filmjaar 2016

De enige echte Surinaamse film

De gerestaureerde versie van Wan Pipel is te zien op het NFF 2010

Diederik Samwel ,

De gerestaureerde versie van de Surinaamse speelfilm Wan Pipel (1976) is te zien op het Nederlands Filmfestival en draait aansluitend in de bioscoop.

Volgens regisseur Pim de la Parra is de film nog onverminderd actueel. Voor een film uit de jaren zeventig van de vorige eeuw is de grote zaal van het gloednieuwe tbl Cinemas in Paramaribo opvallend goed gevuld. Verschillende generaties Surinamers klappen en lachen om het hardst. Oudere dames prevelen lip sync hele dialogen mee. Een paar keer schiet de zaal te vroeg in de lach, vooral wanneer de acteurs zich van stevige Surinaamse schuttingtaal bedienen. Gejoel klinkt op het moment dat de creoolse hoofdrolspeler pontificaal de deur wordt gewezen tijdens een hindoestaanse bruiloft. Hoongelach wanneer de spot wordt gedreven met al die landgenoten die zonodig hun geluk willen beproeven in ‘Holland’, het land van melk en honing.

Zo beleeft de volledig gerestaureerde en gedigitaliseerde versie van Wan Pipel uit 1976 zijn wereldpremière. Vooral in Suriname geldt de speelfilm als klassieker; het was de eerste film die er meer dan honderdduizend bezoekers trok. Wan Pipel bleef maanden, zelfs jaren, in roulatie, terwijl talloze Surinamers een video of dvd in huis hebben. Volgens velen is het ook de enige echte film die ooit in en over Suriname is gemaakt.

Het verhaal is eenvoudig. De creoolse economiestudent Roy, gespeeld door Borger Breeveld, keert na vijf jaar terug naar Suriname, omdat zijn moeder op sterven ligt. Daar raakt hij er steeds sterker van overtuigd dat hij thuishoort in zijn geboorteland.

Alsof alle geuren, kleuren, vruchten en ook de aarde sinds zijn terugkeer pas echt tot hem doordringen. Hij wordt verliefd op de hindoestaanse Rubia, een destijds vanwege de etnische spanningen uiterst gedurfde rol van Diana Gangaram Panday. Roys Nederlandse vriendin Karina ( Willeke van Ammelrooy) reist hem tevergeefs achterna. Want hoewel ook zijn vader hem blijft voorhouden dat zijn toekomst aan de andere kant van de oceaan ligt, blijft Roy voorgoed in Suriname.



Filmcanon
Regisseur Pim de la Parra (70) is gelukkig met de hervertoning : ‘Trots, welnee! Als ik al trots ben, ben ik trots op de kosmos,’ verklaart hij grijnzend. De filmbeelden zitten allemaal nog in zijn hoofd. Alsof er geen 35 jaar zijn verstreken sinds hij de film heeft zitten monteren. De la Parra is vereerd met de restauratie. De kleuren zijn helemaal terug, de krassen zijn vrijwel verdwenen, maar wat hem vooral goed doet, is het geluid: ‘Zonder fatsoenlijk geluid blijft er niets over van je film. En ik moet eerlijk toegeven dat we dat, zo jong als we toen waren, heel aardig hebben gedaan.’

De tijdrovende en kostbare opknapbeurt van Wan Pipel is de verdienste van eye Film, het voormalige Nederlandse Filmmuseum. Volgens curator Emjay Rechsteiner is het een van de 42 speelfilms en documentaires uit de Nederlandse filmgeschiedenis die zo uitgebreid worden gerestaureerd. De titels van de andere speelfilms wil Rechtsteiner niet verklappen, zoals hij ook de term ‘filmcanon’ liever niet in de mond neemt. ‘Het gaat om de hoogtepunten van onze kleurenfilmgeschiedenis die van cinematografisch groot belang zijn en tegelijkertijd het meest karakteristieke beeld opleveren van de twintigste eeuw .’

De behandeling van de films komt erop neer dat de film beeld voor beeld wordt uitgesplitst in drie negatieven. Zwart-wit gaat namelijk veel langer mee dan kleur. Vervolgens worden de grijstinten vergeleken en opnieuw ingekleurd, zegt Rechsteiner: ‘Dit proces maakt het mogelijk dat een film over pakweg 3000 jaar nog steeds vertoond kan worden. Even aangenomen dat ze tegen die tijd nog met zo’n kopie overweg kunnen.’

Mannetje Bouterse
De Nederlandse première van de hernieuwde Wan Pipel staat geprogrammeerd tijdens het Nederlands Filmfestival op 28 september. Voor eye Film is het de eerste gerestaureerde kleurenfilm die wordt gepresenteerd. Twee dagen later gaat Wan Pipel opnieuw in roulatie. Hoewel hij niet zo happig is op reisjes naar het buitenland komt de regisseur er
speciaal voor over uit Suriname.

De hernieuwde belangstelling voor De la Parra en Wan Pipel komt in een periode dat de verhoudingen tussen Nederland en Suriname flink onder druk staan. Sinds Desi Bouterse tot president is gekozen, pleiten nogal wat Nederlandse politici voor het opschorten van de samenwerkingsrelaties . In zijn huis in het centrum van Paramaribo vraagt De la Parra zich af waarom ‘ dat mannetje Bouterse de Nederlandse media toch zo obsedeert. Alsof de schoolmeester het stoutste jongetje van de klas niet meer tot de orde kan roepen .’

De fimmaker vindt het ‘vermakelijk’ hoe volwassen mensen ineens de steun aan projecten in Suriname willen intrekken, terwijl Bouterse toch is gekozen na een democratisch proces. Bouterse – ‘het product van de Nederlands- Surinaamse politiek’ – had daar vol- gens De la Parra anders op moeten reageren . Hij had gewoon kunnen laten weten dat hij de reacties uit Nederland heeft gehoord en gelezen en vervolgens een officiële delegatie moeten uitnodigen voor een bezoek aan Suriname: ‘Daarna neemt hij die diplomaten en politici mee naar het binnenland. Precies zoals
papa Ferrol in Wan Pipel tegen de Nederlandse vriendin van zijn zoon het zegt: “En als je weer terug bent in Nederland, ga je nooit vergeten dat je in Suriname bent geweest.”’

Want dat verklaart veel van de miscommunicatie tussen beide landen: in Nederland hebben ze geen idee hoe het eraan toegaat in het ‘voormalige wingewest’. Wan Pipel zou volgens De la Parra ook anno 2010 het antwoord van elke Surinaamse politicus kunnen zijn op de ingewikkelde relatie, want zoveel is er niet veranderd sinds de film is uitgebracht.
‘De etnische groepen leven nog steeds door elkaar heen of in aparte wijken. Terwijl ze nog elke dag naast elkaar staan bij omu Snesim, de Chinese supermarkt om de hoek.”

Martin Scorsese
Behalve Wan Pipel wordt het complete oeuvre van De la Parra geconserveerd en gedigitaliseerd door eye Film, zodat zijn films nog tot in lengte van jaren te zien zijn. Daarmee is in totaal naar schatting 400 tot 500 duizend euro gemoeid. Ook de eindmontage van zes onvoltooide films van de regisseur maakt deel uit van de hersteloperatie, die over een jaar wordt afgerond met de vertoning van Obsessions.
Niet zonder trots vertelt De la Parra dat Martin Scorsese nog heeft meegewerkt aan het script: ‘Murder, suspense, psycho en seks. Heel veel seksscènes, haha, zoals ze nooit eerder waren vertoond . Eigenlijk is de Nederlandse seksfilm begonnen met mijn film Obsessions.’

Hij beschouwt het opnieuw uitbrengen van zijn werk als ‘een grote beloning voor een filmmakertje. De hernieuwde aandacht voor Wan Pipel heeft wel iets van een Wiedergutmachung. Het is opmerkelijk dat mij dit nu overkomt. En dan al die pers erbij; ik moet nog oppassen dat dit heertje niet wordt doodgeknuffeld. Alsof er nu pas waardering ontstaat voor de film.”



De la Parra verwijst daarmee naar de matige ontvangst in 1976. Destijds struikelden verschillende recensenten over de volgens hen bepaald povere acteerprestaties in de speelfilm waarin Van Ammelrooy de enige professionele actrice was. De regisseur zelf stelt dat de zogenaamde filmkenners die zich destijds zo neerbuigend over zijn film uitlieten, het vakmanschap en de wereldvisie niet op waarde wisten te schatten, ‘eenvoudig omdat ze nooit in Suriname waren geweest ’.

De recensies vormden slechts een deel van het verhaal. De la Parra vertelt dat bioscoopeigenaren eind jaren zeventig nogal huiverig waren om zijn film uit te brengen. Ondanks het voorafgaande succes van Orfeo Negro en met name Blue Movie: ‘De distributeur en de exploitanten vonden Wan Pipel een heel andere film. Ze waren vooral ook angstig voor heftige reacties vanuit de Surinaamse gemeenschap. In die tijd was net de film The Klansman met Lee Marvin, Richard Burton en O.J. Simpson uitgekomen. Daarin worden in de eerste minuten twee zwarte mannen gelyncht door de Ku Klux Klan. Dat leidde tot agitatie in de City-bioscoop. Daar begonnen een paar Surinamers of Antillianen hun bioscoopstoel met een mes te bewerken. Daardoor waren bioscoopeigenaren ervan overtuigd dat Wan Pipel hun zaak zou ruïneren.’

Faillissement
De distributeur besloot daarop de film slechts met drie kopieën uit te brengen. Maar dan kenden ze De la Parra nog niet. Die stond erop dat Wan Pipel in minstens 25 zalen te zien zou zijn. Hij stapte naar de Surinaamse premier Henck Arron, die op dat moment voor een officieel bezoek in Nederland was, en kreeg gedaan dat de Surinaamse overheid 25 extra kopieën financierde. Een kopie kostte toen 3000 gulden, waarmee het bedrag dat Suriname in Wan Pipel investeerde op 275 duizend gulden kwam, bij een totaalbudget van 1, 25 miljoen.
De la Parra noemt die overheidssubsidie ‘een goed ding. Het is ook eigenlijk een heel nationalistische film. Bouterse heeft Wan Pipel niet voor niets geschaakt in het begin van het militaire regime. Eindelijk een film van een Surinamer over Suriname, zo werd ’ie gepresenteerd.’

De extra financiële steun mocht niet baten. De film bleef steken op 150 duizend bezoekers terwijl er een miljoen begroot waren. De flop leidde tot het faillissement van $corpio Films bv, de productiemaatschappij van het duo Wim Verstappen en Pim de la Parra. Wan Pipel is in al die jaren precies één keer op de Nederlandse televisie vertoond.

Zelfs dat was kennelijk te gevoelig, vermoedt De la Parra. 35 jaar later komt het allemaal goed. De cineast maakt als speciale gast opnieuw zijn opwachting tijdens het Filmfestival , terwijl eye Film op 3 oktober een themadag over hem organiseert.