nieuwe site?

Paradijselijke krokodillentranen

Tabu van Miguel Gomes

Karin Wolfs ,

De eerste helft van filmjaar 2013 was voor de verloren paradijzen waarin de gecultiveerde illusies van de Adams en Eva's van de Westerse beschaving op de proef werden gesteld. De Paradies-trilogie van Seidl, Post Tenebras Lux van Reygadas, Reality van Garrone, The Master, Two Mothers, The Great Gatsby en zo nog wel een paar.

Naadloos in dat rijtje past Tabu: het verhaal van een onmogelijke liefde, dat zich afspeelt aan de vooravond van de Portugese koloniale oorlog. Dat geldt tenminste voor het tweede deel van de film, dat als titel 'Paradijs' draagt. Het eerste deel, dat zich in het eigentijdse Lissabon afspeelt, heet 'Het verloren paradijs'.

Daarin maken we kennis met de katholieke oude vrijster Pilar ( Teresa Madruga), haar bejaarde chique buurvrouw Aurora ( Laura Soveral) en dier inwonende stoïcijnse postkoloniale huishoudster Santa ( Isabel Muñoz Cardoso). De heilige drie-eenheid? Geloof, hoop en liefde? Het zou zomaar kunnen. De verwarde Aurora heeft na een droom, waarvan ze de voorspellende kracht wil testen, al haar geld vergokt. Als laatste wens vraagt ze Pilar een man voor haar op te sporen. Hij blijkt Aurora's grote doch onmogelijke liefde Ventura.

In een halve film durende flashback zien we vervolgens hoe de jonge Aurora ( Ana Moreira) haar Ventura (Carloto Cotta) ontmoette in 'het Paradijs' – het koloniale Mozambique – begin jaren zestig. Hoewel ze al langere tijd buren zijn , zien ze elkaar pas als hij haar een jonge krokodil terugbezorgt: het decadente , weggelopen cadeautje van haar man.

Via de voice-over laat voormalig filmcriticus en -theoreticus Miguel Gomes, die de film schreef en regisseerde, Ventura zijn verhaal vertellen. De jonge Aurora en Ventura bewegen ondertussen hun monden zonder geluid voort te brengen, terwijl de vogels in hetzelfde shot wel kwetteren en de wind door de bomen ruist. Hun ontbrekende stemmen wijzen vooruit naar de aanstaande verjaging uit 'hun' paradijs, maar brengen ook een ode aan de zwijgende film waarnaar Gomes zijn geheel in zwart- wit gedraaide film vernoemde.

Dat is namelijk het klassieke Tabu uit 1931, de laatste film van F.W. Murnau (Nosferatu, eine Symphonie des Grauens), een van de grote namen van de zwijgende film. Die film ging ook over een onmogelijke liefde en een verloren Paradijs – een eiland in de Zuid-Pacific – dat de geliefden moeten ontvluchten.

Gomes' Tabu is een rijke, allegorische film over het moderne Portugal en zijn koloniale verleden; over gebroken harten en een melancholische krokodil. Een film die bol staat van de ideeën, verwijzingen en symbolen, verteld in een eigenzinnige filmtaal waarin ook nog ruimte is voor gortdroge grapjes. In Berlijn kreeg Gomes er de Alfred Bauer-prijs voor, plus de prijs van de internationale filmkritiek.

Problematisch is wel de stortvloed aan woorden (en ondertitels!) waaronder Gomes zijn kijkers bedelft. Die krijgen zo onvoldoende de kans het hoofd uit te schakelen. En dat terwijl hij nou juist een pleidooi houdt voor de kracht van het hart.