filmjaar 2016

Interview: Jolein Laarman over Fifty Fifty

‘Toneel is toch iets heel anders dan film’

Gerhard Busch ,

Binnenkort op televisie, maar in première op het NFF: de korte film Fifty Fifty van Mijke de Jong, scenario Jolein Laarman.

De maatschappelijk geslaagde, kinderloze Jens en Milou eten truffeleitjes, drinken koffie van vers gemalen bonen en hebben een open relatie. Ieder houdt er zo zijn eigen scharrels op na. Ze hebben besloten daar verder niet open over praten, ‘want dat werkte niet.’ Dat dat inderdaad niet werkt zien we in de korte film Fifty Fifty van Mijke de Jong. Fifty Fifty was eerst een toneelstuk, geschreven door Aaf Brandt Corstius. De Jongs vaste scenariste Jolein Laarman bewerkte het stuk tot scenario.
 
Als er al een toneelstuk is, is een scenario dan nog veel werk?
Laarman: ‘Dat zou mooi zijn. Maar ook al hoefde ik niets te verzinnen, toneel is toch iets heel anders dan film. Ik moest wel een andere weg kiezen.’
 
Waarom?
‘Op toneel draaide het heel erg op de lach. Bijvoorbeeld door de vele herhalingen. En de overdrijvingen. Zo droeg Jens een trui met veel te lange mouwen, als parodie op van die designstellen. Dat werkt wel op toneel, maar voor televisie is dat te groot, dan moet je een stapje terug. En dat was uiteindelijk nog best veel werk. Wel leuk om te doen, want Aaf schrijft heel grappig. Dat daagde mij uit om ook heel grappig te gaan schrijven.’
 
Daarmee is Fifty Fifty ook gelijk een vrolijke uitzondering geworden op uw verder toch wel sombere oeuvre. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Tussenstand, Het zusje van Katia en Kauwboy.
‘Ja hè. Ik kan er verder ook niets aan doen. Ik begin soms heel vrolijk, maar uiteindelijk gaat er altijd wel iemand dood.’
 
Uw films zijn ook altijd geworteld in de werkelijkheid. Zou u wel eens een wereld willen opzoeken die u niet kent?

‘Ik zou wel eens iets mysterieuzers willen maken. Geen fantasy, dat er allemaal  draken rondlopen ofzo , maar eerder zoiets als in die gevangenisfilm Un prophète. Daarin wordt al snel een man vermoord, die vervolgens een film lang bij zijn moordenaar in de cel blijft zitten. Geen realisme dus, maar een soort magisch realisme.’
 
Dat zou heel fijn zijn, want zoiets doen we veel te weinig in Nederland.
‘In Fifty Fifty had ik ook zoiets geprobeerd. Ik had het eerst zo geschreven dat wanneer Jens en Milou praten over hun minnaars, die minnaars ook in hun kamer zouden verschijnen. Dat ze achteloos tegen een muur zouden aanleunen en elkaar onderling met veel betekenende blikken zouden aankijken. Als commentaar op wat die twee tegen elkaar zeggen. Maar dat is er toch weer uitgehaald.’
 
Door u of door regisseur Mijke de Jong
?
‘Uiteindelijk allebei. Mijke vond het ook wel mooi, maar toch meer iets voor het toneel. Maar ik blijf het proberen en weet zeker dat ik het binnenkort een keer zal doorzetten.’