|
|
|
|
|
 |
|
In 623 na Christus werd voor het eerst een onafhankelijke Sloveense staat uitgeroepen,
door Franko Samo. Het eerste Slovenië was ruim twee keer zo groot als vandaag. De Zuid-Slaven die tot die tijd in de voormalige Romeinse
provincies Pannonia en Noricum leefden, waren voor het eerst vrij om een eigen land op te bouwen.
De volkeren die in het vroege Slovenië woonden waren vredelievend. Ze leefden in de uitgestrekte bossen en hielden zich in leven met het
fokken van vee en landbouw.
De zorgeloze tijd van de vroege Slovenen duurde niet lang. In 788 kwam het staatje onder de
heerschappij van Karel de Grote. In deze periode werden de bewoners van Slovenië in rap tempo bekeerd tot het Christendom. In 863 werd voor
het eerst een bijbelvertaling in de Sloveense taal gemaakt. |
|
| |
|
|
|
 |
|
 |

Rond 1400 kwam het Habsburgse rijk in opmars in de regio, en ook Slovenië kon er niet aan ontsnappen.
In de eeuwen vóór 1400 werden al steeds meer Duitse graven aangesteld om delen van Slovenië te besturen, en deze sloten zich
aan bij de Habsburgers. Het zou het begin zijn van een lange tijd van overheersing. Maar de Sloveens bevolking liet zich niet
zonder verzet overheersen. De grootste boerenopstand tegen het bewind van de Habsburgers, tussen 1478 en 1573, wordt vaak
gezien als een belangrijke aanjager van het Sloveense nationalistische gevoel.
|
|
|
 |
|
|
|
 |
Onder het bewind van de Habsburgers werden een aantal hervormingen doorgevoerd waar het land baat bij had.
Onder Maria Theresa werd het bestuur hervomd, met meer macht voor provinciale besturen, er werden nieuwe wegen aangelegd, en er werd een
leerplicht ingevoerd. Zo kon iedere Sloveen terecht op door de staat onderhouden lagere scholen. Deze maatregelen zorgden ervoor dat de
Sloveense economie sterk verbeterde. Zowel opbrengst van de landbouw als de productie van goederen steeg sterk, en ook de Sloveense
kunst en cultuur kreeg een flinke impuls.
|
|
|
 |
|
 |

In 1848 lanceerde een groep Slovenen het eerste nationaal politieke programma, genaamd Zedinjena Slovenia (Verenigd Slovenië).
Het pamflet riep op tot een samenvoeging van de losse provincies tot een autonoom gebied binnen het Habsburgse rijk. Ook riep het programma op om
Sloveens tot de vaste taal te maken in scholen, en de oprichting van een Sloveense universiteit. Het verzoek werd niet ingewilligd, ondanks het
feit dat de Slovenen niet eens om onafhankelijkheid, maar slechts om beperkte autonomie hadden gevraagd.
|
|
|
 |
In de jaren voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog ging de economie verder vooruit, onder andere door de opening van een
spoorlijn tussen Wenen en Ljubljana. Maar alleen bovenste klassen van het land konden daarvan profiteren; voor de arbeidersklasse ging de
welvaart in deze tijd hard achteruit. Zozeer zelfs, dat 300.000 Slovenen, (56 procent van de toenmalige bevolking), zijn heil ergens
anders zocht.
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
Alhoewel het grootste deel van de bevolking Oostenrijk-Hongarije trouw bleef gedurende de Eerste Wereldoorlog,
groeide de onrust en het verzet naarmate de oorlog vorderde. De Slovenen streefden naar een autonome, democratische staat binnen
het Habsburgse rijk. Maar toen de Habsburgse monarchie uiteenviel, kropen Slovenen, Kroaten en Serven bij elkaar, en riepen een
onafhankelijke Joegoslavische staat uit, met Zagreb als hoofdstad. Omdat er een dreiging verwacht werd uit Italië, besloot de
pasgevormde staat zich aan te sluiten bij de Servië en Montenegro. Maar door de akkoorden van Parijs en Rapallo raakte Slovenië
grote gebieden kwijt aan Italië en Hongarije. Dit verlies van een kwart van de bevolking én een derde van het grondoppervlak viel
Slovenië zwaar.
|
 |
|
|
| |
|
|
|
|

 |
De Communistische partij van Slovenië werd gesticht in 1937 door Tito, maar de opkomst van het gedachtegoed
van Marx en Engels kon de jonge Joegoslavische staat niet buiten de Tweede Wereldoorlog houden. In 1941 sloot het land een
verdrag met Duitsland en Italië. Nadat de Engelsen een coup steunden werd dit verdrag in een la gestopt, en probeerde Joegoslavië
neutraal te blijven. Zonder succes, want in 1941 marcheerden Duitse troepen het land binnen. Na twee weken gaf het leger zich over.
Het onderdrukkende regime van de Duitsers zorgde al snel voor heftig verzet, aangevoerd door Tito’s communisten. Samen met de
(communistische) partizanen van de andere deelstaten van Joegoslavië, en met hulp van de geallieerden, werd een harde
guerrillastrijd gevoerd.
De Duitse legers trokken zich in 1944 terug uit Belgrado, maar het duurde nog tot mei 1945 voordat alle delen van Slovenië waren
bevrijd. Meer dan 12.000 anti-communistische vluchtelingen werden door de Engelsen teruggestuurd uit de kampen in Oostenrijk.
De meeste daarvan werden in twee maanden tijd geëxecuteerd door de communisten.
Tito, die als de leider van de communistische partizanen veel macht had opgebouwd in de oorlog, slaagde er na de oorlog in deze
macht in handen te houden. Hij leidde het land vanuit een communistische visie, maar keerde zich al snel tegen Stalin. Hiermee
riskeerde hij wel een invasie van de Sovjet-Unie, maar zijn politiek was erop gericht van Joegoslavië in hoog tempo een
communistisch land te maken. Zo werd de industrie genationaliseerd, en werd particulier bezit van land teruggebracht tot maximaal
20 hectare. Slovenië kreeg onder Tito de kans uit te groeien tot het economisch meest welvarende deel van Joegoslavië.
|
|
|
 |
 |
|
 |
Na Tito’s dood in 1980, en de economische neergang die de regio trof, ontstonden er strubbelingen tussen
de Serven en de Albanezen die in Kosovo woonden. Als gevolg van deze ongeregeldheden bloeide het Sloveense
onafhankelijkheidsverlangen weer op. Immers, de Serven zouden zich ook af kunnen gaan zetten tegen de Slovenen. Toen de
Serven eenzijdig de onafhankelijkheid van Kosovo blokkeerden, nam de angst hiervoor alleen maar toe.
|
|
|
 |
Slovenië werd de eerste republiek binnen Joegoslavië waar vrije verkiezingen werden gehouden. Met een flinke
meerderheid zetten de Slovenen de communisten buiten, het nieuwe parlement nam enkele maanden later een verklaring aan, waarin
de onafhankelijkheid van de staat Slovenië werd uitgeroepen. In een referendum kon de bevolking zijn mening geven.
De uitslag van dat referendum loog er niet om; 88 procent van de Slovenen wilde uit de wankele Joegoslavische federatie stappen.
De centrale regering in Belgrado verwierp de uitslag omdat deze ongrondwettig zou zijn, en draaide de geldkraan naar Slovenië
dicht. De Sloveense regering begon een leger op te bouwen en wapens in te slaan, alvorens zich op 25 juni 1991 definitief los te
koppelen van Joegoslavië.
Binnen enkele dagen marcheerde het Joegoslavische federale leger Slovenië binnen, maar de weerstand van de Slovenen was groter
dan verwacht. Binnen twee weken werd een wapenstilstand bereikt, door bemiddeling van de Europese Unie. De partijen spraken af
dat de Slovenen hun onafhankelijkheidsstreven even aan de kant zouden zetten, maar het federale Joegoslavische leger trok zijn
troepen zelf al binnen korte tijd terug.
Binnen twee maanden na de terugtrekking van het Joegoslavische leger werd een nieuwe grondwet ingesteld.
Aan het begin van het nieuwe jaar kwam daar ook de erkenning bij van de Europese Unie, en een lidmaatschap van de Verenigde
Naties. Slovenië was, na een hele lange tijd, weer volledig onafhankelijk.
|
 |
 |
 |
| |
terug naar boven
|
|
 |
|