filmjaar 2016

Zelfbewuste knipogen en piemelgrappen

22 Jump Street van Phil Lord en Christopher Miller

Rick de Gier ,

In de politiekomedie 21 Jump Street uit 2012 werden er geen doekjes om gewonden: 'We halen een project uit de jaren tachtig van de plank en moderniseren dat een beetje. Het ontbreekt de bedenkers van deze plannen duidelijk aan originaliteit, dus recyclen ze shit uit het verleden en hopen dan maar dat niemand het merkt.'

Aan het woord is een hoofdcommissaris die doelt op een nieuw undercoverproject waar zijn agenten aan gaan meedoen. Maar de subtekst is duidelijk: ja, deze film is gebaseerd op een campy tv-serie uit de jaren tachtig , en ja, de makers zijn zich ervan bewust dat zulke remakes doorgaans ongeïnspireerde prutfilms opleveren.

Dat 21 Jump Street zelf niet zo 'n prutfilm werd, was voor een groot deel te danken aan de zelfbewuste humor die rijkelijk door de film heen werd gestrooid.

Nu is er een onvermijdelijk vervolg: 22 Jump Street. En ook daarin wordt meteen open kaart gespeeld. Door dezelfde commissaris: 'Het vorige project was een onverwacht succes, dus moest er een vervolg komen. Het bureau heeft het budget verdubbeld, blijkbaar in de naïeve veronderstelling dat de opbrengst dan ook tweemaal zal toenemen.' Hij voegt eraan toe dat de kerk die in de vorige film als hoofdkwartier diende intussen is verkocht, maar gelukkig bleek aan de overkant van de straat nog een kerk te staan. Adres: 22 Jump Street.

Zo raast de film van regisseurs Phil Lord en Christopher Miller (ook verantwoordelijk voor The Lego Movie) van de ene knipoog naar de volgende, terwijl de plot van 21 Jump Street nog eens dunnetjes over wordt gedaan. Ook bewust natuurlijk: 'Ik wil dat jullie precies hetzelfde doen als de vorige keer,' zegt politiechef Dickson (Ice Cube) tegen agenten Schmidt ( Jonah Hill) en Jenko ( Channing Tatum).

En dus gaat het stuntelduo wederom op zoek naar een drugsdealer op een school – een universiteit ditmaal, want deze begin- dertigers nog eens op een high school laten infiltreren, zou de geloofwaardigheid wel erg ver oprekken. Zoals eerder clichés uit highschoolfilms op de hak werden genomen, is nu de studentenfilm aan de beurt: ontgroeningen, maffe professoren, Spring Break.

Dankzij de metagrappen en nieuwe setting gaat de film nooit vervelen. Er zijn leuke vondsten en een paar uitstekende slapstickmomenten. Maar het gehalte sterke grappen had best wat hoger gemogen. Te vaak slaat een scène dood of wordt er maar weer een matige piemelgrap van stal gehaald. En de running gag over de homo-erotisch getinte vriendschap tussen Schmidt en Jenko gaat wel erg lang door.

Uiteindelijk zijn het vooral Hill en Tatum die de film dragen met hun energieke spel en aanstekelijke chemie. Als komisch duo kunnen die twee nog tijden mee – een gegeven dat de beste grap van de film oplevert, die helemaal voor het eind is bewaard.