nieuwe site?

'Wat moet ik daar nou op zeggen?'

Interview met regisseur Roman Polanski

Gerhard Busch ,

Aan de hand van Venus in Fur en Weekend of A Champion gaat het bij Roman Polanski al snel over hypocrisie, puritanisme en andere tijden.

Op het afgelopen filmfestival van Cannes draaide ook Venus in Fur, de nieuwe film van oudgediende Roman Polanski (1933). Net als zijn vorige film, Carnage (2011), een verfilming van een toneelstuk. Maar nog kleiner en nog intiemer. Want telde Carnage nog vier acteurs, nu zijn het er twee.

Of zijn volgende film nog maar één acteur heeft, wil een van de collega- journalisten tijdens het ronde-tafelgesprek weten. ‘Nee, nee,’ antwoordt de oude meester. ‘Met twee mensen heb je altijd een conflict. En een conflict in je eentje is volgens mij masturbatie. Haha.’

Venus in Fur – dat zich vrijwel volledig afspeelt in een theater – zit inderdaad vol conflicten. De wulps geklede Wanda komt lang na de afgesproken tijd op auditie voor de vrouwelijke hoofdrol in een toneelversie van Venus im Pelz, Leopold von Sacher- Masochs baanbrekende boek over seksuele onderwerping. Alleen de regisseur van het toneelstuk, Thomas, is nog aanwezig in het theater. De pedante Thomas voelt zich aanvankelijk ver boven Wanda verheven, maar nadat hij zich door haar heeft laten verleiden samen de rollen te lezen, worden de bordjes al snel verhangen.

Defensief
‘Deze film begon ook in Cannes,’ herinnert Polanski zich. ‘Vorig jaar was ik hier ook en toen kreeg ik van mijn agent het toneelstuk van David Ives in handen gedrukt. Met de opmerking: ga dit maar eens lezen. Toen ik een paar uur de tijd had, begon ik te lezen. En even later betrapte ik me erop dat ik in mijn eentje hardop zat te lachen! Ik was helemaal gegrepen door het stuk. Door de ironie en de frisse kijk op deze battle of the sexes . Ik vond het fantastisch dat er ook eens een rol voor een vrouw was waarin ze niet alleen grappig maar ook dreigend kon zijn. Dat zie je niet vaak.’ 

De twee rollen in Venus in Fur worden vertolkt door Emmanuelle Seigner, de vrouw van Polanski, en door Mathieu Amalric, die akelig veel op een veertig jaar jongere Polanski lijkt . De regisseur reageert defensief als hem wordt gevraagd waarom hij specifiek deze acteurs heeft gekozen. ‘Hoezo, had ik twee andere moeten kiezen dan?’ Hij heeft natuurlijk vaker de vraag gehad waarom hij weer zijn eigen vrouw heeft gecast. Zoals eerder in Frantic, Bitter Moon en The Ninth Gate. Maar hij wil best nog een keer uitleggen dat zijn Emmanuelle wel degelijk een echte actrice is: ‘Ze heeft gewoon te weinig goede filmrollen aangeboden gekregen. Maar in het theater is ze indrukwekkend. Ze speelde laatst nog in een stuk naast Bruno Ganz en ze komt uit een echte theaterfamilie. Haar grootvader was meer dan dertig jaar de baas van de Comédie Française.’

Wacht even!
Polanski was vorig jaar in Cannes met nog een film: de documentaire Weekend of a Champion. Het is niet echt zijn documentaire, maar van de Amerikaan Frank Simon, die hij had leren kennen in 1968, toen Polanski jurylid was in Cannes en Simon daar de documentaire The Queen had draaien. Op verzoek van Polanski maakte Simon in 1971 Weekend of a Champion, over Formule 1-coureur Jackie Stewart en de race van Monte Carlo . ‘Die film heeft jaren in een kluis in Londen gelegen. Een paar jaar geleden werd ik gebeld met de vraag wat ze er mee moesten doen. Simon was overleden, en of ze de film moesten weggooien of verbranden. Ik zei: Wacht even! Die film wil ik eerst nog even zien. Ik bekeek hem en besloot de film te hermonteren en er een stukje aan te plakken. Waarin Jackie [Stewart, een goede vriend van Polanski , GB] terugkijkt op die periode. Dat was een heel andere wereld toen. Een wereld van playboys en gladiatoren. Jackie vertelde me dat hij in vijf jaar tijd 57 van zijn collega’s was verloren. Tegenwoordig zijn dodelijke race-ongelukken een uitzondering. Ik meen dat er in de Formule 1 al achttien jaar geen dodelijk ongeluk meer is geweest. Toen was het een andere, wildere tijd. De jaren tussen de pil en aids, zeg ik altijd. Mensen hadden een andere kijk op seks en dat zag je ook terug in hun gemoedstoestand. Ze waren blijer.’


Fuck, suck en shit

Die vrijheid-blijheid op het gebied van seks brengt ons akelig dicht bij Polanski’s veroordeling in Amerika in 1977 voor seksueel misbruik van een dertienjarig meisje. Het kwam nooit tot een bepaling van de strafmaat omdat Polanski in 1978 uitweek naar Frankrijk, dat geen uitleveringsverdrag met de VS heeft. Sindsdien kan hij Amerika niet meer in zonder opgepakt te worden.

Wat betekent vrijheid eigenlijk voor hem ? Maar Polanski laat zich niet verleiden. ‘Moet ik u uitleggen wat vrijheid is ?’ Hij wil wel kwijt dat hij het betreurt dat we in steeds conservatiever tijden leven. ‘Het puritanisme heeft de wereld overgenomen. De hypocrisie van de media is daar een mooi voorbeeld van. Zoals je weet wordt in de vs in bijna elke film het woordje fuck gebruikt. Maar op televisie of in het vliegtuig hoor je daar niets meer van terug. Dan is het biep of wordt er een ander woord overheen gedubd. Er is een lijst met woorden die je niet mag gebruiken en die lijst wordt steeds langer. Op de lijst die ik voor Carnage kreeg stonden woorden als fuck, suck en shit. Ok, dat wisten we al. Maar ook bitch, son of a bitch, witch, omdat dat op bitch lijkt, orgasm , masturbation en zelfs 69.’

Dan is het misschien maar goed dat Polanksi zijn films in Europa maakt en niet in de VS, wordt via een achterdeurtje nog maar eens geprobeerd de heikele kwestie te benaderen. Zijn carrière had er dan wellicht heel anders uitgezien. ‘Wat moet ik daar nou op zeggen?’ reageert de bijna tachtigjarige gebeten. ‘Het is onmogelijk te weten hoe mijn leven er dan had uitgezien. Misschien was ik veel meer opgeschoven naar de commerciële kant. En het is maar de vraag of dat me gelukkiger gemaakt had. Het voordeel van Venus in Fur is dat het een heel laag budget had. En hoe lager het budget, hoe vrijer de regisseur. Als er bij deze film iets is misgegaan, dan is dat helemaal mijn schuld.’