nieuwe site?

Mythologisch kerstkind

Finn van Frans Weisz

Karin Wolfs ,

In de naar hem vernoemde kerstfilm wordt de fijn gebouwde, negenjarige Finn (nieuwkomer Mels van der Hoeven) geflankeerd door een zwarte raaf en een wit paard. Finn is dan ook geen doorsnee kinder(anti)held, maar een kerstkind met mythologische trekjes, geboren tussen midwinternacht en Nieuwjaar. Hij is de schakel tussen dood en leven, droom en werkelijkheid.

Als hij een oude man ( Jan Decleir) ontmoet, die met zijn vioolspel een foto van Finns in het kraambed overleden moeder tot leven brengt, wil Finn ook zo betoverend mooi leren spelen. Daarmee haalt hij zich de woede op de hals van zijn vader ( Daan Schuurmans), die hem liever ziet voetballen met de andere jongens van de Drentse veengronden.  

Een jongen met een raaf. Die een talent ontdekt dat verborgen was door een beladen herinnering aan een ontbrekende ouder . Die geesten kan zien. Finn doet respectievelijk denken aan Kauwboy, Lang leve de koningin en The Sixth Sense.  

Toch heeft de film een heel eigen gezicht, dankzij de grote thema's die worden aangesneden en de terloopse manier waarop er wordt toegewerkt naar een finale die het traditionele kerstverhaal gewiekst naar de eigen hand zet. 

Maar het duidelijkst aanwezig is de liefdevolle hand van veteraan Frans Weisz  – die met zijn hoofdfiguur het gemis aan herinneringen aan een ouder deelt. Zijn fijnzinnige regie bestrijkt een breed register aan middelen: soepeltjes schakelend van intiem naar episch. Met het landschap als een natuurlijke omlijsting voor personages die hij fluisterend en zwijgend tot de verbeelding laat spreken.  

Dat neemt niet weg dat het script ondanks een paar mooie wendingen op sommige punten ook erg standaard is. Zoals in zoveel Nederlandse kinderfilms ontbreekt een ouder en gaat het over 'anders zijn'. De moraal zou in een damesblaadje niet misstaan: 'Een leven zonder dromen is als een tuin zonder bloemen.' Het witte paard is er aan de manen bijgesleept. En Weisz had best wat meer aandacht mogen besteden aan het vaak knullig ogende vioolspel.  

Grootste struikelblok is de grote crux over wie de geheimzinnige vioolspeler is. Die doet een wel erg ruimhartig beroep op de verbeeldingskracht van de kijker. Het pleidooi om te dromen dekt het onlogische gat in het verhaal namelijk niet helemaal. 

Het is allemaal overkomelijk dankzij Weisz' betoverende regie. Die is lichtjaren filmischer dan de regie in menige jeugdfilm waarin alles aan elkaar wordt gepraat.