filmjaar 2016

Recensie: I'm the Same, I'm an Other

Ingetogen roadmovie zonder begin en zonder eind

Jan Pieter Ekker ,

In 2009 maakte de Vlaamse Caroline Strubbe haar speelfilmdebuut Lost Persons Area, over een moeder, een vader en hun dochtertje, wier leven in een niemandsland vol hoogspanningsmasten en stacaravans dramatisch verandert met de komst van een Hongaarse werknemer.

I'm the Same, I'm an Other (2013) is de opvolger van het veelgeprezen, zintuiglijke Lost Persons Area (2009). Of preciezer: I'm the Same, I'm an Other is het tweede deel van een trilogie die volgens Strubbe eigenlijk uit één film bestaat , maar ook los gezien kan worden, omdat de voorgeschiedenis zich min of meer laat raden.

Aan het begin van de in ontelbaar veel grijstinten geschoten roadmovie zijn de slonzige Hongaar Szabolcs (Uldi Hajdu) – wapperende manen, baardje, getormenteerde blik – en het mooie jonge meisje ( Kimke Desart) samen. Ze reizen in een zilverblauwe auto en per veerboot; de tocht wordt begeleid door het gekrijs van zeemeeuwen en stemmige cellomuziek.

In de kombuis van de veerboot valt de blik van het obsessief-compulsieve meiske – uitgelopen mascara, holle ogen – op een krant die een aardige mevrouw gebruikt om de aardappelschillen in op te vangen: 'Drama op Maasvlakte' staat er in chocoladeletters. 'Ouders dood aangetroffen. Dochter spoorloos.'



Duidelijker wordt het niet. Ook in het desolate kustplaatsje in Engeland, waar de twee naartoe zijn gevaren, wisselen de Hongaar en het meisje nauwelijks een woord. Zij murmelt wat in zichzelf, hij maakt zinnen van maximaal vier, vijf woorden: 'Breakfast. They call this breakfast.' Maar de twee blijven wel bij elkaar. Ze zijn zelfs lief voor elkaar. En gaandeweg leer je ze beter kennen, en kun je zelfs iets voor ze gaan voelen – zoveel zelfs dat je na twee uur benieuwd bent hoe het verder met ze zal gaan; dus uitkijkt naar het derde deel, dat nog gemaakt moet worden.

Dat vergt echter wel de nodige inspanning van de kijker; I'm the Same, I'm an Other is soms net iets te onuitgesproken, minimalistisch en tergend-traag in plaats van suggestief, sfeerrijk en precies. Maar de fotografie van David Williamson is fraai, net als de muziek van Albert Markos en het geluid van Senjan Jansen. En Strubbe heeft een geweldig oog voor detail, wat leidt tot een ontroerend, ingetogen psychologisch drama over eenzaamheid, verdriet en gemis, dat net zo onorthodox is als de aftiteling die van rechts naar links door het beeld loopt.