nieuwe site?

Weblog Imagine 2012

Vinger aan de bloedende pols van het festival

Artistiek directeur Phil van Tongeren en programmeurs Barend de Voogd en Roel Haanen berichten in een weblog over het 28e Imagine Festival.

Geen masker, geen cape

Aflevering 3 (23 april)

Superhelden bestaan niet. Schreef festivaldirecteur Phil in zijn voorwoord in de catalogus niet al dat Superman in zijn eentje een trein van een rails kan tillen? Nou, waar was-ie zaterdag? Ook Imagine’s eigen held Supercool was in geen velden of wegen te bekennen.

Niks ten nadele van Supercool, maar een trein optillen om een ramp te voorkomen, dat gebeurt alleen in strips en films . Het beste waar je bij een ‘echte’ superheld op mag hopen, is een simpele goede daad. Een beetje onbaatzuchtigheid. Zoals de gemaskerde mannen en vrouwen in Superheroes die daklozen helpen, een dronken man zijn autosleutels afnemen en een gay basher in de val proberen te lokken.

Zoals de satirische website Cracked.com deze week liet zien, heb je daar niet eens een masker of cape voor nodig. De eerste superheld in hun overzicht: een New Yorkse bouwvakker die het leven redde van een man die door een epileptische aanval op de metrorails was beland.

Stom toevallig had filmmaker Will Hess zaterdag na de Q&A bij zijn documentaire over Stan Lee óók een epileptische aanval, op de stoep voor Kriterion. Geen superheld in de buurt. Gelukkig wel behulpzame festivalgangers en een festivaldirecteur die in de ambulance meereed naar het ziekenhuis. (Met Will Hess gaat het overigens weer helemaal goed.)

Ondertussen werd op het Rembrandtplein een andere festivalgast zijn beurs gerold. Superhelden bestaan niet. Superhufters daarentegen…

Roel Haanen

Stoker is dood, lang leven Dracula

Aflevering 2 (20 april)

Vandaag, 20 april 2012, is het precies honderd jaar geleden dat Bram Stoker overleed. Blogger Barend staat stil bij de man die in 1897 het ontsterfelijke Dracula schreef.

De beroemdste horrorroman ter wereld – met een van de minst tot de verbeelding sprekende openingszinnen ooit: ‘Left Munich at 8.35 p.m. on 1st May, arriving at Vienna early next morning; should have arrived at 6.46, but train was an hour late.’ Toch vind je in die alledaagse dagboeknotitie van Jonathan Harker al wat Dracula zo fantastisch maakt. De gothic novel is namelijk helemaal niets anders dan een verzameling dagboekfragmenten, brieven, medische rapporten, scheepsjournaals, krantenknipsels en zelfs in steno uitgewerkte fonograafopnames waarin heel nuchter verslag wordt gedaan van het bezoek aan London van de bloeddorstige graaf uit Transsylvanië. Net echt.

Bram Stoker deed in 1897 dus al wat Cannibal Holocaust, The Blair Witch Project, [REC ] en Paranormal Activity later in de film zouden doen: je een fantasie verkopen als waargebeurde en met documenten te staven werkelijkheid. Wat het boek en die films bovendien gemeen hebben is dat het medium, de techniek, veel toevoegt aan de geloofwaardigheid. Bij Stoker was het de net uitgevonden fonograaf; tegenwoordig bevat bijna iedere horrorfilm beelden van een bewakingscamera of mobiele telefoon. En het werkt, nu en toen: Dracula, de roman, is veel enger dan welke van zijn roman afgeleidde vampierfilm ook.

Wat overigens niet betekent dat die films niet de moeite waard zijn. De weduwe Stoker kreeg in 1922 de rechter zo ver dat die oordeelde dat alle prints van Nosferatu (F.W. Murnau ) vernietigd moesten worden wegens plagiaat – maar kreeg gelukkig niet haar zin . Nosferatu overleeft en is een zeer sfeervolle klassieker. Dracula (Tod Browning, 1931) had dan wel de toestemming van de weduwe, maar is eigenlijk een stuk stijver. De Hammer Studio’s en Christopher Lee permitteerden zich een paar decennia later veel meer vrijheden. Dat Stoker zijn roman vulde met erotische dubbele bodems is algemeen bekend, maar wat zou de weduwe Stoker gevonden hebben van de voor die tijd niets aan de verbeelding overlatende kiss of death van Lee en zijn rondborstige slachtoffers? Of, een nog veel recentere nazaat, van de fetisj wear van Kate Beckinsale in Underworld?

Met die laatste film zijn we helaas aangeland bij de talloze niet zo heel erg goede Draculafilms. Van Helsing (2004) is berucht en ik hou eerlijk gezegd ook mijn hart vast voor Dario Argento’s Dracula 3D met Rutger Hauer als vampierjager Abraham van Helsing.

Imagine vertoont dit jaar één vampierfilm, maar dat is dan ook een bijzondere – al heet die gewoon Vampire. Het decor in de mooi geacteerde en vooral originele film van Shunji Iwai is net zo alledaags als die saaie openingszin van Dracula: de film speelt zich af in Canada, in grauwe huizen en kille steden. Biologieleraar Simon is een vampier die niets moet hebben van die types die Underworld en Van Helsing bevolken; voor hem geen rare freaks met capes en hoektanden. Hij tapt zijn slachtoffers het bloed af met behulp van steriele naalden en weckflessen. Wie de roman van Bram Stoker kent, herinnert zich de talloze medische bloedtransfusies. En had Stoker zijn roman vandaag geschreven, dan had Dracula zijn slachtoffers ongetwijfeld op precies dezelfde manier gezocht als Simon: via internet, op een forum voor jonge zelfmoordenaars.

Barend de Voogd

The Artist

Aflevering 1 (4 april)

Regisseur Richard Raaphorst kon na een lange, moeizame aanloop eindelijk zijn debuutfilm realiseren. Een paar weken geleden klonk op de Tsjechische set van Frankenstein’s Army voor de laatste maal ‘It’s a wrap!’

Niet iedereen weet dat Richard ook een virtuoos tekenaar is. Ooit werkte ik met hem samen aan een korte film rond spookachtige gebeurtenissen in een doodgewoon rijtjeshuis. Ik stuurde hem per e-mail delen van het scenario, waarop Richard bijna per ommegaande met schitterende storyboardtekeningen antwoordde. Er onstond een magische dynamiek tussen tekst en beeld, waarbij zijn tekenwerk het verhaal nieuwe impulsen gaf. Dat de film uiteindelijk niet werd gemaakt, doet aan mijn warme herinneringen aan de samenwerking niets af.

Op donderdag 19 april ontvangt Imagine Jim Cornish, verantwoordelijk voor de storyboardtekeningen van twee Batmanfilms, vier Harry Potters en nog een handvol grote studioproducties. Zouden de regisseurs waarmee Cornish werkt eenzelfde symbiose ervaren in de wisselwerking met diens visuele genie? Of ligt er al zoveel vast dat de artistieke bewegingsvrijheid aan beide kanten minimaal is?

Wie Cornish’ werk ziet, vraagt zich af waarom de tekenaar nog geen eigen stripserie heeft, met een 50/50-machtsverhouding tussen tekenaar en schrijver. En of hij, zoals Richard Raaphorst, niet zelf eens achter de camera zou willen staan.

Het antwoord ligt misschien besloten in het karakter van de Brit. Die niets liever doet dan de hele dag tekenen, en nauwelijks lijkt te geven om persoonlijke roem . We gaan het hem straks in ieder geval vragen.

Phil van Tongeren