filmjaar 2016

Exploitatie tot kunst verheven

Sin City: A Dame to Kill For van Frank Miller en Robert Rodriguez

Jelle Schot ,

Alweer bijna tien jaar terug verscheen de bejubelde verfilming van Frank Millers graphic novel-serie Sin City. Te lang geleden voor het Amerikaanse publiek, zo bleek, want opvolger A Dame to Kill For flopte genadeloos in het openingsweekend. Een magere zeven miljoen dollar leverde de film in de VS op, waar dat negen jaar geleden nog meer dan het viervoudige was.

Een verrassende nederlaag voor regisseurs Frank Miller en Robert Rodriguez, want A Dame to Kill For verdient een beter lot. Ook al wordt het trucje van deel één gewoon nog eens herhaald: snoeiharde film noir-actie verpakt in glanzende zwart-wit beelden, met hier en daar een bloedrood accent. Vernieuwend is de film geen moment, maar vooral in 3D, wat de platte stripdecors de broodnodige diepte geeft, oogt alles nog net iets mooier dan in het vorige deel.

De structuur van het origineel is gebleven: drie losjes met elkaar verbonden verhaallijnen die respectievelijk gaan over wraak, wraak en wraak. Vrijwel identieke vignetten zijn het, waarin mannen van staal met veel geweld (afgehakte hoofden, losgerukte oogballen) het vrouwelijk schoon voor verderfelijke heerschappen proberen te beschermen.

Veel van de personages zijn ook vertrouwd. Zo keert Mickey Rourke terug als mismaakte rouwdouwer Marv, en neemt Josh Brolin ditmaal de rol van ambigue antiheld Dwight op zich. De femme fatale uit de titel wordt gespeeld door een hypnotiserende Eva Green, die al eens eerder een bloeddorstige schoonheid speelde in een Frank Miller-adaptatie: de Perzische marinecommandant Artemisia in 300: Rise of an Empire.

De verschillende verhaallijnen zijn deels gebaseerd op origineel werk en deels speciaal voor de film geschreven. Veel doet de plot er echter niet toe, want in het universum van Sin City draait het vooral om de buitenkant. En ook ditmaal vormt die een zinderende testosterondroom, waarin vrouwen wellustig dansen, ledenmaten stijlvol van hun romp worden gescheiden en dialogen zo koelbloedig mogelijk worden uitgesproken.

Daar moet je van houden. En er zijn genoeg minpunten aan te wijzen, want alle gebreken uit het eerste deel zijn gebleven. De personages zijn te plat om echt lang te boeien, niet alle delen zijn even sterk — de vete van een jonge gokker ( Joseph Gordon-Levitt) stelt ditmaal teleur — en de karikaturale schurken krijgen te weinig aandacht.

Maar in de beste scènes — met name die met Green, die als volledig naakte godin van de nacht verleidt en bedriegt — flikken Miller en Rodriguez het weer: ze weten exploitatie tot kunst te verheffen.