filmjaar 2016

HAFF 2016: Miss Hokusai

Er was eens in Edo

Oliver Kerkdijk ,

Miss Hokusai neemt de HAFF-bezoeker mee naar het Japan van ooit. Eens te meer blijkt anime in kundige handen een kunstvorm.

In Furari, Jirô Taniguchis manga uit 2011, bewandelt een landmeter onvermoeibaar het vroeg-negentiende-eeuwse Edo om voor het shogunaat de eerste stadskaart te kunnen vervaardigen. Dit eenvoudige plotgegeven geeft Taniguchi alle gelegenheid om het feodale pre-Tokio in al zijn detail te tekenen en beschrijven. Romaneske structuur is minimaal – de essentie, hier, is de bijzonderheid van terloopse ontmoetingen en kleine voorvallen.

Iets soortgelijks deed Hinako Sugiura (1958-2005) in Sarusuberi, historisch drieluik van op zich staande korte verhalen, gepubliceerd in het midden van de jaren tachtig. De fascinatie van deze feministische mangaka voor het Edo-tijdperk vloeide in iedere vierkante millimeter van haar expressieve penseel-en- inkttekeningen. Deze ademen volop de esthetiek en traditie van ukiyo-e: taferelen uit de zogeheten ‘vliedende wereld’, paralleluniversum van volksvermaak in al zijn verschijningen. Een van Sugiura’s vertellingen heeft nu de gedaante van anime aangenomen: Miss Hokusai is een film van, over en voor tekenaars. Zich goeddeels loszingend van scenarioconventies, bereikt regisseur Keiichi Hara (Summer Days with Coo, Colorful) momenten van subtielste poëzie.

Vergankelijkheid
Juffrouw Hokusai is O-Ei, oudste dochter van Hokusai, alias Tetsuzo, ‘de oude man die bezeten is van tekenen’. Met het even recalcitrante als eenzame tekentalent O-ei zwerven we door het Edo van eens. Kijken uit over de stad vanaf de Ryôgokubrug, betreden de roemruchte rosse buurt Yoshiwara, zien demonen dansen, een houten huis branden, een droomgeest een slapende courtisane ontstijgen. Ondertussen eindigen talloze tekeningen als papierproppen of gaan in rook op. Samen en toch los van elkaar wijden vader en dochter zich aan de kunst – voor Hokusai senior is al het andere überhaupt secundair.



Vanaf de zomer van 1814, met O-Ei die op het binnenplaatsje van haar moeders huis de bloeiende Sarusuberi – Lagerstroemeria-boom – gadeslaat , komt ieder jaargetijde langs. De seizoenen voeren langs verbazingwekkende licht- en sfeercontrasten, uitgewerkt tot in het kleinste decordetail. Roerend dramaturgisch hoogtepunt is de langere sekwens waarin O-Ei met haar jonge blinde zusje een winterwandeling maakt. Daarin laat, tijdens een versnaperingspauze, een jongetje op speelse wijze het blinde meisje het fenomeen sneeuw ‘zien’. Houd daarbij de ogen maar ’ns droog.

Het episodische narratief kent traditionele spanningsboog noch klassieke afronding. Scènes zijn er als het ware voor zichzelf. Voor de schoonheid in het ogenblik. Als beschouwingen. Leven en dood, lot en toeval – het zijn abstracties van dezelfde absurditeit. De zachte schaduw der onbegrijpelijkheid van het mensenbestaan ligt dan ook over Miss Hokusai. Doortrokken van mono no aware, dat weemoedsgevoel van vergankelijkheid , laat deze anime hors catégorie een blijvende herinnering achter. En Hinako Sugiura, zij zag dat het goed was.


Voor vertoningen van Miss Hokusai op het HAFF, klik hier.