nieuwe site?

Weblog AFFF

Spaanse overmacht

AFFF-directeur Phil van Tongeren en programmeurs Jan Doense, Barend de Voogd en Roel haanen houden voor Cinema.nl dagelijks een weblog bij.

(Aflevering 12, zondag 20 april)

Gisteravond bleek tijdens de slotceremonie zowel de jury van de eigen festivalprijs de Black Tulip als die van de Méliès een Spaanse winnaar te hebben aangewezen, respectievelijk Timecrimes (Los Cronocrímenes) en King of the Hill (El Rey de la Montaña). Zelfs de door de Méliès-jury uitverkoren Nederlandse korte film De Overkant was niet gevrijwaard van Iberische invloed: regisseur Iván López Núñez studeerde weliswaar aan de Nederlandse Filmacademie, zijn wieg stond in Spanje. Last but not least is de Spaanse productie [REC] vrijwel zeker van publieksprijs de Silver Scream Award.

Het was ook de avond van de opvallende bedankjes. López Núñez bekende dat hij zijn film zelf niet had durven aanmelden in de veronderstelling dat het AFFF een paar maatjes te groot voor hem was. Geen wonder dat hij de bij zijn bekroning behorende oorkonde met tranen in de ogen boven het hoofd hief. Regisseur Gonzalo López-Gallego van King of the Hill was persoonlijk aanwezig om zijn Méliès in ontvangst te nemen, maar zijn collega Nacho Vigalondo van Timecrirmes stuurde vanuit zijn bed (!) een Quicktime-filmpje. Losjes inhakend op het thema van zijn film over de verwarrende gevolgen van tijdreizen, gaf Vigalondo van onder de lakens te kennen dat hij zich graag naar Amsterdam had laten teleporteren of een week in de tijd terug had willen reizen om het hele festival mee te maken. ‘This is a dream, man. Timecrimes needs this kind of help’, liet hij later nog per e-mail weten. Kijk, daar doe je het voor.

Spanje was soeverein dit jaar en in plaats van een tweede Tachtigjarige Oorlog te beginnen, zouden wij Nederlanders ons beter eens achter de oren kunnen krabben. Waarom zij wel en wij niet? Wie de winnaars heeft gezien, weet dat het in ieder geval niets met geld heeft te maken.
Phil van Tongeren

(Aflevering 11, zaterdag 19 april)

Behalve de publieksprijs, worden ook de winnaars van de Black Tulip-award en de Zilveren Méliès bekendgemaakt. Let op die uitslag, want de nummers één, twee en drie in de drie competities worden zondag opnieuw gedraaid. Een herkansing voor wie het mooiste én het gruwelijkste van het AFFF gemist heeft.

In oktober wordt in Sitges, Spanje, bekend wie de Gouden Méliès krijgt. De hoofdprijs van de Europese Federatie van Fantastische Filmfestivals, waarvan het AFFF deel uitmaakt, is vernoemd naar George Méliès. De Franse theaterman pionierde eind negentiende eeuw met filmtrucage en werd beroemd met filmpjes als Le Voyage dans la Lune. De allereerste vampierfilm, Le Manoir du Diable (1896) staat ook op zijn naam. Poef! Opeens verscheen er uit het niets een vampier of skelet! Heerlijk. Tegenwoordig staat filmmakers computer generated images en een speelduur van negentig minuten ter beschikking, maar wie zijn publiek verrast met speciale effecten en fantastische onderwerpen, zal altijd een nazaat blijven van de oude Franse goochelaar.

Want dat is het toch: we willen het onmogelijke zien. Niet voor niets was Bad Biology gister totaal uitverkocht. De nieuwste van Frank Henenlotter beloofde vooraf een vrouw met zeven clitorissen en een al even gedeformeerde jongeman. Poef! Opeens was daar gisteravond de hilarisch slecht gemaakte monsterpenis! De zaal vermaakte zich opperbest. We laten op het AFFF graag af en toe een slimme of smaakvol artsy film zien, maar soms zijn we ook zoals George M. of die schreeuwlelijk op de kermis: Komt dat zien! Zondag draait Bad Biology opnieuw. Komt dat zien!
Barend de Voogd

(Aflevering 10, vrijdag 18 april)

Soms wil een distributeur geen derde vertoning toestaan ‘vanwege slijtage van de filmprint’ of beslist men dat één festivalvertoning per land genoeg is. En soms lukt het domweg niet om contact te krijgen. Helaas, want wat had ik graag die Peruaanse film gezien over een Incavloek die incestplegers in lama’s verandert!

De programmeurs mailden en belden dit jaar naar alle werelddelen, uitgezonderd Afrika en de poolgebieden. In mijn geval voerde het avontuur naar landen als Korea, Thailand en Japan. Een fikse taalbarrière en enkele tijdszones scheiden ons, dus de blijdschap is groot wanneer het lukt exotische parels als 5 Centimeters per Second, Dororo, Black House en Machinegirl binnen te slepen.

Nog een discussie die men gister in de hal van het festival kon horen, betrof de Nederlandse bioscooprelease van [Rec]. De adembenemende zombie-uitbraak in een appartement in Barcelona is deze week met 1 (één) print wel zeer voorzichtig van start gegaan. Hopelijk gaat dat nog veranderen. Vreest men dat een Spaanse titel het bioscooppubliek zal afschrikken ? Klopt! Kijk maar op dit YouTubefilmpje, waarna u meteen begrijpt waarom de film op dit moment favoriet is voor de AFFF-publieksprijs. Zondag heeft u waarschijnlijk nog een kans om [Rec] op het AFFF te zien, daarna is het hopen dat een avontuurlijke distributeur het virus verder verspreidt.
Barend de Voogd

(Aflevering 9, donderdag 17 april)

De smaak van het publiek. Daar wilde ik het over hebben. Want Goldmans uitspraak is net zo goed van toepassing op het AFFF. Elk jaar proberen de festivalprogrammeurs te gokken welke films in de smaak zullen vallen. En u raadt het al: vaak zitten we ernaast. Is dat erg? Helemaal niet. Het publiek heeft ons de afgelopen jaren juist vaak verrast door films te omarmen waarvan wij dat nooit hadden durven dromen.
Strafste voorbeeld dit jaar: The Man from Earth. Een SF-film met pratende hoofden in plaats van special effects, die zal wel ergens onderaan eindigen, toch? Nee dus. De film kreeg na de eerste screening een dikke acht.
Andere films scoren weer verrassend slecht. Return in Red, een stiekeme favoriet van Phil en ondergetekende, bungelt ergens onderaan. Hadden wij het dan zo slecht gezien? Of het publiek? Nou, dat laatste . Ik zat in de zaal toen de film voor het eerst vertoond werd en schrok ervan hoe belabberd de film er op het grote doek uitzag. Return in Red werd op 16 mm gedraaid, wat een grove korrel en fletse kleuren oplevert. Op dvd zag dat er prima uit, maar geprojecteerd vanaf een betacam leek het alsof je door een leeg jampotje keek. Een bezoeker vroeg me gekscherend of het soms een livestream van internet was. Dus inderdaad: het publiek heeft de film slecht gezien. Maar in hoeverre dat de waardering heeft beïnvloed, durf ik niet te zeggen. Zoals ik al zei: ook bij het AFFF weten we niks.
Roel Haanen

(Aflevering 8, woensdag 16 april)

Zo ben ik altijd van mening geweest dat de nieuwe Romero, Carpenter of Argento op het festival moet draaien, ongeacht wat de programmeurs ervan vinden . Want zelfs als de nieuwe film van een oude held zwaar tegenvalt, dan willen de fans dat toch graag even zelf vaststellen. En waar kan dat beter dan op het AFFF?
Dat vond ik dus. Tot ik Mother of Tears: The Third Mother zag. Dat Dario Argento’s sluitstuk van zijn heksentrilogie zou tegenvallen, kwam niet als een verrassing. Argento levert al jaren middelmatig werk af, dus niemand zal de hoop hebben gekoesterd dat Mother of Tears het zou halen bij de voorgangers Suspiria (1977) en Inferno (1980). Ik al helemaal niet. Maar zelfs met hele lage verwachtingen schrok ik van The Third Mother, waar de visueel spectaculaire set -pieces die zijn oude werk kenmerken ten enen male ontbreken. Bij de scène waarin een vrouw gewurgd wordt met haar eigen ingewanden, bekroop me de gedachte dat Argento steeds meer begint te lijken op de Italiaanse prutsers waar hij zich dertig jaar geleden nog in positieve zin van onderscheidde.
Moesten we dit anno 2008 nog op het AFFF draaien? Was mijn stelling dat elke nieuwe film van een oude held zonder meer een plekje verdient op het AFFF nog wel houdbaar ?
Ja dus. Na de eerste voorstelling afgelopen weekend werd The Third Mother tot mijn stomme verbazing door het publiek gewaardeerd met een voldoende . Over de onvoorspelbare smaak van het festivalpubliek volgende keer meer in dit weblog. Voor nu antwoord op de vraag boven dit stukje: oude helden... maar hoe lang nog? Nog heel lang, geloof ik.
Roel Haanen

(Aflevering 7, dinsdag 15 april)

Behalve anekdotes over successen, tegenslagen en Steven Seagal, gunde hij ons de trailerpremière van zijn nieuwste film. The Lost Tribe wordt misschien geen klassieker, maar Reinés doorzettingsvermogen en no nonsens houding dwingen bewondering af. Met zijn camera, hangend aan een kabel boven de jungle van Costa Rica: ‘Je moet gewoon je guts volgen.’
De guts van Stephen Rea, konden we gisteravond zien liggen op de auto van een jonge verpleegster. Doorrijden na een aanrijding is onverstandig, maar helemaal af te raden wanneer het slachtoffer zwaargewond in de voorruit is blijven steken. In Stuck bouwt Stuart Gordon een klein krantenbericht uit tot een uiterst pijnlijke ervaring. Gisteravond, toen we na afloop de stembriefjes telden, ontpopte zich een discussie over Gordons sombere mensbeeld, waartegen alleen zijn sardonische humor gewapend lijkt te zijn. Steven Seagal en een filosofische discussie over het gebrek aan empathie in de mens – in één festival!
De stemmen die we telden, waren die voor de verrassingsfilm. Ik kan het nu onthullen: P2 van Franck Khalfoun. Een jonge zakenvrouw raakt op kerstavond ingesloten in een kantoorgebouw. Beneden, in de ondergrondse parkeergarage wacht haar een akelige aanbidder… Een degelijke en spannende psychopatenfilm; het publiek leek slechts gematigd positief. Het scenario van P2 werd trouwens geschreven door Alexandre Aja en Grégory Levasseur. Twee Fransmannen die, na het succes van Ils/Them, óók naar Hollywood trokken voor de remake van The Eye. Ook hier: hoge en niet geheel ingeloste verwachtingen. Het laveren tussen de eisen van studio’s, filmsterren en de eigen wensen blijft een kunst op zich. Stuart Gordon ontpopt zich zo langzamerhand tot een herkenbare ‘auteur’. Reiné leert met vallen en opstaan en vertelde ons er gister alles over: ‘Je moet gewoon je…’ Precies.
Barend de Voogd

(Aflevering 6, maandag 14 april)

Om de vraag Who needs Hollywood? te beantwoorden schoven aan bij Hans de Amerikaanse producent Michel Bayan (One Day Like Rain) en de Nederlandse filmmakers Paul Ruven (auteur van de bestseller Het Geheim van Hollywood) en Roel Reiné (maker van Pistol Whipped, volgens recensies de beste Steven Seagalfilm sinds acht jaar). Voor een uitgebreid verslag ontbreekt hier de ruimte, maar opvallend was dat ik in toenemende mate het gevoel kreeg dat je als weldenkend filmmaker juist zover mogelijk moet zien wég te blijven van Hollywood. Als regisseur heb je helemaal niks te melden. Je staat namelijk in dienst van a) de financiers, b) de sterren en c) de scenarioschrijvers. Enige uitzondering, zo merkte Michel op, is als je volkomen independent in de marge opereert. Een ander lichtpuntje bespeurde ik toen Roel verrassend genoeg opmerkte dat het maken van films in Hollywood stukken goedkoper is dan hier. Voor de 7 miljoen euro die Brief voor de Koning kost maak je in Hollywood een film met Michelle Pfeiffer en Al Pacino. En dat heeft meer te maken met de enorme concurrentie aldaar dan met de lage dollarkoers. Ook schijnt het echte Hollywoodgeld tetgenwoordig uit Duitsland te komen, maar dat is weer een ander verhaal.

Vandaag belooft Roel Reiné in zijn masterclass helemaal een boekje open te doen over wat er zoal speelt achter de schermen in Hollywood. Alle opnameapparatuur strikt verboden!
Jan Doense

(Aflevering 5, zondag 13 april)

Voor Phil was het de eerste keer dat hij de brullende meute welkom mocht heten en hij sloeg zich er manhaftig doorheen. Van de Q&A met de makers van de winnende korte film uit de [REC]-wedstrijd was geen woord te verstaan, maar vreemd genoeg was toch duidelijk dat het publiek er sympathiek tegenover stond.
   
Aan het eind van de eerste pauze mocht ik de jaarlijkse Scream Queen Contest presenteren, waarvoor de moedigste dames uit het publiek gevraagd werd zich vocaal uit te leven op het thema ‘schrikken, schreeuwen, sterven’. De jury , bestaande uit Manfred ter Burg (conceptbedenker), Michel Bayan (co-producent van One Day Like Rain) en Ken Marshall (producent van The Cottage). koos unaniem voor Jantien de Geest, die met een fijne goodie bag naar huis ging.

Traditiegetrouw vinden de bezoekers van de NoT de films hééééélemaal niks. Niettemin was het tijdens [REC] en Hatchet regelmatig behoorlijk stil, hetgeen doorgaans op het tegendeel duidt. Ik ben na het begin van  À l’Intérieur afgehaakt om dit weblog te kunnen schrijven, maar heb mijn spionnen gevraagd om op te letten hoe het  hardcore horrorpubliek reageert wanneer Béatrice Dalle met een enorme kledingschaar de hoogzwangere buik van haar tegenspeelster begint open te knippen. Daar ben ik dan toch wel even benieuwd naar.

Als de planning een beetje klopt loopt The Rage rond 8 uur ’s ochtends uit, waarna de schoonmakers met man en macht aan het werk gaan om Tuschinski 1 twee uur later helemaal spic & span op te leveren voor een speciale voorstelling. Of dat allemaal gelukt is laat ik morgen nog even weten.
Jan Doense

(Aflevering 4, zaterdag 12 april)

Ik had me zeer verheugd op mijn eerste openingsavond in de luwte en het was zelfs de eerste keer dat ik vóór aanvang iets gegeten heb. Kun je nagaan hoe relaxed ik was. Men had voor mij een mooie plaats gereserveerd in een van de loges, maar het leek me toch leuker om ergens helemaal vooraan te zitten. Toen Phil me het podium opvroeg en ik een waanzinnig kunstwerk van Peter Pontiac, Erik Kriek, Typex en Paul van Fessem aangeboden kreeg was ik al perplex, maar toen onze wethouder Carolien Gehrels het podium betrad begon ik echt nattigheid te voelen.

Om even een paar veel gestelde vragen te beantwoorden:
1. Nee, ik wist echt van niks.
2. Nee, ik hoef nu niet met ‘u’ of ‘ridder ’ te worden aangesproken.
3. De versierselen mogen alleen gedragen worden op de dag van ontvangst en bij protocollair vastgestelde gelegenheden.
4. Ik heb de onderscheiding opgedragen aan mijn vader omdat hij er tot op heden, ondanks de nodige inspanningen buiten hem om, geen mocht ontvangen terwijl ik vind dat hij die wel dubbel en dwars verdiend heeft. Mijn ouders zaten overigens allebei in de zaal.

In plaats van een avond op de achtergrond werd het dus de meest legendarische openingsavond ooit, helemaal door het mooie compliment van Tim Burton.

O ja: Carolien Gehrels refereerde aan een Career Achievement Award voor Peter Jackson en in het Engelstalige The Times staat deze week dat hij die in 2004 zou hebben ontvangen. Dat is onjuist. In 2004 wijdde het AFFF weliswaar een retrospectief aan Jackson en was het inderdaad de bedoeling dat hij de award zou ontvangen, maar dat is er helaas niet van gekomen. Wel won hij in 1993 de Silver Scream Award voor Braindead. Zo , dan is dat ook weer rechtgezet. En nu op naar de Night of Terror!
Jan Doense

(Aflevering 3, vrijdag 11 april)

Het publiek, dat trouwens opvallend relevante vragen stelt, inclusief dat jochie van een jaar of 11, schiet unaniem in de lach. Het is het ongedwongen besluit van het ongedwongen festivalbezoek van een man die dan al minstens duizend handtekeningen heeft gezet op filmstills, dvd-hoesjes, posters en in boeken, en zijn warrige haardos 346 maal gewillig tegen het hoofd van een onbekende fan heeft gevleid ten behoeve van een snapshot.
Burton hebben we inmiddels uitgeleide gedaan, maar Michel Bayan blijft nog even. Met Michel bevinden we ons aan de andere kant van het spectrum: een onbekende producent van een (nog) onbekende film, One Day Like Rain. Met een score van 6,16 op een schaal van 10 bungelt deze vooralsnog onderaan de populariteitspoll, maar Michel is er juist trots op dat de tweede lange film van zijn vriend Paul Todisco uiteenlopende reacties oproept. ‘De stemming is meestal 50/50, en dan ben ik al gelukkig.’
Michel is een soort gelegenheidproducent die zich met zijn eigen bedrijf op het internet gaat storten. Zijn strategie is om korte episodes van een film online te vertonen en met de bezoekersaantallen vervolgens adverteerders binnen te halen. Het is de toekomst, volgens Michel en zijn enthousiasme is aanstekelijk. Tot je je realiseert dat je een filmfestival als het onze dan wel kunt opdoeken. In de gaten houden, die Michel, en niet alleen vanwege zijn prettig gestoorde film.
Phil van Tongeren

(Aflevering 2, donderdag 10 april)

En dat Burton en aanhang (vijf stuks) met twee chauffeurs en twee begeleiders in twee festivalauto’s worden gepropt – ook geen probleem. Bij mijn vuurdoop als festivaldirecteur had ik het slechter kunnen treffen. Wanneer de regisseur die avond op het podium van Tuschinski verschijnt om zijn prijs in ontvangst te nemen, verwijst hij in zijn dankwoord naar mijn voorganger Jan Doense, die even te voren een ridderorde kreeg opgespeld van de Amsterdamse wethouder van Kunst & Cultuur. ‘Toch wel bijzonder dat je in dit land geridderd kan worden door 20 jaar horrorfilms te vertonen.’

Een bescheiden en genereus man dus, Tim Burton, en trouwens lang niet zo introvert als ik had verwacht. Dat belooft veel goeds voor het publieke interview van vanmiddag. Dat we daarvoor niet naar een grote zaal zijn uitgeweken, terwijl de belangstelling vele malen groter is dan we op de gekozen locatie aankunnen, is eigenlijk wel prima. Zo blijft de afstand tussen het publiek en de regisseur beperkt en de sfeer intiem.

Morgen leest u hier meer over de apotheose van Circus Burton.
Phil van Tongeren

(Aflevering 1, woensdag 9 april)

Toch voel ik me niet meer dan een radertje in het grote geheel. Zelfs toen ik twintig jaar geleden in een bandje zat en vooraan op het podium van Pinkpop een keel mocht opzetten, voelde ik me al niet geroepen een onuitwisbare indruk te maken op de mensheid. Het is heel simpel: wat telt is wat je doet, niet wie je bent. Tegelwijsheid nummer 1. U heeft er de komende dagen nog een paar tegoed.

Op de een of andere manier heb ik de indruk dat onze eregast Tim Burton er net zo over denkt. Alleen al het feit dat hij zich verwaardigt naar dat petieterige landje aan de zee af te dalen, waar de glamour van Cannes en Venetië toch echt ver te zoeken is. Zo’n man zal straks vast niet eisen dat zijn hotelsuite geheel roze wordt overgeschilderd – wat de inmiddels vergeten Hollywooddiva Demi Moore ooit schijnt te hebben verordonneerd. Zo’n man verdwijnt het liefst achter zijn oeuvre.

Nee, Tim Burton komt alleen naar Amsterdam om mij, om ons, om u, een plezier te doen. En als hij en ik straks samen op het podium staan en de career achievement award van mijn handen in de zijne overgaat, weet ik zeker dat ik weer dat Pinkpopmoment beleef, en hij iets vergelijkbaars. Weet ik zeker . Of ik gelijk heb en die hotelsuite niet toch van kleur zal verschieten, leest u morgen.
Phil van Tongeren