filmjaar 2016

Satirisch sprookje

The Garden van Martin Sulík

Ronald Rovers ,

Voor Jakub is de ommuurde tuin van zijn overleden grootvader misschien wel het nieuwe begin waar hij onbewust naar zocht. Vastgelopen in z’n werk en een verhouding die nergens heen gaat, verlaat hij de stadswoning van zijn vader en vult in de afgelegen boomgaard z’n dagen met simpele klusjes.

De Nederlandse distributeur Contact brengt behalve Martin Suliks nieuwe film Cigan gelukkig ook weer The Garden uit 1995 in de bioscopen, de film waarmee de Slovaak voor het eerst een groot publiek bereikte. Het verhaal over de heilzame werking van de serene buitentuin baseerde Sulik op Voltaire’s Candide, wat weer een satire was op de naïef-optimistische verkondiging van de Duitse filosoof Leibniz dat onze wereld de beste van alle mogelijke werelden is.

Tegen de achtergrond van de val van de Muur en Francis Fukuyama’s The End of History and the Last Man dat in 1992 verscheen, is The Garden in feite een bijtende satire op het geloof in de nieuwe wereld dat vijftien jaar later een minstens even naïef- optimistisch Verlichtingssprookje is gebleken.

Hier is het de onnozele Jakub die als een moderne Candide zijn geluk in de tuin hervindt. Sulik stopte The Garden opzettelijk vol met filosofische en religieuze verwijzingen, om de hutspot van quasi-wijsheden te benadrukken waarmee publicisten vaak hun theorieën illustreren. Het Griekse schoonheidsideaal verschijnt in de vorm van de ‘wonderlijke maagd’ Helena, wat natuurlijk ook weer naar de onbevlekte ontvangenis verwijst, die vervolgens ook weer terugkomt in de symboliek van het brood dat in de oven wordt geschoven. Wittgenstein strandt in de tuin dankzij een kapotte auto en komt letterlijk een open deur verkondigen door te beweren dat elke afgesloten kamer een open deur heeft, en dus elk probleem een oplossing . Weer dat naïeve optimisme. En dan is er die appelboom die niet één maar honderden appels laat vallen waarmee de twee protagonisten zich helemaal volvreten en zo de erfzonde failliet verklaren. Komisch is ook die vermoeid klinkende voice-over die elk van de twaalf hoofdstukjes inleidt door precies te zeggen wat er gaat gebeuren.

Maar de meeste indruk maken de eenvoudige beelden waarmee Sulik z’n satirische sprookje vertelt en de dromerige atmosfeer die de camera schept door voortdurend loom tussen de bomen door te glijden. Daardoor wordt het volstrekt logisch dat de wetten van tijd en ruimte hier niet gelden.