Litouwen ontstaat
De natiestaat Litouwen ontstaat rond 1230 AD wanneer verschillende Litouwse
stammen zich onder leiding van koning Mindaugas verenigen. Onder zijn leiding start
een eerste poging tot oostelijke uitbreiding, waarbij delen van het huidige Wit-Rusland
worden ingenomen. In 1316 komt koning Gediminas aan de macht, hij is de eerste
telg van een dynastie die ruim 250 jaar zou regeren en wordt algemeen beschouwd
als aartsvader van het land.
Litouwen rond 1430
Litouwens ‘finest hour’, rond 1430 strekte het rijk zich onder koning
Vytautas uit van de Oostzee tot de Zwarte zee
Litouwen wordt grootmacht
Door de alliantie met buurland Polen worden in 1410 de Teutoonse kruisvaarders
verslagen. Een keerpunt in de geschiedenis omdat de overwinning het einde betekende van een 185-jaar durende kruistocht in de Baltische staten (de
Litouwers waren de laatste heidenen van Europa). Bovendien was het de aanleiding voor de start van de bloeiperiode van het Litouwse rijk. Onder
grootvorst Vytautas bereikt het rijk haar grootste omvang. Rond 1430 strekt Litouwen zich uit van de Baltische staten in het noorden tot aan de Zwarte zee in
het zuiden, en in oostelijke richting tot bijna in Moskou. De Europese grootmacht die Litouwen eens was, is voor veel Litouwers nog altijd reden van trots. In
tegenstelling tot de andere Baltische staten, zijn de Litouwers in hun hart nog altijd een morele grootmacht. Volgens velen is deze houding nog steeds
merkbaar in de buitenlandse politiek van het land.
Het Poolse Kraków als hoofdstad
De reeds bestaande band tussen Polen en Litouwen wordt versterkt wanneer beide landen één staat vormen: het Pools-Litouwse rijk, met het Poolse Kraków
als hoofdstad. Dit rijk zou 226 jaar blijven bestaan. De Poolse politiek overheerst echter en hoewel Litouwen tot het einde van de 18e eeuw een zekere
autonomie houdt, komt de Litouwse taal en cultuur steeds meer in de verdrukking.
Litouwse cultuur gaat ondergronds
5 Litai biljet
De ondergrondse strijd om behoud van de eigen taal en cultuur tijdens de Russische bezetting in de 19e
eeuw is nog zichtbaar op dit tafereel op het bankbiljet van 5 Litai. Terwijl de moeder spint, leert ze haar kind
stiekem de Litouwse taal met behulp van een steen met Litouwse teksten.
In 1795 maakt een Russisch-Pruisisch-Oostenrijkse alliantie een einde aan het Pools-Litouwse onafhankelijkheid. Twee opstanden tegen de
onderdrukking mislukken en in 1860 wordt Litouwen een onbelangrijke Russische provincie. Vanaf dat moment wordt het land gedwongen te
Russificeren en staat de geschiedenis van het land in het teken van de strijd om het behoud van de eigen taal en cultuur. Het Russisch wordt
de voertaal op scholen en het Litouws mag alleen nog in het Russisch schrift worden geschreven. Katholieke kerken worden verboden en voor
de vele Russische immigranten worden Orthodoxe kerken gebouwd. Maar de Litouwers weigeren hun cultuur zomaar op te geven, in
‘catacombescholen’ wordt in het geheim de Litouwse cultuur onderwezen en boeken in de Litouwse taal worden het land binnengesmokkeld. Op
die manier slaagden de Litouwers erin om hun taal en cultuur in het geheim te laten overleven.
Litouwen onafhankelijk
Start van een bloeiperiode voor Litouwen. Na de Eerste Wereldoorlog wordt het land voor het eerst sinds twee eeuwen weer onafhankelijk, tot vlak voor de Tweede
Wereldoorlog blijft het autonoom. Op 23 augustus 1939 start van een diepzwart decennium voor Litouwen en de andere Baltische staten. Op die dag wordt het Molotov-
Ribbentrop-pakt ondertekend door Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie, een niet-aanvalsverdrag dat tevens inhield dat de Baltische staten onder de invloedssfeer van
Rusland komen te liggen. Tienduizenden manschappen van het Russische leger worden in Litouwen gestationeerd en in de twee jaar daarop wordt het openbare leven in
Litouwen volledig ‘gesovjetiseerd’. Naar schatting 30.000 burgers worden naar Siberië gedeporteerd. Vrijwel niemand van hen keert levend terug.
Het bezette ‘Ostland’
De Duitsers vallen Litouwen binnen, wat aanvankelijk wordt gevierd als een bevrijding, maar de euforie verdwijnt snel als Duitsland weigert de
onafhankelijkheid te herstellen en het bezette ‘Ostland’ uitbuit. Nadat de Russen eerst Litouwse intellectuelen, kunstenaars en andere ‘rechtse
elementen’ hebben afgevoerd, worden nu door de Duitsers de Baltisch-Joodse gemeenschappen vrijwel geheel uitgemoord.
Nieuwe Russische periode
Nieuwe start van de sovjetisering, zeer tegen de zin van de Litouwers. Op het platteland woedt tot 1953 een partizanenoorlog tegen het Sovjetleger. In 1947 en 1949 vinden weer
deportaties plaats waarbij naar schatting 440 000 (!) Balten worden afgevoerd. Na de dood van Stalin in 1953 keert slechts een klein deel van hen terug. In totaal verliest Litouwen in
dertien jaar éénderde van haar totale bevolking. Om het bevolkingsverlies ‘goed te maken’ komen honderdduizenden immigranten uit de hele Sovjet-Unie naar het land. Deze
hondstrouwe partij-aanhangers weigeren te integreren en vormen een Russische elite die nog altijd aanwezig is (na de onafhankelijkheid in 1990 is inburgering verplicht gesteld om
een Litouws paspoort te krijgen. Dat leidde tot verzet maar echte opstanden bleven uit).
Strijd om onafhankelijkheid
Aan de 'Russische bezetting' lijkt eind jaren tachtig met Gorbatsjov een einde te komen en het streven naar onafhankelijkheid
wordt vanaf dan door de Litouwers opgevat als een ware kruistocht. De opofferingsgezindheid is groot en hoewel het eerste openlijke verzet tegen de Russen in Estland
begint is de strijd in Litouwen veel radicaler. Op 11 maart 1990 roept Litouwen de onafhankelijkheid uit, waarop Gorbatstjov een economische blokkade instelt. Na
drie maanden moet hij deze echter beëindigen door de vasthoudendheid van de Litouwers en verzet van de Russische democraten. Bijna een jaar later, op 13 januari 1991,
probeert Gorbatsjov opnieuw de Baltische staten terug te krijgen door een staatsgreep, maar Russische troepen stuitten op hevig verzet en bij de bestorming van de
televisietoren van Vilnius komen 13 Litouwers om het leven. Na de mislukte augustuscoup in Moskou datzelfde jaar erkent president Jeltsin uiteindelijk de onafhankelijkheid
van de Baltische staten. Voor het eerst sinds het Interbellum is Litouwen weer autonoom.
Aansluiting bij Europa
De start van de onafhankelijkheid is moeizaam, Rusland vraagt direct wereldhandelsprijzen voor haar olie en gas waardoor Litouwen in een economische crisis raakt.
Er wordt een begin gemaakt met radicale economische hervormingen en privatiseringen, maar in Litouwen verloopt dit proces aanvankelijk moeizamer dan in Letland en Estland. De inheemse
elite (lees: de oud-communisten) eigent tijdens de privatisering alle lucratieve agrarische bedrijven en industriën zichzelf toe. Door een groot gebrek aan kapitaal en slecht management
houden veel van deze bedrijven het niet lang vol; ze gaan failliet of belanden uiteindelijk toch in handen van buitenlandse investeerders. Pas laat in de jaren negentig komt de economische
groei op gang met de privatisering van grote staatsbedrijven. Door injecties van buitenlands kapitaal weet de Litouwse economie zich langzaam te herstellen. In november 1999 maakt de
Europese Commissie bekend dat de onderhandelingen voor toetreding tot de EU met Litouwen kunnen beginnen.
Zappa in Vilnius
Nadat het Sovjet-juk in 1991 definitief was afgeworpen wilden fans van popcomponist Frank Zappa wel eens weten of Litouwen nu dan
eindelijk echt vrij was geworden. Ze vroegen het gemeentebestuur van Vilnius om toestemming voor een beeld van hun held en tot hun verbazing gaf het bestuur in een
progressieve bui toestemming. Sindsdien is in Vilius deze bronzen Zappa te bewonderen.