filmjaar 2016

Voor de liefhebber

Moonrise Kingdom van Wes Anderson

Rick de Gier ,

Zou Wes Anderson nog in staat zijn echt te verrassen met een nieuwe film? Na zeven producties lijkt het antwoord duidelijk: nee. Of dat erg is, is een andere vraag.

Zelfs toen de Amerikaanse regisseur na vijf speelfilms voor volwassenen (o.a . Rushmore en The Royal Tenenbaums) een animatiefilm naar een boek van Roald Dahl besloot te maken – Fantastic Mr. Fox uit 2009 – was die uit duizenden herkenbaar als typische Wes Anderson. Tjokvol droogkomische grappen, absurde wendingen, disfunctionele gezinnen en tot in detail vormgegeven decors dus.
 
Jawel, Anderson valt in herhaling, maar wat blijft het prettig vertoeven in zijn unieke universum. Bovendien bevatten de verhalen die hij verzint met schrijfmaten als Roman Coppola, Noah Baumbach en Owen Wilson steeds wel weer voldoende nieuwe vondsten en vertederende personages om te blijven boeien.
 
Neem de verliefde protagonisten uit Moonrise Kingdom. Sam, een eigenwijze twaalfjarige padvinder die van pleeggezin naar pleeggezin verhuist, en Suzy, een somber pubermeisje met zwart omrande ogen, dat wegdroomt bij Françoise Hardy en uit de bieb gestolen avonturenromans. De twee wonen anno 1965 op een klein eilandje aan de kust van de Amerikaanse staat New England, waar we onder meer ook een eenzame agent ( Bruce Willis), een goeiige hopman ( Edward Norton) en een geheimzinnige cartograaf ( Bob Balaban) leren kennen.
 
In interviews vertelde Anderson dat hij in Moonrise Kingdom de teder- en heftigheid van een eerste verliefdheid wilde vangen. Daarin is hij uitstekend geslaagd. De eerste ontmoeting van Sam en Suzy, de brieven die ze elkaar schrijven, de overtuiging waarmee ze samen van huis besluiten weg te lopen, de eerste zoenpartij (‘Je mag je hand wel op mijn borsten leggen,’ zegt Suzy. ‘Als het goed is worden ze nog wel wat groter.’) – ondanks de opzettelijk gekunstelde vertelwijze is het allemaal ontroerend geestig en herkenbaar.

Anderson heeft wel vaker moeite al zijn malle invallen te doseren, en de film vliegt daardoor in de tweede helft een beetje uit de bocht. Liefhebbers zal het weinig kunnen schelen, die kunnen zich ook dan blijven vergapen aan de gedetailleerde jaren-zestigdecors, de subtiele beeldgrapjes en het zichtbare plezier van de acteurs. Anderson-haters en - agnosten – tja, die zullen zich door Moonrise Kingdom vast niet op andere gedachten laten brengen.