filmjaar 2016

Gedreven vrouw

Violeta (Went To Heaven) van Andrés Wood

Sven Gerrets ,

Het leven van de Chileense Violeta Parra – zangeres, kunstenares, moeder – was tumultueus. De vele hoogte- en dieptepunten die het kende werden veelal getriggerd door haar eigen creatieve geest, manische karakter en haperende instincten. Regisseur Andrés Wood neemt dit alles als dankbare basis voor een fraai gefilmde, impressionistische biopic. Vol prachtige Chileense folkmuziek.

Wood vertelt geen lineair verhaal volgens de conventies, maar hanteert grove streken. Hij koppelt flarden uit Violeta’s bestaan via een associatieve montage aan elkaar en probeert zo haar essentie bloot te leggen. Een rode draad die door alles heen loopt, is het interview dat de zangeres gaf op de nationale televisie in 1962. Ze pareert daarin scherpe vragen met scherpere antwoorden, is grappig en laat haar kwetsbare kant zien. Vanuit dit interview flitsen we naar sleutelmomenten in haar leven, die tevens een mooi tijdsbeeld van Chili vormen.

Een drinkende vader die de dorpsjoker was, maar ook een geliefd onderwijzer en muzikant, is het beginpunt van haar carrière als artiest. Met zijn oude gitaar bezingt ze het armoedige bestaan. De eerste keer dat we dat daadwerkelijk horen is trouwens pas relatief laat. Na ruim twintig minuten zingt ze met galmende stem het eerste, prachtige lied. De film krijgt er direct een warme, haast magische sfeer door, die fijn contrasteert met de stijl van de beelden – stoffig en hard, gedrenkt in een beperkt kleurenpalet van beige-, bruin- en geeltinten .

Francisca Gavilán geeft de vele verschillende kanten van Violeta overtuigend vorm. En dat is niet bepaald een makkelijke opgave, aangezien de Chileense op zijn zachtst gezegd nogal complex in elkaar stak. Zo liet ze zonder al te veel schuldbetoon haar kinderen voor langere tijd in de steek om de wereld over te reizen voor haar kunst, en politiek – al wordt dat laatste in de film wat onderbelicht. Tegelijk was ze een gedreven vrouw, sociaal geëngageerd, vol liefde voor de mensen om haar heen. Liefde die in haar relatie met de Zwitserse fluitist Gilbert Favre juist weer omsloeg naar wanhopige jaloezie. Gavilán speelt het allemaal met een nonchalante intensiteit en creëert een zoekend personage dat je ondanks haar tekortkomingen gaat bewonderen.

Uiteraard zijn er tal van liedjes uit het oeuvre van Parra te horen. Het mooiste zit richting het einde – rauw vloekt ze een nummer en legt de krochten van haar ziel bloot terwijl een storm haar dromen aan flarden probeert te scheuren. Veel krachtiger kan een scène niet zijn.

De film is uiteindelijk wel aan de lange kant. Niet alle scènes zijn even interessant en de montage had compacter gemogen. Een enkel, maar niet onbelangrijk minpunt.