filmjaar 2016

Subtiel beeld van moderne slavernij

Io sono Li van Andrea Segre

Jelle Schot ,

'Als de baas mij vraagt dertig shirts te naaien, dan maak ik er tien meer,' schrijft de Chinese Shun Li (Zhao Tao) aan haar achtjarige zoontje. 'En die tien zijn voor jou.' Zonder haar kind is ze vanuit havenstad Fuzhou naar Rome afgereisd, waar ze zich dag na dag in de fabriek afbeult, dromend van een hereniging. Pas als de volledige schuld aan de mensensmokkelaars is afbetaald, mag hij naar Italië komen.

Shun Li's harde werken wordt beloond als ze, zonder dat ze daar zelf iets over te zeggen heeft, naar een klein eiland in de Lagune van Venetië wordt gestuurd. In de 'osteria' van het vissersdorp Chioggia dient ze als bardame haar schuld verder in te lossen.

Ondanks haar gebrekkige Italiaans lijkt ze al snel geaccepteerd te worden door de vaste clientèle van grappa drinkende pensionado's en weduwnaars. Er ontstaat zelfs een vriendschap, tussen haar en de oude Joegoslaaf Bepi, bijgenaamd 'il poeta'. Verwante zielen blijken ze te zijn, ontheemde romantici die elkaar vinden in hun liefde voor poëzie. Maar bekeken met de xenofobe argusogen van Bepi's vrienden en de gangsters die over Shun Li's lot beslissen, is het een relatie die iedereen in gevaar brengt.

Regisseur Andrea Segre, die na een aantal geëngageerde documentaires met Io sono Li zijn fictiedebuut maakt, schetst op subtiele wijze een treurig beeld van de moderne slavernij, zonder grote gebaren of uitgemolken emoties. En zonder al te duister te worden.

Ook in de verbeelding van de Lagune is hij terughoudend. Segre toont het eiland waar hij als kind vele zomers doorbracht niet in z'n volledige toeristische glorie, maar als een mistige microkosmos van oude mannen en stoffige denkbeelden. En tussen al die grijstinten schittert actrice Zhao Tao – de muze van Chinese filmchroniqueur Jia Zhangke (Still Life) – als een baken van hoop en levensvreugde.

Dat Io sono Li zo'n twee jaar na de première op het filmfestival van Venetië toch nog in de Nederlandse bioscoop verschijnt, is overigens te danken aan het Europees Parlement. De Europarlementariërs beloonden Andrea Segres fictiedebuut in het kader van het immigratiedebat met de LUX-prijs, en maakten zodoende distributie in de gehele Europese Unie mogelijk.

Met eerdere winnaars als Welcome van Philippe Lioret en Le silence de Lorna van de gebroeders Dardenne toonden de politici al eerder over een uitstekende filmsmaak te beschikken. Io sono Li past prima in dat rijtje.