nieuwe site?

Tweepannenbaksel

St. Vincent van Theodore Melfi

Karin Wolfs ,

Er zijn in de filmgeschiedenis al heel wat onwaarschijnlijke babysitters langsgekomen: van Uncle Buck en Mrs. Doubtfire tot Arnold Schwarzenegger in Kindergarten Cop en Zach Galifianakis in The Hangover. Bill Murray sluit nu aan, al krijgt hij geen zuigeling maar een tienjarig spillebeentje-met-herbarium onder zijn hoede.

Murray speelt Vincent MacKenna, een cynische, alcoholistische, gokverslaafde zestig-plusser uit een tijdloos ogend Brooklyn, die zijn vaste Russische 'dame van de nacht' ( Naomi Watts) ook zwanger nog wel neukt, doch slechts half betaalt. Alleen al daarom biedt zijn volkse personage een welkom tegenwicht aan de hordes onschadelijke, levenslustige grijskoppen die de laatste jaren het witte doek overspoelden.

Wanneer MacKenna's nieuwe buurvrouw Maggie ( Melissa McCarthy van Bridesmaids en The Heat) arriveert – een door haar man veelvuldig bedrogen moeder, geflankeerd door haar vroegwijze zoon Oliver (charismatische nieuwkomer Jaeden Lieberher), ruikt Vincent – die op alle fronten geld tekort komt – een kans om een centje bij te verdienen.

Het is het begin van een bovengemiddelde komedie over een onwaarschijnlijke vriendschap, die behalve op frisse situaties en scherpe dialogen ook nog kan bogen op een sterke, aangenaam ingetogen spelende cast. Met uitzondering van Watts, die onnodig overacteert. Murray daarentegen levert alleen al met zijn lichaamstaal onversneden topvermaak , als hij met passief-agressieve deemoed de lange, lege, afgehekte rij naar een bankloket afsukkelt. Zodra hij samen met het brave borstje in z'n dertig jaar oude Chrysler LeBaron-cabrio stapt, spettert de chemie van het doek.

Hoe zonde dat het verhaal halverwege dan toch nog dramatisch door het ijs zakt als het geraffineerde bitterzoet uit de eerste helft wordt doorgedrukt naar melodramatische emoporno die na de lach ook nog de traan bij het publiek los wil trekken. Een levensbedreigende ziekte, dood en multipel dreigend Groot Onrecht stapelen zich in korte tijd op, culminerend in een herhaaldelijk aangekondigde – en dus vet voorzienbare – feelgood-apotheose.

Het doet niet alleen onrecht aan de subtiliteit van de inzet, maar ook aan het personage van Murray, dat alsnog onschadelijk wordt gemaakt in de kennelijke misvatting dat de kijker hem alleen dan vol overgave in het voorgeweekte hart kan sluiten. Om dan ook nog aan te komen met een moraal die beweert dat je niet te snel moet oordelen over mensen die je niet kent, is wat met recht mag heten 'uit twee pannen bakken'.