nieuwe site?

Ode aan het Italiaanse moordmysterie

La doppia ora

Oliver Kerkdijk ,

Open de schatkist van de Italiaanse genrefilmhistorie en de parels glanzen je tegemoet. De ingenieuze thriller La doppia ora knoopt aan bij een rijke traditie.

‘Wie veel keus heeft, kiest misschien het verkeerde.’ Dit zinnetje, net het aforisme schampend, krijgt in La doppia ora (het dubbele uur) lading. Tijdens een avondje speed dating in een sfeerverlicht etablissement in Turijn ontmoeten Sonia ( Kseniya Rappoport) en Guido ( Filippo Timi) elkaar. Aanvankelijk aarzelen ze, het Sloveense kamermeisje uit Ljubljana en de Italiaanse ex-politieman die is overgestapt naar de particuliere bewakingssector. Maar de vonk valt niet te loochenen en het avontuur begint.


La doppia ora

Wanneer Guido tegen alle beroepsprotocol in Sonia uitnodigt op het landgoed waar hij een villa vol kostbare kunst bewaakt, dendert het noodlot hun beider levens binnen. Bij een geoliede roofoverval door gewelddadige bivakmutsen wordt Guido door een kogel getroffen en sterft.

Of toch niet? Dat de doodgewaande vervolgens in Sonia’s buurt opduikt, is het gemene vishaakje dat onder het aas van een ogenschijnlijke liefdesgeschiedenis tevoorschijn komt. Basis voor deze coup is het briljante scenario: de puzzel die Alessandro Fabbri, Ludovica Rampoldi en Stefano Sardo hebben gelegd, raakt namelijk in zijn trompe-l’oeil en psychologie aan de perfectie. Met ellipsen, tijdlagenmanipulatie en uitgekiende persoonsperspectieven voert het drietal een geraffineerd illusionistennummer op .

Daarbij ontpopt Giuseppe Capotondi, jarenlang maker van videoclips en reclamespots, zich als de ideale man voor de mise en scène. Voor zijn debuutregie wendt hij eclectische inspiratiebronnen aan. Roman Polanski (paranoia van de hoofdpersoon) en John Cassavetes (vrouwenportret, camera op de schouder) zijn bekende namen.

Beduidend minder in het collectief bewustzijn zit de Italiaanse genrecinema uit de eerste helft van de jaren zeventig. Het zijn name de eerste drie films van Dario Argento die hun sporen in deze thriller hebben nagelaten. l’Uccello dalle piume di cristallo (1970), Il gatto a nove code (1971) en Quattro mosche di velluto grigio (1971) spelen met de waarneming van de toeschouwer als de kat met de gevangen vogel. La doppia ora doet exact dat.

Scenariokronkels
Het genre waarin Argento ooit excelleerde heet giallo, naar de gele boekomslagjes waarin moordmysteries door Mondadori in Italië werden uitgegeven. Al snel werd het synoniem met de Italiaanse whodunit waarin een al dan niet krankzinnige moordenaar met zwartlederen handschoenen rondwaart.

Genreblauwdruk is Mario Bava’s Sei donne per l’assassino uit 1968, waarin de dader het op mannequins in Rome heeft voorzien. Logica goochelt zichzelf weg ten faveure van horrorsfeer. Ieder verbazingwekkend dieptescherp shot is een kleur bloedende oogstreling. Altijd valt die fantasievolle giallo-vormgeving het eerst op. De locaties en decors van het openluchtmuseum dat Italië heet, scheppen samen met irreële belichting en vloeiende cameravoering de illusie van een parallelle wereld. Daar gelden andere filmwetten.

De scenariokronkels van de giallo hebben hoegenaamd niets gemeen met de plotslaafse functionaliteit van Anglo- Amerikaanse vertelsjablonen. Omweggetjes zijn verplicht. Vaak wandelen interessante, grappige nevenpersonages door de handeling. Evenals bij spaghettiwesterns vervult de muziek, met zijn onvervreemdbaar mediterrane klankkleuren, een hoofdrol. Hun volstrekte eigen(gereid) heid maakt de Italiaanse thrillers uit de hoogtijdagen fascinerend. Zelfs de mindere exemplaren zijn, vanwege een eigenaardige constructie of geïnspireerde losse scènes, het bekijken waard.

Noodlot
Nog onlangs kwam uit onverwachte hoek een miniode aan de klassieke giallo: de openingsscène van het prachtige La solitudine dei numeri primi. Saverio Costanzo regisseerde de ouverture, een spook- en sprookjesachtig uitgelicht stukje kindertoneel in een schoolgymzaal, bewust als een Argento- pastiche.

Het opzwepende thema dat de scène begeleidt, heet ‘Magic thriller’ en komt voor rekening van de legendarische Italiaanse progrockformatie Goblin. Zij componeerden onder meer de nu klassieke score voor Argento’s meesterstuk Profondo rosso (1975). Helaas scoren veel gialli hoog op de misogyniemeter. Dat begint al bij de affiches in hallucinante kleuren, waarop doorgaans een beeldschone jongedame in een nachtmerrieachtige scène staat afgebeeld. Het voyeurselement van de theatrale moordscènes valt voor de weldenkende mens moeilijk te verteren.

Toch zijn er tijdens die avontuurlijke jarenzeventigperiode ook genreverwante films gedraaid die je ‘apocriefe’ gialli zou kunnen noemen. Preciezer geformuleerd: drama onder een psychothrillervernisje. La doppia ora past tussen deze lastig te plaatsen films , waarin een moordmysterie als kapstok fungeert of soms ook geheel afwezig is. Eigenlijke thema’s zijn eenzaamheid, melancholie over wat voorbij is, het afbrokkelend geestelijk equilibrium en het noodlot. Er schuilt een zeker ironisch onrecht in dat nu precies deze titels slapen in de vergeetput van de filmgeschiedenis.

Aan een van deze obscure films herinnert La doppia ora in het bijzonder: Luigi Bazzoni’s Le orme uit 1975. Daarin tracht de gedesoriënteerde Alice (fijngevoelig vertolkt door actrice Florinda Bolkan) zich in een verlaten kustplaatsje te herinneren waar ze de dagen ervoor is geweest. Meer en meer lopen werkelijkheid en waanvoorstelling door elkaar en het tragische einde is in de beste noir-traditie.

Doolhof

La doppia ora, net zo weinig na te vertellen als Le orme, voert een gelijksoortig personage door de doolhof van haar waarneming en geheugen. Spijtig genoeg ontbreken de bijbehorende, genretypisch flamboyante visuelen. Niet echt verwonderlijk wanneer je even een blik werpt op de behoorlijk hedendaags ogende videoclips die Capotondi draaide voor bands in de semi-alternatieve sector.

Driewerf helaas komt daar eveneens het soundtrackboeketje vandaan. Maar voor diegenen zonder een Italo-genrecinefiel referentiekader zal deze contemporaine beeld-muziekcombinatie weer een pre zijn . Hij sluit simpelweg aan bij courante, naturalistischere filmstijlen.

Dat het puristischer kan, bewezen Hélène Cattet en Bruno Forzani, twee Waalse cinefielen met niet bepaald filmacademieverantwoorde preferenties. Voor hun giallo-hommage Amer (2009) kozen zij juist voor het sublimeren van het beeld én voor een compilatie van bestaande filmmuziek. Toch is de film het contrapunt tot gemakzuchtige retro en pastiche. In het script, dat een vrouw in verschillende leeftijdsfasen volgt, is het conventionele misdaadelement ver naar de achtergrond geschoven en de dialoog minimaal. Alles berust op één vloeiende golfbeweging van wondermooie shots die elk voor zich een schilderijtje zijn. Gaandeweg ontstaat het cinéma pur-effect van een koortsdroom.


Amer

Waar in Amer de beeldpoëzie de kijker in de sfeer van realiteitsvervorming meetrekt, zijn dat in La doppia ora de plotwendingen, dode hoeken en scenariovalkuilen. Beide films zijn prettig apolitiek en maken herinneringen los. Herinneringen aan die inventieve en onpretentieuze Europese genrecinema zoals hij vroeger, ver voor de tijd van nationale en eu- filmsubsidies met kunstverplichting, ooit eens heel gewoon was. Die tijd komt, helaas, nimmer weerom. We sluiten af met de mededeling dat een Amerikaans hermaaksel van La doppia ora dreigt en beloven bij deze alvast om er niet over te schrijven.