filmjaar 2016

Recensie: Wiplala

Kabouters in Amsterdam

Rick de Gier ,

Producent BosBros heeft inmiddels zo'n stapel kinderboeken van Annie M.G. Schmidt verfilmd en verseried dat we best van een subgenre mogen spreken. Hoe past Wiplala daarbinnen? De amusante familiefilm is leuker (want minder geforceerd hip) dan Abeltje, maar haalt het niet bij Minoes.

Het boek over een klein mannetje (Wiplala dus) dat bevriend raakt met een Amsterdams gezin stamt al uit 1957 en verscheen oorspronkelijk als feuilleton. Logisch dus dat scenarist Tamara Bos er nogal aan heeft gesleuteld. De setting is iets gemoderniseerd (maar niet te extreem, de kinderen hebben geen mobieltjes), en het verhaal werd wat filmischer en minder episodisch. Zo ontmoet de driekoppige familie Bos ( vader, dochter Nella Della en zoon Johannes) Wiplala in het boek al op pagina één, zonder veel spektakel, terwijl dat in de film langer is uitgesponnen, en veel spannender gemaakt.
 
Het verhaal komt op gang wanneer Wiplala ( Géza Weisz) de familie in een restaurant per ongeluk klein tinkelt (tovert ), en het viertal een barre tocht door Amsterdam moet maken om weer thuis te komen. Het grootste deel van de film blijven de hoofdpersonen zo klein als kabouters: in technisch opzicht een uitdaging waar de vliegende lift in Abeltje en de pratende katten in Minoes.
 
Nu bewees regisseur Tim Oliehoek met films als Vet hard en Chez Nous al prima uit de voeten te kunnen met actie en special effects, en het is dan ook visueel dat Wiplala het meest overtuigt. Hier en daar wordt met ouderwetse filmgoochelarij geknipoogd naar Amerikaanse avonturenklassiekers als The Goonies en Honey, I Shrunk the Kids, maar dankzij de puike digitale effecten daaromheen oogt dat nooit lullig. Hoogtepunt van de film is zonder meer de doldwaze rit in een speelgoedautootje door hartje Amsterdam.
 
Het drama overtuigt dan weer minder. De actie- en humorscènes worden netjes afgewisseld met verstildere momenten, maar die komen het minst uit de verf omdat de personages nogal kleurloos blijven. De toon van de film is niet altijd helder: enerzijds is het allemaal puur fantasie (de tinkelende Wiplala wordt zonder al te veel moeite of uitleg geaccepteerd), anderzijds moeten er serieuze levenslessen worden geleerd (geloof in jezelf en in elkaar). Waar Tamara Bos in haar scenario 's voor kleinere films als Het paard van Sinterklaas en Brammetje Baas juist uitblinkt in zulke scènes, houden ze hier iets geforceerds.
 
Onoverkomelijk is het niet: Wiplala blijft een vrolijke familiefilm die prima bioscoopvermaak biedt voor de kerstvakantie. Alleen de magie ontbreekt een beetje (of de tinkel, hoe zeg je dat in het Wiplalaas?).