paradijsvogel partch

Mark van de Voort

Muziektheater met microtonen: met Delusion of the Fury schreef componist Harry Partch in de sixties operageschiedenis. Theatermaker Heiner Goebbels en Ensemble musikFabrik brengen Partch’ knotsgekke muziekparadijs weer tot leven.

De furie is eindelijk ontketend. De muziek van de Amerikaanse componist en beroepsoutsider Harry Partch (1901-1974) klinkt voor het eerst in volle glorie in Europa. Van de Chromelodeon en de Quadrangularis Reversum tot de Mazda Marimba en Zymo-Xyl, muziekinstrumenten uit een andere dimensie. Ze staan er straks allemaal als Partch’ magnum opus Delusion of the Fury zijn Nederlandse première beleeft. Een krachttoer van het Keulse
Ensemble musikFabrik dat alle 27 instrumenten met ongelooflijk veel liefde heeft nagebouwd.

Delusion of the Fury uit 1965-66 is compleet vrijgevochten muziektheater op een complex, zelfgebouwd uniek instrumentarium. Muziek die zo komt overwaaien uit dat revolutionaire, psychedelische tijdperk waarin ook The Beatles en The Beach Boys elkaar aftroefden met klankexperimenten.

Partch onderscheidde zich van vele collega’s door zijn microtonale muziek. Hij pionierde met deze compositiemethode door het ons bekende westerse toonstelsel in twaalf intervallen helemaal open te breken. Zo verdeelde Partch het octaaf in maar liefst 43 kleine stapjes, waardoor het klankspectrum gezuiverd werd en in minutieuze kleurenwaaiers uiteen werd gerafeld. Hoe exotisch zijn instrumenten er ook uitzagen, voor Partch stond deze caleidoscopische harmonische muziek voorop.

Harry Partch is altijd die paradijsvogel onder de paradijsvogels gebleven, want Amerikanen koesteren nu eenmaal hun mavericks. Onafhankelijke, muzikale denkers die hun eigen gang gaan en ingesleten westerse muziektradities links laten liggen. Partch had het allemaal: flinke baard, maf mutsje, pijp in de mond en heroïsche blik op oneindig. Bebaarde collega’s als Lou Harrison, La Monte Young en Terry Riley zouden weldra in zijn microtonale voetsporen treden. 

zegetocht

Maar Partch’ do it yourself-houding en eigenzinnigheid verhinderden dat zijn muziek de grenzen over ging. Naast componeren heeft Partch ook een tijd door Amerika gezworven. In de jaren zestig en zeventig werd zijn hoogstpersoonlijke muziektheater alleen in Amerika opgevoerd, mede door de financiële bijdragen van muziekmecenas Betty Freeman. Na zijn dood in 1974 werd Partch’ instrumentarium beheerd door leerlingen Danlee Mitchell en later Dean Drummond. Met zijn Newband gaf Dean Drummond – die vorig jaar overleed – regelmatig Partch-concerten, maar hoogstzelden in Europa.

Daarom is de bewonderenswaardige inzet van Ensemble musikFabrik zo toe te juichen. Onder aanvoering van musikFabrik-slagwerker en instrumentenbouwer Thomas Meixner is het Partch-instrumentarium een tweede, Europees leven beschoren. Partch-fan en vermaard theaterregisseur Heiner Goebbels schaarde zich meteen achter het project. Met Delusion of the Fury kan het team van Goebbels en musikFabrik heerlijk uitpakken. Het is Partch’ uitbundigste muziektheaterproductie met een uitgekiende balans tussen tekst en muziek. De musici moesten een jaar aan de slag om de buitengewone speeltechnieken onder de knie te krijgen. Deze Delusion of the Fury is het toonbeeld van Duitse Gründlichkeit, alles is tot in de puntjes geperfectioneerd. Sinds de première in augustus 2013 maakt de Partch-productie een zegetocht door Europa en zelfs Amerika wordt aangedaan.

De tour maakte ook een stop op het Zwitserse muziekfestival Archipel in Genève. In de industriële omgeving van het Bâtiment des Forces Motrices, een tot theater omgebouwde hydro-elektrische krachtcentrale, is de productie helemaal op zijn plaats. De setting van Delusion of the Fury is ronduit indrukwekkend. Een vriendelijke ogend, post-apocalyptisch landschap waarin een twintigtal musici als Mad Max-achtige verschoppelingen een heidens louteringsritueel voltrekken. Een grote vijver met watervalletjes en opblaasbare pop-artdecorstukken vangen de aandacht. De sfeervolle belichting van metershoge, zwabberende lampions doet de rest. Het buitenissige instrumentarium van Partch is over heel het podium uitgestald. Van reusachtige harpen (Kithara’s) en microtonaal opgepimpte psalmenpompen
(Chromelodeons) tot kleine en grote marimba’s (zoals de vervaarlijk bassende Marimba Eroica). Zelfs auto-onderdelen en olievaten komen voorbij. De als losgeslagen hippies uitgedoste musici en hun instrumenten zijn decor en handeling ineen.  

bevrijding

Voor Partch stond het fysieke klankritueel op de voorgrond. Delusion of the Fury is netjes onderverdeeld in twee aktes. In het eerste, op Japans noh-theater geïnspireerde deel staat een dramatische strijd tussen een pelgrim en een geest centraal. In de tweede, Afrikaans getinte akte volgen we een komische twist tussen een oude vrouw en een landloper. Maar deze wat onbeholpen verhaallijnen kunnen snel terzijde worden geschoven. Het zijn de spectaculaire instrumenten, het licht en de musici die de ware furie ontketenen. Het spelplezier is bijzonder aanstekelijk. Musici die uit hun comfortzone zijn gestapt, ineens gaan acteren, luidkeels kirren, hun lichaam in alle bochten wringen en iedereen versteld doen staan.

Daags na de voorstelling is Heiner Goebbels zeer te spreken over de uitvoering. ‘Voor de musici is dit muziektheater een heuse bevrijding. De humor en de pret vloeien voort uit de muziek,’ merkte Goebbels al bij de eerste repetities. ‘Het ensemble klinkt steeds transparanter. Groot voordeel is dat alle instrumenten versterkt zijn, waardoor zelfs de zachtst klinkende marimba’s eruit springen. Partch had in zijn tijd geen live-versterking en of hij alle instrumenten goed heeft kunnen horen, is maar de vraag.’

ongehoord

Ensemble musikFabrik heeft al plannen om meer Partch-muziek uit te voeren, weet Goebbels. ‘Op de rol staat in ieder geval And on the Seventh Day Petals Fell in Petaluma voor groot ensemble. Bovendien nodigt musikFabrik componisten uit om voor het instrumentarium te schrijven.’
Goebbels’ fascinatie voor Partch ontstond in zijn tijd met de artrockformatie Cassiber. Drummer Chris Cutler tipte hem. ‘Partch bleek een revolutionair. Niet iemand als Frank Zappa, maar Partch wist voor mij op een geslaagde manier de brug te slaan tussen pop en avant-garde. Daarnaast was hij een van de eersten die geënsceneerde concerten opvoerde. Een grote invloed op mijn theaterwerken als Eislermaterial en The Man in the Elevator.’

Goebbels bewondert Partch’ theatrale vaagheid. ‘Pure transparantie interesseerde Partch niet. Zowel de muzikale expressie als het narratief mochten gerust vaag zijn. Zo vond hij de vrijheid om onze westerse klassieke stemming terzijde te schuiven, maar ook onze operatradities. Op en top Amerikaans, kun je zeggen. Met zijn microtonale muziek kroop Partch dichter tegen de pure expressie van de menselijke stem aan. Niet het experiment, maar de uitdrukkingskracht van de muziek staan bij Partch centraal. Zijn ambitie was het om iets compleet ongehoords te creëren.’

Muziekgebouw aan ’t IJ
Delusion of the Fury
10 en 11 juni, 20.30 uur