filmjaar 2016

Bruce Willis en John Cusack acteren met een kater

The Prince van Brian A Miller

Ronald Rovers ,

Ondanks een chronisch gebrek aan charisma doet B-filmacteur Jason Patric verschillende pogingen deze total-loss van de ondergang te redden. Hij moet wel. Voor posterboys Bruce Willis en John Cusack was dit overduidelijk een 'cash and run'-project.

Maar er is meer mis. Zoals het script. Of eigenlijk het ontbreken daarvan, want de plot lijkt regelrecht gekopieerd van andere recente vader-redt-dochter- vehikels als Taken en Stolen. Patric speelt hier Paul, een zachtaardige automonteur die gedwongen afreist naar New Orleans als hij geen contact meer met zijn dochter krijgt. Via wat klein crimineel grut – onder wie een als vanouds houterig spelende Curtis '50 Cent' Jackson – belandt hij op de stoep bij bovenbaas Bruce Willis, die hier om onduidelijke reden Omar heet.

Tot onze verrassing blijkt Paul niet altijd een zachtaardige automonteur geweest. In z'n jonge jaren heeft hij onder de bijnaam The Prince behoorlijk huisgehouden in New Orleans, en daar nogal wat vijanden aan overgehouden. Onder wie Omar. Waar de vijandschap tussen die twee precies vandaan komt wordt herhaaldelijk in flashbacks vertoond, maar helaas raak je daarbij steeds afgeleid door de lachwekkende Adobe After Effects waarmee Willis een verjongingskuur heeft gekregen. Enfin, Omar bedenkt een manier om Paul tot een laatste duel te dwingen .

Minstens even houterig als 50 Cents gestuntel, zijn de onvermijdelijke gevechtsscènes, waarin Paul net als in een platformgame uit de jaren tachtig eerst tien mannetjes moet uitschakelen om op het boss-level te belanden. Komisch is ook de opzichtige casting van het zingende Koreaanse tieneridool Rain als Omars sidekick, die duidelijk de Koreaanse afzetmarkt van de film moet bespelen. Ondertussen wordt Paul bijgestaan door zijn dochters doorgesnoven vriendin Angela, die aanvankelijk handige informatie verschaft, maar dan met haar decolleté om onbegrijpelijke reden de hele film in de buurt blijft en hier en daar voor misplaatste en ranzige momenten van seksuele spanning zorgt.

Kan John Cusack dan voor wat verlichting zorgen? Nee . Die acteert alsof hij de nacht ervoor nog even op een paardenverdovingsmiddel heeft zitten trippen en mompelt en zucht zich een weg naar zijn laatste scène. Zelden iemand zo katerig zien acteren. Het drama wordt afgerond door de langverwachte laatste shoot-out, die vooral opvalt door het rommelige tempo en de totale anticlimax.

Prima als acteurs projecten puur voor het geld doen, maar wat Willis en Cusack hier flikken grenst aan minachting voor het publiek.