filmjaar 2016

Buiten Bollywood om

Steeds vaker samenwerkingen tussen India en Europa

Reint Boven ,

Bollywood maakt al sinds mensenheugenis de dienst uit in de Indiase filmwereld. Maar de vrolijke en spectaculaire Bolly-
wood-formule laat niet altijd ruimte voor de onderwerpen die Indiase filmmakers willen maken. Daarom kloppen deze regisseurs steeds vaker aan bij Europese fondsen. Op het Indian Film Festival in Den Haag, dat vandaag van start gaat, zijn drie van deze Indiaas-Europese samenwerkingen te zien.

‘Deze Indiase filmmakers willen graag een zinnig maatschappelijk verhaal vertellen.’, zo zegt Bero Beyer van Augustus Film, co-producent van de Punjabi film Qissa: The Tale of a Lonely Ghost van Anup Singh. Maar de Bollywoodindustrie heeft vooral winst op het oog, waardoor de relevantie van het onderwerp vaak op de tweede plaats komt. Daarnaast is er van een volwaardig arthouse-circuit geen sprake. En dus zien Indiase filmmakers zich steeds meer genoodzaakt naar het buitenland te kijken voor de financiering van hun films. Zo leverde dit vorig jaar bijvoorbeeld The Lunchbox van Ritesh Batra op, een film die het erg goed deed in zowel de Euro-
pese filmhuizen als in India.

Toch hebben we het hier niet alleen maar over Europees geld-
schieten, als we Beyer mogen geloven: ‘Bij een film als Qissa bestaat de crew uit zowel Indiërs als Europeanen. De regisseur zelf woont in Zwitserland. Dit maakt het mogelijk om het verhaal vanuit twee culturen te laten zien.’ Qissa vertelt het verhaal van Umber Singh, gespeeld door Bollywoodster Irrfan Khan (ook te zien in The Lunchbox) die, nadat hij zijn familiebezit kwijtraakt bij de opdeling van Brits-Indië, besluit zijn vierde dochter als jongen op te voeden. ‘Het verhaal gaat over een patriarchale samenleving en over de rol van de vrouw daarbinnen. Het verhaal van Qissa is niet alleen van belang voor India, maar net zo goed voor de westerse samenleving.’ Sterk aan de film is de manier waarop het een groot probleem binnen de Indiase samenleving begrijpelijk wordt gemaakt voor een westers publiek. Tegelijkertijd heeft de film een magisch-realistische toon die onmiskenbaar Indiaas is.



Qissa draait op het Indian Film Festival naast twee andere Europese co- producties. Openingsfilm Traces of Sandalwood (Maria Ripoll) is een Spaans- Indiaas drama over twee zussen, Mina en Sita, die op jonge leeftijd uit elkaar worden gehaald. Op een dag besluit Mina, ondertussen succesvol actrice in Mumbai , op zoek te gaan naar haar verloren zus, die inmiddels als bioloog in Barcelona werkt, en zich niets van haar tijd in India herinnert. Ook de documentaire Amma & Appa, die in samenwerking werd gemaakt met Duitsland, gaat in op de Indiase identiteit in een tijd waarin de wereld steeds kleiner wordt. In de documentaire zien we hoe door het trouwen van de Duitse Franziska en de Indiase Jay twee totaal verschillende culturen met in elkaar in contact komen.

Waar Indiase filmmakers voorheen eerst een commerciële film moesten maken voordat ze aan een persoonlijker project konden beginnen, lijken de samenwerkingen met Europese landen een vruchtbaar alternatief. En, zoals op het Indian Film Festival blijkt, niet alleen voor de Indiase cultuur.

Het Indian Film Festival vindt plaats in Den Haag op 22 t/m 29 oktober. Op 25 oktober is Qissa te zien, voorafgegaan door een paneldiscussie tussen Bero Beyer, Iwana Chronis van het Hubert Bals Fonds en Urmi Juvekar van het NFDC India. Zij waren allen betrokken bij de realisatie van de film.