filmjaar 2016

Recensie: The King's Gardens

Een klein beetje chaos

Jelle Schot ,

De kritieken voor A Little Chaos, Alan Rickmans tweede speelfilm als regisseur, waren in eigen land bepaald niet mals. The Guardian omschreef het kostuumdrama als 'een hoop compost', The Evening Standard was al even vernietigend en ook het publiek bleef grotendeels weg. En dus heet A Little Chaos in Nederland nu opeens The King's Gardens, in de hoop dat het de film hier beter vergaat.

Gelukkig is The King's Gardens — behalve de titel is er niets veranderd — niet zo slecht als de Britse recensies doen vermoeden. Sterker nog: het is een bij vlagen mooie film, die op speelse wijze afwijkt van de stijfheid van het genre.

Rickman speelt zelf (in een vermakelijke bijrol) de monarch uit de titel: zonnekoning Lodewijk XIV. Die heeft zojuist zijn gevolg de opdracht gegeven om in het stinkende moeras van Versailles een paleis van ongekende schoonheid uit de grond te stampen. Befaamd tuinarchitect André Le Nôtre (Matthias Schoenaerts) is aangesteld om de hoftuinen te ontwerpen, maar worstelt om aan de torenhoge eisen van Lodewijk XIV te voldoen.

In zijn zoektocht naar vernieuwing komt Le Nôtre uit bij de onbekende hovenier Sabine De Barra (Kate Winslet) — een verzinsel van scenarist Alison Deegan — die met haar onorthodoxe, weelderige stijl 'een klein beetje chaos' toevoegt aan Le Nôtres rigide creatie.



Hun unieke samenwerking ontvouwt zich in uiterst loom tempo, net als de onvermijdelijke romance. Want natuurlijk blijken ze voor elkaar gemaakt te zijn. Sabine is de vrije geest die André uit de starheid van het adellijke milieu bevrijdt. En hij is de in zichzelf gekeerde , kwetsbare man (vaste prik voor Belg Schoenaerts) die weduwe Sabine eindelijk leert om het verleden te laten rusten.

Heel vernieuwend is dat natuurlijk allemaal niet. En ook de liefde spat bepaald niet van het scherm, wat vooral te wijten valt aan het nogal fletse spel van Schoenaerts. Maar Winslet straalt als vanouds, vooral tegenover Rickman, die een eigenzinnige maar ook eenzame zonnekoning neerzet.

De nogal houterige dialogen – 'Als een roos zou kunnen spreken, wat zou zij dan zeggen?' – worden bovendien grotendeels gecompenseerd door de fraaie aankleding en fotografie van Ellen Kuras (Eternal Sunshine of the Spotless Mind). In de geest van de film wordt bewust elke vorm van symmetrie en rechtlijnigheid vermeden, met een niet helemaal geslaagd maar wel verfrissend kostuumdrama als eindresultaat.