hoe die elkaars leven in- en uitlopen. Cantet – met een documentair gefilmd verhaal over een oude moeke die Maria ziet – en Trapero – over een beroemde filmregisseur die naar het festival van Havana komt – weten daar nog het beste raad mee.

Het regiedebuut(je) van acteur Benicio del Toro, en de bijdragen van kitsch-regisseur Julio Medem en Juan Carlos Tabío, de enige Cubaan van het gezelschap, kunnen maar het beste overgeslagen worden. Wat ons weer brengt bij de bijdragen van Suleiman en Noé, die – heel begrijpelijk – niets konden met de voor hun door Padura uitgedachte verhaaltjes en hun eigen plan trokken.

De Palestijnse regisseur Elia Suleiman (The Time that Remains) maakte het meest politieke filmpje van de zeven. Hij speelt in zijn droogkomische ‘Diary of a Beginner’ zelf ES, die steeds de weg kwijtraakt in zijn hotel , en ook door de autoriteiten van het kastje naar de muur gestuurd wordt.

De Frans/Argentijnse regisseur Gaspar Noé, ooit verantwoordelijk voor het schandaalsucces Irréversible, leverde met ‘Ritual’ de spannendste bijdrage af. Hij filmde de duivelsuitdrijving van een jong, lesbisch meisje dat door haar ouders naar een toverdokter wordt gebracht. Zonder dialogen en met een indrukwekkende, hypnotiserende soundtrack.