16-27 nov

FC Eritrea in de polder

Elja Looijestijn

Hoe houdt het gevluchte nationale voetbalteam van Eritrea zich staande in de Nederlandse cultuur nu ze in Gorinchem moeten laveren tussen de lange arm van hun voormalige regime en het woud aan regelgeving en hulpverlening in Nederland?

Het was in 2014 een opvallend nieuwsbericht: het voetbalelftal van Eritrea had zich gevestigd in Gorinchem. Niet op trainingskamp, maar als vluchtelingen. In 2012 speelden ze een toernooi in Oeganda, daar maakten ze zich uit de voeten. Ze kwamen in een vluchtelingenkamp in Roemenië terecht, waarna ze in Nederland werden uitgenodigd op grond van een internationaal vluchtelingen­verdrag. In Gorinchem ontfermde wijkagent Sjaak Pellikaan zich over de jongens. Hij vroeg zijn goede vriend Robertino Lotto of hij zin had om bondscoach van Eritrea te worden.

Over dit bijzondere voetbalteam gaat de nieuwe documentaire van John Appel. Hij werd bekend met Zij gelooft in mij (1999) over André Hazes. Die film was destijds de openingsfilm van het idfa, net als in 2012 Wrong time wrong place over de aanslagen door Anders Breivik in Noorwegen. Toen hij erachter kwam dat de voetballers in Gorinchem waren opgedoken, ging hij kijken bij een training. Daar zag hij een goed op elkaar ingespeeld en technisch begaafd team. ‘Het was geen Ajax, maar ik zag dat de spelers wel tegen de top aan zaten. Ze zijn fysiek niet supersterk, wel snel en ontzettend fanatiek.'

'Hun familie die achterblijft in Eritrea loopt gevaar,
en je kunt nooit zeggen wat voor type gevaar.'

-John Appel

lange arm

Het klinkt als een lekkere feelgood-film, een groep jonge Afrikanen met handschoenen aan, toverend met de bal op het winters Hollandse voetbalveld. Samen sportief en maatschappelijk succes tegemoet onder leiding van de sympathieke wijkagent en de trainer met het grote hart. Maar zo’n film is Eritrea Stars niet, want de werkelijkheid is helaas weerbarstiger. Ondanks hun kwaliteiten kunnen ze niet als team in een hoge klasse van de knvb-competitie beginnen. En de voetballers zijn nou ook weer niet zo goed dat de clubs in de eredivisie om de spelers staan te springen. Ze spelen alleen oefenwedstrijden. In plaats van het eigen huis waar ze op gerekend hadden, moeten ze samen een paar flatjes delen, waar ze zich vervelen. En natuurlijk worstelen ze met gebeurtenissen uit het verleden, maar daarover willen ze niets zeggen. ‘Het grote probleem was dat ze het onmogelijk vonden om over hun vluchtverhaal en de politieke context te praten,’ zegt Appel. Hij mocht alleen komen filmen op voorwaarde dat hij niet over politiek zou praten met de spelers.

Om duiding aan te brengen over hun achtergrond gebruikt Appel daarom de expertise van journalist Habtom Yohannes. Hij ontvluchtte zijn thuisland Eritrea als tiener, maar blijft de situatie volgen. Eritrea wordt beschouwd als het ‘Noord-Korea van Afrika’. Een zeer repressieve militaire dictatuur, waarbij mensenrechten op grote schaal geschonden worden. Appel: ‘De lange arm van het regime werkt door op de mensen die het land verlaten hebben. Hun familie die achterblijft in Eritrea loopt gevaar, en je kunt nooit zeggen wat voor type gevaar. Iedereen houdt elkaar in de gaten en je weet niet wie je kan vertrouwen.’

Appel vroeg dus niet verder, maar brengt in beeld met welke worste­lingen de voetballers en hun begeleiders te maken hebben. ‘Voor mij gaat de film over zestien jongens, allemaal jong en talentvol,’ zegt hij. ‘Maar dan zie je hoe ingewikkeld het is om mensen met een andere cultuur, een traumatische achtergrond en allerlei verwachtingen te helpen. De trainer en de wijkagent steken al hun tijd en een hoop geld in het team. Maar ook zij begrijpen ze niet altijd. En als de voetballers tot de conclusie komen dat Nederland toch niet het beloofde land is wat betreft hun voetbal­ambities, blijken ze niet meer te zijn dan gewone vluchtelingen.'

illusie

In de loop van het seizoen krijgt de snelle middenvelder Hermon de kans om bij Kozakken Boys in de topklasse van de amateurs te gaan spelen. Tot verdriet van hun begeleiders valt het team uit elkaar. Dat komt ook doordat elke speler een eigen politieke achtergrond heeft, benadrukt Appel. ‘De reden om te vluchten is voor elke speler anders, dat maakt het ook zo ingewikkeld. Het kan niet anders of er zijn jongens bij die banden hebben met het Eritrese regime. Mede daarom willen ze niet bij elkaar blijven wonen en spelen. Ze hebben er nooit voor gekozen met elkaar te leven.’  De documentaire bewijst maar weer eens dat je zelfs een ogenschijnlijk hechte groep mensen niet over een kam kan scheren. ‘Dat heb ik echt geleerd van deze film,’ zegt de maker. ‘Ik nam aanvankelijk ook aan dat alle jongens er hetzelfde over dachten. Maar daar mag je niet vanuit gaan, ook niet als je met andere vluchte­lingenstromen te maken hebt.’

Ondanks alles heeft Appel wel vertrouwen in de toekomst van de jonge voetballers. ‘Het is geen verloren groep jongens. Ze zitten nu een beetje tussen wal en schip. Ze zijn beroofd van de illusie dat ze allemaal profvoetballer gaan worden. Ze moeten zich nu net als andere vluchtelingen gaan richten op een opleiding of een baan. Ik weet zeker dat ze de andere kansen die ze krijgen, zullen benutten.’

luister: interview pieter van der wielen en john appel