filmjaar 2016

Recensie: Het Nieuwe Rijksmuseum - De film

Sloophamers en fluwelen handschoenen

Ronald Rovers ,

Oeke Hoogendijks monumentale verslag Het Nieuwe Rijksmuseum - De film* past bij de grandeur van Nederlands beroemdste museum: het is groots, heeft een lange geschiedenis, verbergt schoonheid, verdriet en rijkdom, oogt zakelijk en nauwkeurig. En net als het gebouw zal het de tijd weerstaan.

Terwijl Richard Linklater over een periode van twaalf jaar Boyhood filmde, legde Hoogendijk zich tussen 2003 en 2013 toe op de honderdduizend details van de immense metamorfose van het Rijksmuseum. Wat film je dan? En wat kies je uiteindelijk uit al die uren ruw materiaal? Hoogendijk koos voor de gezichten. Die vormen de rode draad die de evolutie van de verbouwing weerspiegelen.

Die verbouwing blijkt een project met een eindeloze reeks vergaderingen en vergunningaanvragen, kunst die wel of niet opnieuw tentoongesteld zal worden, conflicten over smaak, het slopen van ongewenste elementen, frustraties als de boel weer eens wordt stilgelegd omdat vergunningen niet verleend zijn, kostenramingen en -overschrijdingen en de eindeloze soap over de fietserstunnel .

En ondertussen zien we dus steeds die gezichten. Van directeur Ronald de Leeuw, die de verbouwing inzette maar na de zoveelste vertraging in 2008 vertrok. Van de Spaanse architecten die eerst meewarig de openbare bijeenkomsten met de Fietsersbond bijwonen, maar later het Nederlandse poldermodel en Alva's vertrek uit Holland vervloeken. Prachtig moment: als afgevaardigden van het bouwbedrijf een kostenschatting komen geven die tientallen miljoenen boven de verwachting ligt. Nog nooit de temperatuur in een vergaderkamer zo snel zien zakken.

Anders dan Johannes Holzhausens tandeloze Das Grosse Museum, over de verbouwing van het Kunsthistorisches Museum in Wenen (net als Het Nieuwe Rijksmuseum recent op IDFA vertoond), laat Hoogendijks film ook het drama en het botsen van ego's zien. Dat wil je ook zien . Want geen enkel project van zo'n omvang verloopt pijnloos.

Maar de echte kracht van de film is dat achter al het gesteggel de liefde voor de kunst en het gebouw voelbaar blijft. Die lees je af aan de gezichten van de curatoren en de genegenheid waarmee ze over de collecties praten. Fascinerend hoe de sloophamer van de verbouwing zich verhoudt tot de fluwelen handschoenen waarmee zij hun werk doen. Niet dat Hoogendijk zo'n vergelijking forceert. Die laat het oordeel aan de kijker. De film koestert z'n heldere evenwicht tussen drama en distantie. 

De opzichter die tien jaar lang op het terrein woonde om duiven en vandalen te verjagen, noemt het gebouw even belangrijk als de vrouw die hij gehad zou kunnen hebben. Want inderdaad: hij heeft geen vrouw. Hij heeft het museum. En zij vraagt totale overgave.

*De eerste filmversie van Het Nieuwe Rijksmuseum, uit 2008, toonde de eerste vijf jaar van de verbouwing. Daarna volgde een vierdelige serie, en nu is er deze definitieve versie, die door een andere montage een nieuwe focus kreeg, en veel nieuw beeld bevat.