nieuwe site?

Massamoord als musical

The Act of Killing van Joshua Oppenheimer

Gerhard Busch ,

Indonesië 1965. Na een mislukte communistische coup op 30 september grijpt de rechtse legergeneraal Soeharto de macht. Hij verbiedt de communistische partij in Indonesië en begint een zuiveringsactie. Iedereen die tegen hem is, is een communist, en iedere communist moet dood. Over heel Indonesië gaan paramilitaire groeperingen op jacht. In minder dan een jaar tijd worden een miljoen 'communisten' vermoord.

In de ijzingwekkende documentaire The Act of Killing zoomt regisseur Oppenheimer niet in op de slachtoffers van die acties, maar op de daders. Onder wie zeventigplusser Anwar Congo. Destijds een kruimelcrimineel die ineens leider werd van een moordcommando en zo honderden mensen vermoordde. Omdat Congo en kornuiten nooit veroordeeld zijn, en de paramilitaire groeperingen van toen nog steeds een prominente politieke rol vervullen in Indonesië, heeft hij nooit echt stilgestaan bij zijn wandaden.

De kracht van Oppenheimers film is dat hij laat zien hoe dat besef bij Congo langzaam (Oppenheimer volgde hem over een periode van vijf jaar) indaalt. Katalysator van dat proces is het feit dat Oppenheimer aan Congo vroeg de moorden van toen na te spelen. Congo, een groot liefhebber van de Amerikaanse cinema, besluit zijn herinneringen in verschillende genres te verwerken. Van western tot film noir en musical. Wat regelmatig surrealistische scènes oplevert. Bijvoorbeeld die waarin Congo door zijn slachtoffers een medaille krijgt omgehangen omdat het zo fijn is in de hemel. Op de muziek van Born Free ('Born free, as free as the wind blows. As free as the grass grows.').

In The Act of Killing zien we hoe Congo de verschillende scènes opneemt, daarbij geholpen door zijn moddervette sidekick Herman – die alle vrouwenrollen voor zijn rekening neemt – en een handvol vrienden van toen. De trots van het begin – Congo danst de chachacha op het dak waar hij honderden mensen keelde – maakt allengs plaats voor diepe ontzetting, wat resulteert in een werkelijk adembenemend einde. Waarin Congo, op hetzelfde dak als in het begin, zijn verleden probeert uit te kotsen. Om te ontdekken dat dat niet mogelijk is. Hij wil overgeven, maar er komt niets uit. Het dierlijke gegrom dat de wanhopige Congo dan produceert is enger, en indrukwekkender, dan alles wat ik het afgelopen jaar in een speelfilm heb gezien.