filmjaar 2016

Duivel en ouwe moer

The Possession van Ole Bornedal

Jelle Schot ,

De duivelsuitdrijvingfilm: het is een van die subgenres die tot vermoeiens toe om de zoveel tijd de kop opsteekt, terwijl er zelden iets nieuws aan wordt toegevoegd. Zo was er dit jaar al het slaapverwekkende en knullige The Devil Inside. The Possession, van de Deense regisseur Ole Bornedal (Nightwatch), is niet veel beter.

The Possession is wel een van de betere films in zijn soort. Niks geen priesters en christelijke symboliek ditmaal, maar rabbijnen en Jiddische volksverhalen. En een demon die Pools fluistert, ook dat hadden we nog niet gezien. Maar daarmee is nog geen revolutie ontketend; verder blijft The Possession formulewerk.

Bron van het kwaad is ditmaal een zogeheten dibbuk-kist, die volgens Joodse folklore een dolende geest (dibbuk) in zich huist. Het antieke houten kistje belandt via een rommelmarkt bij de elfjarige Em , die er al snel compleet door geobsedeerd raakt. Als haar ouders, wier stukgelopen huwelijk het menselijke hart van de film vormt, de kist van haar proberen af te pakken, gaat ze compleet door het lint. Meer en meer wordt haar pure ziel in beslag genomen door de dibbuk.

Als portret van een ineengestorte familie is The Possession nog het meest geslaagd. Met name vader Clyde ( Jeffrey Dean Morgan), de archetypische gescheiden man die zijn kinderen in het weekend steevast pizza voert, is een geloofwaardige held. Maar zodra de film angstaanjagend dient te worden gaat het mis.

Mottenzwermen, uitvallende gebitten, gezichten die door glas worden gefilmd zodat ze er vervormd uitzien: slechts weinig van de effecten en trucjes die regisseur Bornedal inzet doen je ook maar enigszins huiveren.

Wat ontbreekt is zorgvuldig opgebouwde spanning. Al vanaf de eerste minuut — in een onbedoeld komische openingsscène zien we hoe een oud vrouwtje door de onzichtbare dibbuk als een flipperkastbal door de kamer wordt geslingerd — weten we dat er een onmetelijk kwaad in de kist zit opgesloten.

Vanaf dat moment is het kijken naar een continue herhaling van zetten: aanzwellende violen, slap schrikmoment en weer even rust. Tot de eveneens onbedoeld komische duivelsuitdrijving aan toe, onder leiding van een door de Chassidische reggae- artiest Matisyahu gespeelde rabbijnszoon.