filmjaar 2016

Slim, fantasievol, een ondeugende knipoog

De Bankzitter over de beste HP-film, woensdag op tv

Martin ten Broek ,

De derde Potter-film is de beste. Het spel is beter dan in de eerste films, en er valt nog wat te lachen.

Iemand stuurde me ooit een mailtje met een tip: ik moest eens een Harry Potterboek lezen. Die kinderboeken zouden namelijk ook heel geschikt zijn voor volwassen lezers. Ik kreeg het derde deel uit de serie voor vaderdag, ging in het zonnetje in een hangmat liggen en las het boek in drie uur uit. Het las inderdaad als een trein, was niet kinderachtig geschreven en nog grappig, bovendien.

Toen de eerste film uitkwam was ook ik, inmiddels fan, enthousiast. Mooie art-direction en special effects, meeslepend verhaal, prima bijrolacteurs. Alleen het acteren van de jonge hoofdrolspelers hield niet over. Emma Watson was nog wel pittig als Hermione/Hermelien, maar Daniel Radcliffe liep als Harry continu verbaasdheid uit te stralen dat hij op een filmset mocht rondlopen, en Rupert Grint trok als Ron vooral gekke bekken. Grints mimiek werd in deel twee steeds storender, omdat zijn overdreven angstige gezichtsuitdrukking de aandacht nogal afleidde.

Het angstige gezicht van Rupert Grint in Harry Potter II

De acteerprestaties (of de acteursregie) gingen na het tweede deel gelukkig snel vooruit, maar er trad later een ander euvel op . De films werden, net als de boeken, vanaf deel vijf snel somberder. De toverwereld werd grimmig, de hoofdpersonen waren niet langer jong, schattig en vertederend, het werden nukkige Britse pubers, die nog net geen breezers dronken of coke snoven. De serie bood steeds minder humor, en in de films kregen sympathieke personages als de geschifte familieleden van Ron of de dromerige Luna Lovegood weinig tijd. Dat kon ook nauwelijks anders, het verhaal moest voort, natuurlijk, maar vooral de films misten hierdoor de luchtige toon uit de eerste delen.

De derde en vierde films zijn het meest geslaagd. De vierde film is vaak zinderend spannend (vooral de finale, natuurlijk), maar de derde behoudt het meeste de magie van de boeken. Ook dankzij de inbreng van regisseur Cuarón (Children of Men,  Y tu mamá también), die zich niet zoals zijn voorganger slaafs hield aan het boek maar zelf kleine, filmische momentjes inlaste, die precies in de sfeer van de eerste boeken paste: slim, fantasievol, een tikje vilein, met een ondeugende knipoog.

Dus, als je maar één Potter-film wilt zien, bekijk dan deel drie, The Prisoner of Azkaban.

Meer columns over het filmaanbod op tv: De Bankzitter