John Gray

De Britse filosoof John Gray (Groot-Brittanniƫ, 1948) staat bekend om zijn tegendraadse kijk op vooruitgang. Na zijn afstuderen in filosofie, politiek en ethiek heeft hij aan verscheidene universiteiten, waaronder de prestigieuze London School of Economics, gedoceerd.

Hij publiceerde meerdere boeken over liberalisme, het utopische gedachtengoed van het Westen en de mens als roofdier. Een van de meest besproken ideeën van Gray is zijn positie ten opzichte van het humanisme. Hij stelt namelijk dat er een discrepantie bestaat tussen wetenschappelijke ideeën en de praktische uitvoering ervan.
 
Over het algemeen wordt aangenomen dat de wetenschappelijke vooruitgang progressief is. Omdat de mens de wetenschap sinds De Verlichting ziet als ‘de waarheid’ wordt de ontwikkeling van de mensheid ook gezien als progressief. Wat we volgens Gray echter vergeten is dat de praktijk van de mensheid zich niet afspeelt in de wetenschap maar in de politiek en ethiek. Deze menselijke praktijken, politiek en ethiek, hebben de neiging telkens terug te vallen op oude gewoonten omdat ontwikkelingen in deze discoursen vaak vergeten worden. De geschiedenis van de mens is dus niet progressief maar cyclisch, en om die reden is vooruitgang een mythe, aldus Gray.
 
In De Volmaakte Mens plaatst Gray specifiek kanttekeningen bij ons verlangen steeds langer te willen leven, of ultiem zelfs onsterfelijk te worden. Hij hekelt het ongebreidelde geloof in technologie dat we daarbij lijken te hebben en ook hier wijst hij op de discrepantie tussen wetenschappelijk idealisme en de praktijk. Een concreet voorbeeld is het jezelf laten invriezen na je dood: cryonisme. Dit is een procedure waarbij een lichaam wordt ingevroren, met de hoop dat in de toekomst een technologie zal bestaan om het lichaam schadevrij te ontdooien, te genezen en uiteindelijk weer tot leven te wekken. Ook al wordt die techniek misschien ooit uitgevonden, volgens Gray zijn er veel meer factoren die een rol spelen. Zo kan het bedrijf waar de lichamen worden opgeslagen failliet gaan, er kan een grote stroomstoring plaatsvinden, of er breekt een oorlog uit waarbij de vriestanks worden vernietigd. 
 
De onterechte gedachte dat de mensheid zich progressief ontwikkelt gaat ons onze kop kosten, stelt Gray. De realiteit is namelijk dat we een wereld hebben gecreëerd die wordt geteisterd door oorlogen en schaarste van natuurlijke hulpbronnen, een onderwerp waarover Gray zich ook druk maakt. Ondanks dit pessimisme oppert hij wel een betere manier om met de wereld om te gaan. De politiek moet namelijk altijd handelen vanuit pragmatische insteek en niet vanuit idealen, om de blinde visie van één waarheid tegen te gaan. Onze geschiedenis is immers cyclisch, niet progressief.