nieuwe site?

Krasse knar

Interview met regisseur J.C. Chandor

Rick de Gier ,

In overlevingsfilm All is Lost speelt midzeventiger Robert Redford een imposant fysieke rol. Regisseur/scenarist J.C. Chandor: ‘Ik zei steeds sorry als ik hem weer vroeg iets onmogelijks te doen.’

In 2011 verscheen hij schijnbaar uit het niets: de Amerikaanse regisseur en scenarist J.C. Chandor (1973). Zijn debuut Margin Call was een intens en intelligent drama over de financiële crisis, met topacteurs als Kevin Spacey en Jeremy Irons, die de jaarlijstjes van veel critici haalde. Nu is Chandor terug met een film die bijna komisch contrasteert met z’n voorganger: draaide Margin Call om een ensemblecast en spitse dialogen, in All is Lost figureert maar één acteur en klinken slechts een paar regels tekst.

Die acteur is Robert Redford. Hij speelt een naamloze man (‘Our Man’ heet hij in de aftiteling) die in een zeiljacht een reis maakt over de oceaan. En die regels tekst klinken helemaal aan het begin van de film, in voice- over: ‘Het spijt me . Ik heb mijn best gedaan. (…) Alles is verloren.’ Een omineuze vooruitblik op latere beproevingen. Vanwaar deze opvallende stijlwisseling? Chandor legt het telefonisch uit, vanuit New York: ‘Na die eerste film had ik geen uitgesproken plan om het roer rigoureus om te gooien. Het idee begon heel klein, met die brief die in de eerste scène wordt voorgelezen. Ik werkte aan de montage van Margin Call in New York, maar woonde zelf op Long Island en zat dus een paar uur per dag in de trein. De zomer liep ten einde en het spoor voerde langs allemaal pittoreske kustdorpjes waar welgestelde mannen hun boten uit de havens haalden voor de winter. Ik begon me zo’n man voor te stellen die in tegenstelling tot de rest besluit juist nu de zee op te gaan. Wat zou hem daartoe kunnen drijven, en hoe zou dat aflopen? Voor ik het wist had ik in mijn aantekenboekje die bewuste brief geschreven.’

Hoe zag het script er verder uit?
‘Dat was wat dunner dan een gemiddeld script, zo’n dertig pagina’s in totaal. Maar verder was het heel gewoon. Alles wat je in de film ziet gebeuren, stond er nauwkeurig in beschreven. Kennelijk gaf dat een voldoende helder beeld, want op basis daarvan hebben we de producent, de hoofdrolspeler en de crew kunnen overtuigen.’

Vond u het belangrijk dat er bijna geen tekst zou worden uitgesproken? In de film Cast Away praat Tom Hanks bij gebrek aan tegenspelers met een volleybal. Hebt u zoiets ook overwogen?

‘Ik had daar aanvankelijk geen uitgesproken ideeën over. Maar elke keer als ik overwoog een stuk tekst toe te voegen, merkte ik dat iets in mij zich daartegen verzette. Het leek me gewoon onnatuurlijk. Om mezelf als voorbeeld te nemen: in sociale groepen ben ik erg spraakzaam, maar als ik alleen ben praat ik eigenlijk nooit tegen mezelf.’

Maar ik denk dat veel mensen toch meer hun paniek zouden uiten dan Redford in de film. Al was het maar door meer te schelden
.
‘Als je helemaal alleen bent, kan je stem juist ook beangstigend zijn. Alsof het geluid onderstreept hoe alleen je je voelt. Zoiets geldt voor hem ook. Hij wil zich koste wat het kost beheersen; hij voelt wel degelijk paniek, maar weet dat het eind zoek is als hij daaraan toegeeft.’ 

Hij komt over als iemand die ook in het dagelijks leven de zaken wel onder controle heeft. Tegelijkertijd blijft het enigszins gissen naar zijn karakter, omdat we hem nooit in gezelschap zien.
‘ Dat klopt, al hoop ik dat je na afloop van de film wel degelijk een beeld van hem hebt gekregen. Je weet dan wel niet of hij bijvoorbeeld een ingenieur of een makelaar is, maar je ziet wel dat hij een doorzetter is. Trots en koppig, en nogal gereserveerd. Typisch iemand van zijn generatie, die niet gemakkelijk zijn emoties uit – zelfs niet als hij alleen is. En je kunt je voorstellen dat die eigenschappen misschien wel eens voor problemen hebben gezorgd in zijn leven. Problemen die hem ertoe hebben gedreven op zijn 75ste nog een tocht over de oceaan te gaan maken.’

Heeft u met de acteur wel een hele geschiedenis voor hem bedacht?

‘Nee. Bepaalde dingen wisten we wel. Dat hij een gezin heeft bijvoorbeeld, hij is geen kluizenaarstype. Maar we hebben nooit met elkaar besproken uit welk stadje hij komt of hoeveel kinderen hij heeft. Ik wilde daar ook niet te diep op ingaan – als je zo’n gesprek eenmaal aangaat, kan dat van de kern gaan afleiden. Het draait om zijn karakter en om wat hij doet, niet om zijn biografische details.’

Toch was ik blij met die brief aan het begin, die in ieder geval een sociale achtergrond suggereert. Dat maakt hem meteen menselijk.

‘Ja – ik heb nog even overwogen die brief eruit te halen, toen we eenmaal hadden besloten dat de film verder geen tekst zou bevatten. Maar dat was gewoon een egokwestie, het leek me cool om te kunnen zeggen dat ik een film had gemaakt waarin geen woord wordt gesproken! [lacht] In de montage merkte ik al snel dat ik het publiek die brief niet kon onthouden. Voor mijzelf was het daar ook allemaal mee begonnen.’

Wist u van meet af aan dat u Redford wilde hebben?
‘Ik had een stuk of vijf ideale kandidaten, maar halverwege het schrijfproces kreeg ik een steeds grotere voorkeur voor hem. Ook omdat het publiek al een bepaald beeld van hem heeft, waar ik op zou kunnen voortbouwen.’

Als acteur én regisseur is hij een Hollywoodicoon. Was u daar zelf niet door geïmponeerd?
‘Zeker, tot de eerste draaidag was ik flink nerveus. Maar eenmaal op de set was dat eigenlijk meteen over. De film lijkt heel intiem, maar in wezen was het een absurd complexe productie, met een enorme crew, drie verschillende boten, buitenopnamen op zee en binnenopnamen in gigantische watertanks. Dus we moesten uiterst geconcentreerd te werk gaan. En daarbij is meneer Redford gewoon een heel sympathieke persoon, zonder enige sterallures.’

Hij speelt een heel fysieke rol, terwijl hij al een eind in de zeventig is. Maakte u zich nooit zorgen om zijn gezondheid?
‘Hij heeft een verbazend goede conditie, maar natuurlijk heb ik me wel zorgen gemaakt. Sterker nog: de eerste dagen zei ik steeds sorry als ik hem weer vroeg iets onmogelijks te doen. Het keerpunt kwam toen hij mij op zeker moment aankeek, druipend en hijgend van een of andere woeste zeescène, en zei: “Hou nou eens op je te verontschuldigen. Dit is mijn werk!”’