filmjaar 2016

Oh no! Techno-fear

The Matrix en The Fly over weigerende technologie

Martin ten Broek ,

'Oh no, techno-fear, all machinery is ganging up on me again!' Neil, de hippie onder The Young Ones, raakt behoorlijk in paniek, terwijl er niet veel meer aan de hand is dan een wasmachine die - volkomen terecht - het extreem smerige wasgoed van de jongens uitspuugt.

Nu is de linzen-etende langharige uit de Britse cult-tv-serie ook nauwelijks toegerust om tegenstribbelende technologie het hoofd te bieden. Hacker Neo ( Reeves), daarentegen, valt in The Matrix rustig in slaap terwijl stromen webpagina's op z'n monitor voorbijdrijven. Duidelijk is meteen dat hij vertrouwd is met computers, ze de baas kan. Neo is iemand zonder enige techno-fear.

Op een nacht krijgt Neo een openbaring: de wereld zoals hij en wij die kennen bestaat niet. In de échte wereld liggen mensen in couveuses, ze worden door een computer zoetgehouden met een uitgebreide gesimuleerde werkelijkheid. Ze zijn zich niet bewust van de echte wereld, waar het altijd onweert en waar inktvis-achtige robots jagen op mensen die uit de droom ontsnapt zijn. In die echte wereld opereren verzetsstrijders die de strijd willen aanbinden met de machines. Aan het eind van de trilogie overwinnen ze uiteindelijk. In de tussentijd worden quasi-filosofische en -religieuze thema's aangestipt. De makers wilden vragen stellen als: "Wat betekent het om mens te zijn?" en " Bestaat God"?.

Dan houdt David Cronenberg het in The Fly een stuk eenvoudiger. De wereldvreemde wetenschapper Seth Brundle (Goldblum) heeft een computergestuurde teleportatiemachine uitgevonden. Hij werkt nog niet perfect, levende wezens komen gruwelijk verminkt aan in het ontvangststation. Misschien, denkt Seth, zou de computer eerst de essentie van 'het vlees' moeten leren kennen. Gelukkig is een knappe journaliste (Davis) graag bereid om Brundle de fijne kneepjes van het vlees bij te brengen. Maar natuurlijk gaat het gruwelijk fout als Brundle op een avond, jaloers en dronken, besluit zichzelf te teleporteren. 

Regisseur Cronenberg gebruikte al vaker gevaarlijke, soms perverse technologie in zijn films. In Videodrome beginnen televisies zwoel te hijgen als bepaalde videobanden worden ingeladen, in ExistenZ worden spelcomputers rechtstreeks aangesloten op het menselijk brein via in de huid geïmplanteerde stekkertjes, en weten spelers niet of ze nu in het spel zitten of in de echte wereld.

Cronenberg had toen hij halverwege de jaren tachtig The Fly maakte nog geen beschikking over geavanceerde computeranimaties, hij moest het doen met - zeer effectieve - make up om zijn schrik- en walgmomenten te creëeren. Niet dat dat erg was, integendeel. Te overdonderende special effects leiden de aandacht vaak alleen maar af. Dat zie je aan de vervolgfilms van The Matrix, daarvoor kregen regisseurs Larry en Andy Wachowski de beschikking over een enorme hoeveelheid geld, die in zeer dure, mooie special effects werden gestopt. Maar de personages werden platter, en minder interessant.

SF-films verliezen vaker aan kracht als de techniek de overhand krijgt. Veel makers zouden een gezonde dosis techno-fear heel goed kunnen gebruiken.

Op tv:
The Matrix

Dinsdag, 31 mrt 2009, 20:30-23:10, Veronica/Jetix

The Fly
Woensdag, 1 apr 2009, 22:45-00:35, RTL 7