filmjaar 2016

Recensie: Jimi: All Is by My Side

De man die de jaren zestig op z'n gitaar speelde

Ronald Rovers ,

Dit impressionistische portret van Jimi Hendrix doet niet eens moeite om erachter te komen wie de man was. Hoeft ook niet.

Net als in Lenny Abrahamsons Frank, die vorige maand in roulatie was, en Todd Haynes' Dylan-biopic I'm Not There doet het er niet toe of het allemaal klopt. Het gaat meer om de geest dan om de letter. De chronologie is losjes die van 1966-1967, toen Hendrix als Jimmy James op de achtergrond in een r&b-band speelde en in een New Yorkse club gespot werd door Linda Keith, de toenmalige vriendin van Keith Richards. Zo belandde Hendrix in Londen, toen nog net het epicentrum van de popcultuur, voordat New York die rol overnam.

Hendrix' eigen nummers mochten van de erfgenamen niet gebruikt worden, maar regisseur/schrijver John Ridley – die eerder het scenario schreef van 12 Years a Slave – lost dat op met covers die Hendrix speelde (o.a. Wild Thing) en andere muziek die je moeiteloos terugvoert naar dat legendarische jaar. Net als het uitstekende production design trouwens, en André Benjamins dromerige vertolking van Hendrix.

Ridley creëert een soort stream of consciousness door muziek en beelden te laten overlappen en dan weer plotseling stop te zetten. Je ziet Hendrix op een podium een snerpende solo spelen terwijl het publiek uit z'n dak gaat en plotseling hoor je alleen nog vingers die zacht over snaren gaan. Dit is waar Jimi Hendrix leefde: tussen de tonen en snaren van zijn gitaar. Het eindeloze geouwehoer van mannelijke en vrouwelijke groupies die in dat jaar ontdekten dat Hendrix best wel eens heel groot kon gaan worden, glijdt meestal van hem af.



Maar niet altijd, en precies op die momenten schiet de film soms door in melodramatisch gewauwel. Gedoe met zijn vriendin en dat ene telefoontje naar zijn lang geleden uit beeld verdwenen vader, voelen meteen overbodig en vermoeiend. Al is de jaloezie van Eric Clapton als die Hendrix hoort spelen wel komisch. Clapton stormt van het podium en bijt Hendrix' manager toe: 'You never told me he was that fucking good.' Echt gebeurd. En misschien moet dat melodrama trouwens ook vermoeien. Misschien is dat precies zoals Hendix zich voelde als hij niet kon spelen.

Want als Ridley iets wilde bereiken, dan is het dat: de kijker mee laten bewegen op de golflengte van Jimi Hendrix, die ergens daar buiten zweefde. Een prachtige ziel die alleen toegankelijk was via zijn muziek.