filmjaar 2016

Recensie: Every Thing Will Be Fine

Het ondeelbare verdriet van Wim Wenders

Ronald Rovers ,

Zelden leven we precies op het moment dat onze klokken aangeven of op de plek die onze GPS laat zien. In gedachten zijn we meestal ergens anders. Maar slechts weinig mensen zullen zo afwezig zijn als schrijver Tomas Eldan in Wim Wenders’ nieuwe 3D-drama.

Het moment waarop Eldan (James Franco) in de tijd lijkt te verdwalen, is het moment waarop de schrijver op een besneeuwde landweg in Quebec een jongetje doodrijdt. Niet zijn schuld, is de conclusie, zelfs van de moeder van het jongetje (Charlotte Gainsbourg), maar je kunt je afvragen of het anders was gelopen als hij tijdens het rijden niet met een sigaret had liggen rommelen. 
 
Every Thing Will Be Fine is een verhaal over schuld en vergeving, beweert het promotiemateriaal, maar dat lijkt alleen maar zo. Hoe langer je erover nadenkt, hoe meer je beseft dat het echte verhaal ergens anders ligt. Het is niet alleen een grap dat Gainsbourgs personage aan Eldan vraagt of hij iets met de Amerikaanse schrijver William Faulkner heeft (een knipoog naar Franco die in 2013 Faulkners As I Lay Dying regisseerde). Wenders en Franco hebben van Eldan een interessant ambivalent personage gemaakt dat met één been in Wenders’ geliefde Duitse Romantiek staat en met één been in Faulkner: een man die zijn Einzelgängerbestaan en misschien ook wel het lijden koestert maar die ook de kracht probeert te vinden om zijn lot te dragen.



Die tweespalt tussen romantiek en realisme vind je in Wenders hele oeuvre en wordt misschien wel het meest elegant gepersonifieerd door de engel in Die Himmel über Berlin die de keuze heeft tussen het goddelijke, eeuwige leven en het aardse, eindige leven. Onkwetsbaarheid vs de dood. Tomas Eldan voelt dat conflict ook.
 
Je proeft wat Wenders wil zeggen maar zijn ideeën blijven in de grondverf staan. Iemand vraagt in hoeverre de gruwel die Eldan is overkomen zijn schrijven ten goede komt, met andere woorden in hoeverre kunst op het leven parasiteert, maar daar wordt verder niks mee gedaan. Net als het thema van afwezige vaders. Franco speelt soms wel erg verdoofd, maar blijft geloofwaardig , ook al maakt die geslotenheid zijn overpeinzingen uiteindelijk te particulier . 
 
Desondanks lukt het Wenders om je in die twee uur naar een wereld te voeren waar tijd en perceptie anders in elkaar steken en waar het gewicht van de dingen anders voelt. Waar het uiteindelijk met elk van die dingen goed zal komen. Ook al is dat na de laatste snik.