nieuwe site?

Recensie: She’s Funny That Way

Imogen Poots is geen Audrey Hepburn, maar komt een eind

Ronald Rovers ,

Screwball-comedy’s zijn nooit zware kost, maar dit theater van de lach van veteraan Peter Bogdanovich is wel erg licht verteerbaar. Ook al wordt er vrolijk gestoeid met klassieke komedies van Ernst Lubitsch, en Blake Edwards’ Breakfast at Tiffany’s.

Net als in Truman Capote’s boek, waar Edwards zijn film in 1961 op baseerde, wordt She’s Funny That Way verteld in flashback. De Britse actrice Imogen Poots speelt met een vet New Yorks accent de rol van Izzy Finkelstein, die in een interview uit de school klapt over hoe ze zo snel beroemd is geworden. Nog maar een jaar geleden liep ze als call girl hotels in en uit, nu is ze succesvol actrice. Audrey Hepburn speelde in Breakfast at Tiffany’s ook een call girl, maar in 1961 werd dat nog zo voorzichtig tussen-de-regels-door gebracht dat kijkers zelfs nu nog moeite hebben om haar zo te zien.
 
Izzy’s avontuur blijkt een parade van hotelkamers, slaande deuren, bedrogen echtgenotes , andere call girls, privédetectives, afwezige vaders, zakken geld, honden, een gestoorde therapeute met de grootste vuilbek uit de filmgeschiedenis, en natuurlijk dat ene toneelstuk op Broadway. Maar het begon allemaal met het toeval, of het lot, wie zal het zeggen, toen toneelregisseur Arnold Albertson ( Owen Wilson) naar het escortbureau belde voor een afspraak.
 



Bogdanovich speelt graag met de filmgeschiedenis, dus wie van verwijzingen en cameo’s houdt (onder meer van Bogdanovich zelf) kan hier prima terecht. Maar het is misschien ook juist vanwege al die verwijzingen dat She’s Funny That Way te licht voelt. Bij Lubitsch (The Shop Around the Corner, To Be or Not to Be, Heaven Can Wait) kon een komedie gemakkelijk politieke ondertonen hebben, maar Bogdanovich beperkt zich tot gestoei over lust, liefde en jaloezie, het traditionele screwballrecept. Lubitsch’ raffinement ontbreekt, net als elke vorm van politieke of seksuele subversie. Dat het verhaal over een call girl in Breakfast at Tiffany’s zo gecodeerd was, gaf die film in 1961 een scherp randje . In 2015 hoeft niks meer verhuld te worden.
 
En toch is het lef hebben van Bogdanovich en Poots om de vergelijking met Lubitsch en Hepburn op te zoeken. Tegen Hepburns levenslustige Holly Golightly zal bijna elke actrice het afleggen, maar het moet gezegd dat Poots een heel eind komt, ook al wringt haar vette accent soms. En Jennifer Anistons sociopathische therapeut is zo grappig dat het niemand hoeft te verbazen als dat personage een eigen spin-off zou krijgen. Kortom, wie niet al te hoge verwachtingen heeft, zal niet teleurgesteld zijn.