Design voor een betere wereld

jonathan maas ,

Van het tijdelijk uitlenen van je paspoort tot een op locatie te monteren huis – kan social design een bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke kwesties, zoals het vluchtelingenprobleem?

Vluchtelingen op het spoor in de Kanaaltunnel, migranten die met honderden tegelijk in de Middellandse zee verdrinken en een jongetje van drie dat levenloos aanspoelt op een Turks strand. Of het nu om politieke, economische of veiligheidsmotieven gaat, de hang naar een beter leven lonkt, en duizenden vluchtelingen denken dit in Europa te kunnen verwezenlijken. Ondertussen zit het welvarende continent met de handen in het haar en steggelen politici over een oplossing voor de niet aflatende stroom vluchtelingen – lastig in een democratie waar de partijen lijnrecht tegenover elkaar staan.
Verschillende creatieven zien ondertussen geen heil meer in machteloos toekijken en komen met oplossingen, of bijdragen daartoe. VPRO Tegenlicht presenteert in Gimme Shelter nieuwe ideeën, oplossingen en ontwerpen die zijn ontwikkeld voor de toenemende vluchtelingenstroom. Zoals Take care bnb, een online platform dat particulieren in contact brengt met asielzoekers met verblijfsvergunning om tijdelijk onderdak te kunnen bieden. Of de ShelterSuit, een outfit die bestaat uit een jas en afritsbare slaapzak om daklozen in de winter warm te houden. 

Uitleenpaspoort Universal Unconditional

Je kunt je appartement delen via Airbnb, een taxi via Uber en een zaag of een heggenschaar via Peerby. Maar wat nu als je je paspoort zou kunnen uitlenen, aan iemand die ’m goed kan gebruiken? Je gaat immers het komende half jaar toch niet op reis dus je hebt ’m niet echt nodig, maar de bootvluchteling die zonder dergelijk document geen stap verder kan wel voor toegang tot werk, huisvesting en sociale voorzieningen. De 23-jarige Stefania Vulpi bedacht voor haar afstudeerproject aan de Design Academy in Eindhoven de volgende stap in de ruil- en deeleconomie: een utopisch ontwerp om discussie los te maken over de privileges die wij als houders van een Europees paspoort hebben en die anderen ontberen. Je kunt als ontwerper iets bedenken dat een praktische en meteen toepasbare oplossing is voor een in nood verkerende vluchteling, maar je kunt ook toegepaste kunst ontwerpen als aanzet tot debat. Vulpi koos voor het laatste. Ze hekelt het huidige systeem dat migranten de kans op integratie ontneemt zolang ze geen legaal papiertje hebben. Toen ze onderzocht wat voor types verblijfsdocumenten je wel niet hebt en wat de manieren zijn om daar aan te komen, begon het haar te duizelen: binnen Europa al vreselijk diffuus en per land verschillend. Haar wilde idee om je paspoort aan een vluchteling uit te lenen bleek geen haalbare kaart – niet voor een ontwerper die moet opereren binnen de huidige jurisdictie. Om debat over de huidige vorm van burgerschap aan te zwengelen heeft ze haar ontwerp wel zo realistisch mogelijk vormgegeven, als een netwerk à la Airbnb waarbij mensen elkaar helpen door te delen. In de hoop dat dit aanzet is voor het bedenken van alternatieven voor het huidige systeem, dat duidelijk niet voorzien is op de migratie die nu plaatsvindt. ‘Dat huidige systeem is ook ooit ontworpen, dus waarom zouden we het niet kunnen herontwerpen?’, vraagt Vulpi zich af.   

Better Shelter

Een op locatie eenvoudig te monteren huis, waarin je rechtop kunt staan, waar je de deur achter je dicht kunt doen en waarin een raampje zit. Een paar Zweden bedachten dit onderkomen voor vluchtelingen, humaner dan de tentenkampen zoals we die nu kennen. Die tenten gaan vaak maar drie tot zes maanden mee voordat ze door invloed van zonlicht en vocht uit elkaar vallen of beschimmelen. Ook kun je er niet of nauwelijks rechtop in staan, en de deur is een gordijn of ritssluiting. Kortom: het kan waardiger, humaner en ook duurzamer.
Het huisje van Better Shelter gaat drie jaar mee, een periode waarin je anders zes tenten zou verslijten. Het is voorzien van een zonnepaneel en een lamp op zonne-energie, zodat er ook na zonsondergang voldoende licht is. Het huisje is 17,5 vierkante meter groot, maar is modulair gebouwd en kan al naar gelang de behoefte langer, groter en kleiner worden gemaakt. Het is ontwikkeld met het oog op massaproductie, en van licht materiaal zodat er zoveel mogelijk in een container getransporteerd kunnen worden. Daarnaast is het binnen vier tot acht uur relatief makkelijk op te zetten met een Ikea-handleiding met plaatjes, zonder tekst – net zoals de Billy boekenkast, maar dan zonder inbussleutel of ander gereedschap. 
Nu de naam Ikea toch gevallen is, de ontwikkeling van het huisje van Better Shelter is gedaan in samenspraak met de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en is betaald door de goede-doelenstichting van Ikea: Ikea Foundation. De eerste prototypes zijn getest in 2013 in het grensgebied van Ethiopië en Somalië, waar zo’n 200.000 vluchtelingen verbleven, vertelt Tim de Haas, hoofd van de technische afdeling van Better Shelter. In Irak is getest met Syrische vluchtelingen. Of het wordt gezien als een goed alternatief voor vluchtelingententen? De Haas: ‘De eerste order van UNHCR betreft tienduizend huisjes waarvan er inmiddels drieduizend zijn geleverd, dus ja.’
Better Shelter laat volgens De Haas zien dat design een oplossing kan bieden voor maatschappelijke problemen. ‘Het kan mensen een veiliger gevoel en een tijdelijk huis geven in periodes waarin er nog geen politieke oplossing is.’

Brainstormen op de Willem de Kooning academie

Associëren

Ook de Rotterdamse Willem de Kooning Academie wil niet lijdzaam toekijken. De kunstacademie geeft alle tweedejaars designstudenten de opdracht gedurende het eerste kwartaal een designoplossing te bedenken voor het thema migratie.
Vandaag bevinden de studenten zich nog in de vrije brainstormfase; de klas met toekomstige productontwerpers is in groepen verdeeld over drie lange tafels die voor verleden, heden en de toekomst staan. Aan de hand van zelf meegebrachte objecten moeten de studenten er op los associëren; wat hebben die voorwerpen met migratie te maken, en hoe zou je die kunnen vertalen naar een oplossing voor het probleem? Een oplossing uit het verleden die nu als inspiratie kan dienen, een oplossing voor de situatie zoals die nu is, en een utopische oplossing voor de toekomst. Op de tafels bevinden zich onder meer dozen tacoschelpen, een wereldbol, kinderknuffels, een mix voor sajoerboontjes en de Bijbel in gewone taal. 
Joyce Lapworth heeft een blaadje met Esperanto voor zich, een makkelijk te leren internationale kunsttaal. Nederlands leren is moeilijk, stelt ze. Waarom leert niet iedereen over de hele wereld dezelfde tweede taal, zodat je bij verplaatsing naar een ander land eenvoudiger integreert?
Janneke Wingelaar stelt voor alle vluchtelingen over een nieuw land te verdelen, een gigantisch vluchtelingenresort als tijdelijke oplossing, met een eigen economie zodat er lokaal banen worden gecreëerd. Er ontstaat nu meteen discussie met de rest van de groep, iedereen is het er over eens dat het waanzinnig is vluchtelingen eindeloos op een status te laten wachten en ze in de tussentijd geen deel kunnen nemen aan een samenleving. Dat moet hoe dan ook anders. Alle Nederlanders een vluchteling laten adopteren is een ander idee dat ter tafel komt. Bij voorkeur in krimpregio’s zoals Zeeland en Friesland, plekken waar lokale voorzieningen met sluiting worden bedreigd. Als in een dorp ineens meer bewoners komen, zijn er meer bakkers en supermarkten nodig. Er ontstaat meer vraag en vanzelfsprekend ook meer werk. Zo kun je van suffe dorpen bedrijvige regio’s maken.
Maar moeten vluchtelingen wel integreren, legt Wingelaar haar medestudenten voor? Of moet je hen in de periode dat ze in Nederland zijn opleiden voor terugkeer naar het moederland? Door bijvoorbeeld over de huidige puinhoop in Syrië heen te kijken en vooruit te blikken op waar het land over pak ’m beet vijf jaar behoefte heeft, als daar rust en vrede is. 

Research

Docent Jon Stam begeleidt de studenten vandaag bij het ‘vrije’ denken. Hij motiveert waarom de academie designstudenten laat zwoegen op een complex maatschappelijk probleem. ‘Als kunstacademie willen we niet alleen bezig zijn met onze metaproblemen, maar ons ook richten op de real world’, zegt hij. ‘Research rond het onderwerp is daarbij cruciaal, daarom leer ik hun vandaag hoe je je in een onderwerp verdiept en dat je er op verschillende manieren tegenaan kunt kijken. Als ontwerper kun je naar een mogelijke oplossing zoeken, maar het zal nooit dé oplossing zijn.’
Paulien Doedee is kritisch, ze vindt dat ze wordt aangemoedigd om werk te doen dat al veel eerder verricht had moeten worden: ‘Het vluchtelingenprobleem is nu een hype, maar er moet natuurlijk veel gelijkmatiger hulp worden geboden bij problemen in de wereld.’
Jurgen Meijer is daarentegen erg enthousiast over de opdracht: ‘Fijn om te ontwerpen voor een politiek thema, iets waarbij je werk een directe betekenis heeft en impact kan hebben op mensenlevens. Beter dan meer luxe te ontwerpen voor de al welvarende westerse wereld.’ 

'Fijn om te ontwerpen voor een politiek thema, iets waarbij je werk een directe betekenis heeft en impact kan hebben op mensenlevens'

kunstacademiestudent Jurgen Meijer
Leuk, al die creatieve ideeën voor het vluchtelingenprobleem, maar hoe kijken onze politici tegen al deze vrijdenkerij aan? SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen, zelf opgeleid aan de kunstacademie, bewondert het ideaal van Stefania Vulpimaar ziet veel bezwaren in haar utopische gedachtegoed. ‘Haar voorstel om je paspoort te kunnen uitlenen is niet alleen juridisch onhaalbaar, het haalt ook de essentie van een identiteitsbewijs en privébezit onderuit – daar heb ik zelfs als socialist problemen mee. Concepten die te ver van de werkelijkheid afstaan, halen namelijk de discussie weg van de ideeën die wel mogelijk zijn. De Occupy-beweging was ook heel mooi en idealistisch, uiteindelijk hebben ze geen deuk in een pakje boter geslagen.’ Enthousiast wordt Gesthuizen van oplossingen zoals Better Shelter. Dit ontwerp laat zien dat design als discipline kan bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke problemen. In z’n algemeenheid dwingt het denken van ontwerpers je om bestaande regels te heroverwegen, stelt ze, en dat is broodnodig.
Gesthuizen: ‘Het Dublin-akkoord bijvoorbeeld levert in het geval van het vluchtelingenprobleem een onwerkbaar systeem op. Met creatief denken zou je daar doorheen kunnen breken. Helaas is het politieke systeem niet altijd op out of the box-denken ingericht. Ik ben daarom erg blij dat het engagement in de kunst weer terug is.’

Maatwerk

Omslag van de VPRO Gids van deze week

Mary-Ann Schreurs is wethouder Cultuur en design van de gemeente Eindhoven en zal tijdens de Dutch Design Week naar ontwerpen scouten die een ‘radicale breuk ten opzichte van het verleden zijn’. Die wil ze meer ruimte tot experimenteren geven. ‘Design is niet alleen leuk, het is vooral noodzakelijk om goede dingen te doen’ is haar overtuiging. ‘Voor veel onderwerpen in de samenleving, of het nu om de zorg of het onderwijs gaat, wordt een top-down
fabrieksmodel oplossing bedacht’, hekelt ze. ‘Dat is niet wat noodzakelijk is. We hebben maatwerk nodig. Design is bij uitstek de discipline waarbij wordt uitgegaan van de gebruiker.’
De gemeente Eindhoven heeft een ontwerper in dienst genomen die momenteel de moeilijke klussen naar zich toe haalt om er oplossingen voor te bedenken, vertelt Schreurs. De wethouder gelooft heilig in co-creatie: designers, burgers, ambtenaren, mensen van kennisinstellingen en het bedrijfsleven die samen in pilotvorm aan oplossingen werken, in plaats van de gemeenteraad die beleid afdwingt dat vervolgens door ambtenaren in elkaar wordt gesleuteld. Ze roemt, net als Gesthuizen, het creatieve denken van ontwerpers, en vindt dat zelfs utopische ideeën zoals die van Stafenia Vulpi waardevol zijn. ‘Soms gaat het niet om een verbetering van een bestaande situatie, maar moeten echt andersoortige oplossingen worden bedacht. Daarvoor moet je soms de regels loslaten. Zelfs als er dan geen concretere oplossingen uit voortvloeien, bevrijdt het je in ieder geval van een standaard manier van denken – vaak de opening voor politici om zich af te vragen: hoe kunnen we dingen op een andere manier doen?’