nieuwe site?

Meester en sloof

Interview: Peter Strickland over The Duke of Burgundy

Gerhard Busch ,

Peter Strickland maakte The Duke of Burgundy, over een sadomasochistische relatie tussen de vrouwen Cynthia en Evelyn. ‘Op de set waren er bijna geen mannen. Dat was wel vreemd.’

Aanvankelijk hadden de Britse regisseur Peter Strickland en zijn producer Andrew Stark het plan een remake te maken van Jess Franco’s broeierige horrorfilm Lorna, the Exorcist. ‘Dat plan lieten we weer snel varen, maar we konden wel verder met elementen uit die film: de vrouwelijke geliefden en de masochistische relatie,’ vertelt Strickland begin dit jaar op het filmfestival van Rotterdam. ‘Wat interessant is bij zulk soort films, is dat het eigenlijk seksuele fantasieën zijn. Je zit als het ware een film lang in het hoofd van iemand die aan het masturberen is. Dat wilde ik voor deze film ook. Maar alleen in het eerste kwartier. Daarna stappen we uit de fantasie en gaan we kijken hoe het echte leven van de personages er uitziet. Dan wordt het voor mij pas echt interessant.’

Strickland (1973) heeft het over The Duke of Burgundy , een heerlijk eigenzinnige film over een sadomasochistische relatie tussen Cynthia (Sidse Babett Knudsen) en Evelyn (Chiara D’Anna). Cynthia is de dominante en Evelyn de slaaf. Of in dit geval vooral de sloof. Zij moet voortdurend klusjes doen voor Cynthia, die altijd wel iets aan te merken heeft. Waarna Evelyn – uiteraard – gestraft moet worden. Dat is het eerste kwartier. Daarna blijkt dat hun relatie haarscheurtjes vertoont. Strickland: ‘Een van de twee begint moeite te krijgen met de rolverdeling, en ik laat zien wat voor effect dat heeft op de relatie. Als ze beiden gelukkig waren geweest in die smrelatie, had ik deze film niet willen maken, want dan gaat het alleen maar over het type relatie. Het interesseert me namelijk totaal niet hoe je iemand precies vastbindt. Het gaat mij om de logica van de emotie. Het gaat mij om de mensen.’

Had u, gezien het onderwerp, last van zelfcensuur? ‘Waarschijnlijk wel. Maar niet dat ik als man over twee vrouwen schrijf. Dat hoort bij het genre. Daar zit dat vunzige al ingebakken. Maar stel dat ik van de sadist een man had gemaakt. Dan had daar de verkeerde boodschap uit gehaald kunnen worden. Dat een man nu eenmaal dominant is en een vrouw onderdanig. Dat element heb ik eruit gehaald door het over twee vrouwen te hebben.’



U hebt zelfs alle mannen uit de film gehaald. Er spelen alleen vrouwen mee…

‘Dat klopt, en ook op de set waren er bijna geen mannen. Dat was wel vreemd. Er waren gewoon te veel vrouwen. Met die paar mannen die er waren, gingen we regelmatig een biertje drinken, waar dan geen vrouwen bij mochten zijn . Voor het evenwicht.

Ik had in het begin trouwens wel wat mannen in het verhaal geschreven, maar haalde ze op een gegeven moment weg en vond het beter zo. Want het laatste wat ik wilde was dat The Duke of Burgundy het soort mannenfantasie zou worden dat je ziet in Britse comedyseries als The Two Ronnies , waar allemaal vrouwen met lange benen in korte broekjes rondlopen. Ik heb mijn actrices niet geseksualiseerd. En zo werd hun wereld veel geloofwaardiger, hoewel die wereld natuurlijk volstrekt kunstmatig is.’

Ja, want de vrouwen gaan regelmatig naar lezingen over insecten, waar verder dus alleen vrouwen zitten, maar ook een paar etalagepoppen. (glimlachend) ‘Echt waar ?’

Jazeker. En dan stappen we in het surreële gedeelte van uw film. Snapt u zelf al die surreële elementen? ‘Nee, totaal niet.’

Hoe komen ze dan in de film terecht?
‘Dat is vooral een kwestie van intuïtie. Ik schrijf ’s nachts. Het internet is uit en de muziek staat aan. In die sfeer laat je je sneller meevoeren door je onderbewuste. Ik werk niet met plotpunten die ik dan later met elkaar verbind. Ik volg mijn personages. En pas achteraf vraag ik me af waarom. Veel betekenis moet je trouwens niet achter de etalagepoppen zoeken. Ik kan er vast iets intelligents over verzinnen, maar het simpele feit is dat ze er in zitten omdat ik het er prachtig vind uitzien.’

Dan de echte mensen. U werkte weer met Chiara D’Anna, met wie u ook al voor uw vorige film The Berberian Sound Studio werkte. Hoe heeft u haar deze film beschreven?
‘Ik ben daar altijd heel direct in. Ik heb meteen verteld wat de heftigste scènes zouden zijn en daar had ze geen probleem mee. Misschien van binnen wel, maar dat vertelde ze me niet.’

Chiara speelt Evelyn, de Deense Sidse Babett Knudsen, die we kennen van Borgen, speelt de dominante Cynthia. Waarom wilde u haar?
‘Ik kende haar maar vaag. Ik had Borgen bijvoorbeeld nooit gezien. Mijn casting director heeft ons met elkaar in contact gebracht en die ontmoeting verliep zo goed, dat ze uiteindelijk in de film is beland. En daar heeft ze mijn woorden getransformeerd in iets wat vele malen mooier is dan op papier stond.’

Wat voegde ze toe?
‘Haar kwetsbaarheid. Je ziet goed dat er zo verschrikkelijk veel in haar omgaat . En het was best riskant voor haar. Haar eerste Engelstalige film. Waarin ze gelijk op iemands gezicht moet gaan zitten. Dat is toch gewaagd. Ik hoop niet dat ik haar carrière hiermee beschadigd heb.’