filmjaar 2016

Bonte fantasiewereld met dreigende onderstroom

The Grand Budapest Hotel van Wes Anderson

Gerhard Busch ,

'Als je jong bent is het allemaal nog tournedos, maar naarmate je ouder wordt moet je genoegen nemen met de goedkopere stukken vlees.' Het is maar een van de vele levenswijsheden die Monsieur Gustave, de flamboyante conciërge van het vijfsterrenhotel Grand Budapest, doorgeeft aan Zero, de nieuwe piccolo van het hotel.

Monsieur Gustave (energiek en met perfecte timing gespeeld door Ralph Fiennes) doelt op de steenrijke, hoogbejaarde weduwen die zijn hotel frequenteren en die hij met een zekere regelmaat verwent. De moord op een van die weduwen, de 84-jarige Madame Celine Villeneuve Desgoffe und Taxis ( Tilda Swinton), doet dienst als plot van deze uitbundige en uitzinnige nieuwe film van Wes Anderson.

Voor we bij Monsieur Gustave aankomen heeft Anderson ons eerst door twee (korte) prologen gevoerd. De eerste speelt zich af in 1985, nummer twee in 1968. Waarna we dan toch terechtkomen in 1932, toen Monsieur Gustave de scepter zwaaide in de Grand Budapest.

De overgangen tussen de verschillende prologen zijn even soepel als vanzelfsprekend en onderstrepen nog maar eens wat voor fantastische verteller Anderson is. Maar waren de verhalen in Andersons eerdere films ( The Royal Tenenbaums, Fantastic Mr. Fox, Moonrise Kingdom) vooral een excuus om ons zijn bonte fantasiewerelden binnen te voeren, in The Grand Budapest Hotel schemert er voor het eerst iets van de boze buitenwereld door.

Het volledig roze Grand Budapest Hotel staat namelijk in het fictieve Oost-Europese landje Zubrowka, dat verscheurd wordt door het opkomende fascisme. En Monsieur Gustave's protegé, de uit het Midden-Oosten afkomstige Zero, heeft geen geldige papieren.

Die dreigende onderstroom is de hele film aanwezig, en ongetwijfeld de reden dat deze film veel gewelddadiger en bloederiger is geworden dan al Andersons vorige films bij elkaar. Iemand wordt onthoofd en vingers worden afgehakt. In de eindtitels lezen we dat de film is geïnspireerd op de boeken van de Oostenrijkse jood Stefan Zweig, die in 1942 zelfmoord pleegde.

En we zien hoe Monsieur Gustave oraal bevredigd wordt. Ook dat is nieuw voor Anderson, want seks was tot voor kort taboe in zijn jongensboekenwereld.

Een en ander wil nog niet zeggen dat The Grand Budapest Hotel niet meer herkenbaar is als een Wes Anderson-film. De malle personages, bonte kleuren en hyperrealistische omgeving zijn gebleven. Net als de droogkomische humor, de tomeloze energie en de bijzondere aandacht voor vorm en aankleding.

De bijna 45-jarige Anderson geeft zijn zorgvuldig gecomponeerde universum natuurlijk niet zomaar prijs. Maar de eerste barstjes zijn zichtbaar. En dat maakt nu al nieuwsgierig naar zijn volgende film.