Gelukkig. Het pad dat Amerikaanse regisseur David Gordon Green was ingeslagen met de flauwe komedies Your Highness en The Sitter, wordt voorlopig niet voortgezet. Met de minimalistische tragikomedie Prince Avalanche keert Green terug naar de dromerige stijl van eerder werk als All the Real Girls en Undertow.

Niet dat Prince Avalanche geheel vrij is van meligheid. Het gaat alleen om een subtielere vorm van meligheid. Centraal staan de zwagers Alvin ( Paul Rudd), nogal een stijve hark, en Lance ( Emile Hirsch), een luie vrijbuiter. Samen werken ze in de zomer van 1988 een paar maanden als wegwerkers in een eenzaam natuurgebied. Aanvankelijk brengen ze de tijd vooral zwijgend of kibbelend door, maar langzaam groeien ze iets dichter naar elkaar toe.

Minstens zo'n grote rol als de personages, speelt het landschap in Prince Avalanche. Regisseur Green kwam op het idee voor de film toen een groot natuurpark in de buurt van zijn woonplaats Austin, Texas , zwartgeblakerd werd achtergelaten door een bosbrand. Hij was zo onder de indruk van de desolate schoonheid dat hij op zoek ging naar een klein verhaal dat hij binnen een paar weken in het gebied zou kunnen opnemen, voordat de natuur weer zou opbloeien. Een kennis wees hem toen op de minimalistische IJslandse film Á annan veg, waarvan hij het uitgangspunt leende en verplaatste naar Texas.
 
Het eindresultaat is amusant en sympathiek, al werkt de combinatie van luchtige komedie en melancholiek drama niet in elke scène even soepel. Het meest geslaagd is de sfeer, vooral in poëtische terzijdes waarin de spookachtige omgeving alle ruimte krijgt. De muziekscore van postrockers Explosions in the Sky sluit hier mooi bij aan.

In Berlijn, waar Prince Avalanche in première ging, werd Greens rehabilitatie als regisseur beloond met een Zilveren Beer. Voorlopig blijft hij goed bezig: zijn nieuwe film Joe, een boekverfilming met eindelijk weer eens een serieuze hoofdrol voor Nicolas Cage, werd de afgelopen weken positief ontvangen op de festivals van Venetië en Toronto.