filmjaar 2016

Kritiekloos kijken naar Woody

Woody Allen: A Documentary van Robert B. Weide

Rick de Gier ,

Valt er nog iets nieuws te melden over Woody Allen? Zolang de inmiddels 76-jarige filmmaker actief blijft in principe wel natuurlijk. Maar in de loop der jaren zijn zoveel portretten, biografieën en documentaires verschenen, dat van het nieuwe filmportret Woody Allen: A Documentary logischerwijs niet veel opzienbarends valt te verwachten.

En inderdaad, de film blijkt weinig informatie te bevatten die niet ook op Wikipedia te vinden is. Een groot probleem is dat echter niet – Woody Allen: A Documentary draait minder om wát er verteld wordt dan door wie en hoe.

In de eerste plaats komt Allen veel zelf aan het woord (altijd een plezier), daarnaast veel directe medewerkers van het eerste uur, zoals zijn zus en producente Letty Aronson, schrijfpartner Marshall Brickman en actrice en goede vriendin Diane Keaton. Ook is er interessant commentaar van bewonderaars als regisseur Martin Scorsese en recensent Leonard Maltin, en zijn er soundbites van een hele rits sterren die in zijn films speelden ( Scarlett Johansson, Owen Wilson, Mira Sorvino, Sean Penn, etc.).

Afgezien van een toepasselijke jazzsoundtrack , heeft regisseur Robert B. Weide (Curb Your Enthusiasm) zich onthouden van opvallende regiekeuzes of een verrassende vertelvorm. De biografie begint netjes bij het begin: in Brooklyn, na de oorlog, waar Allen (dan nog Allan Stewart Konigsberg) als scholier al grappen schrijft voor de krant en diverse populaire komieken, vervolgens zelf – met grote tegenzin – het podium op stapt, de televisie- en filmwereld inrolt, en al snel, zonder enige Hollywoodbemoeienis, jaarlijks een nieuwe film uitbrengt. Die films worden chronologisch behandeld.

De conventionele vorm werkt prima; je krijgt onwillekeurig zin om de beste Allen-titels opnieuw te gaan bekijken, en de relativerende opmerkingen van de filmmaker zelf zijn geregeld een gniffel waard (‘Ik ben een aanhanger van de kwantiteitstheorie: als ik maar genoeg blijf maken, moet er vanzelf wel een keer iets goeds ontstaan’).

Wat goeddeels ontbreekt, zijn kritische noten en diepgaande analyse. Daarvoor zijn twee logische oorzaken aan te wijzen : Allens intensieve betrokkenheid – naast interviewfragmenten zijn er ook opnamen op de filmset en in de montagekamer – en het feit dat de documentaire een ingekorte versie is van een drie uur durende televisiespecial.

Die film van drie uur, die wil de echte fan natuurlijk zien. Deze zeer degelijke en onderhoudende bioscoopversie hoeft de minder veeleisende liefhebber echter niet teleur te stellen.