|
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
De eerste feodale Slavische staat ontstaat op het grondgebied van het latere Tsjechoslowakije.
Byzantijnze missionarissen Cyrillus en Methodius beginnen met het kerstenen van het Tsjechische rijk. In 870 wordt
de eerste burcht in Praag gebouwd, waar tussen 907 en 927 Hertog Wenceslas regeert, door zijn vredelievendheid en
latere heiligverklaring wordt hij beschouwd als de vader van de natie.
|
|
 |
 |

Vooral dankzij vooruitgang in de landbouw beleeft Tsjechië een economische bloeiperiode. De ontdekking van zilvermijnen leidt
tot de komst van vele gelukszoekers, in de eeuwen daarna zou in de Bohemen de grootste zilvermijnindustrie van Europa ontstaan.
Het Tsjechische mijnwetboek dat wordt opgesteld wordt later ook gebruikt tijdens de goldrush in Amerika.
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
| De economische groei bereikt zijn grenzen. De Katholieke kerk
bezit aan het begin van de vijftiende eeuw meer dan een derde van alle grond en Rome haalt steeds meer inkomsten uit Tsjechië. De rector van de Praagse
universiteit, Jan Hus, levert openlijk scherpe kritiek op de kerk. Aanvankelijk krijgt hij gehoor bij koning Wensceslas maar als de paus dreigt Praag in
de ban te doen, wordt Hus van ketterij beschuldigd en eindigt hij op de brandstapel. De woede onder het volk is groot en in 1419 leidt dit tot de opstand
van de Hussieten. Zij realiseren het utopische maatschappijmodel van Jan Hus in de stad Tabor. Een voor die tijd unieke samenlevingsvorm, veelal gezien
als een vroege vorm van het communisme maar met een streng Christelijke grondslag; feodale rechten bestaan niet meer, alle mensen worden als gelijk
beschouwd en alle goederen zijn gemeenschappelijk eigendom. Uniek is verder dat volksvertegenwoordigers gekozen worden en onderwijs voor het eerst in de
geschiedenis toegankelijk wordt voor vrouwen. Het Taboristische ideaal was echter geen lang leven beschoren, een reeks kruistochten vanuit Rome maken in
1434 een einde aan de opstand van de Hussieten. |
|
| |
|
|
|
 |
|
 |

Vanaf 1526 komt Tsjechië onder het bewind van de Habsburgers. Door de komst van veel intellectuelen en kunstenaars wordt Praag een
belangrijk cultureel centrum. Bijna twee eeuwen wordt de Tsjechische cultuur overheerst door de Oostenrijks/Duitse cultuur, maar aan het einde van de
17e eeuw zorgt de verlicht despoot Josef II voor een opleving van het nationale bewustzijn van de Tsjechen. Dit proces zet zich gedurende de hele 19e
eeuw voort en een hoogtepunt wordt bereikt in 1919, als de onafhankelijke Tsjechoslowaakse republiek wordt uitgeroepen. Na tien eeuwen zijn dan de Tsjechen
en de Slowaken weer herenigd.
|
|
|
 |
|
 |
|
 |
Tijdens het interbellum blijft het land onafhankelijk, maar in 1939 bezetten de Duitsers het Sudetengebied en wordt de rest van de Bohemen en
Moravië een Duits protectoraat. De oorlog kost vele Tsjechen het leven. Naast tienduizenden Joden, wordt ook de gehele mannelijke bevolking van het dorpje Lidice
door de Duitsers vermoord, als vergelding op de moordaanslag op de plaatselijke Reichsprotector.
|
|
 |
Na de oorlog wordt in Tsjechoslowakije gestreefd naar een socialistisch staatsmodel.
Vrije verkiezingen in 1946 leiden tot een grote overwinning van de communisten. De Stalinistische periode
gaat net als in de andere landen van het Warschaupact gepaard met verregaande “zuiveringen” van rechtse elementen.
|
|
|
 |
 |
|
 |
 |
|
| |
Dubceks pleidooi voor “socialisme met een menselijk gezicht” vindt
veel gehoor bij het volk maar wordt bloedig neergeslagen door het Sovjetleger. Uit protest tegen de overval op zijn land pleegt de Praagse student
Jan Palach zelfmoord door zich op het Wenceslasplein in brand te steken
|
 |
|
| |
|
|
 |
|
Het Tsjechische verzet tegen de Russische overheersing houdt aan. Een groep dissidente intellectuelen stelt het manifest Charta ’77 op, waarin wordt
opgeroepen tot het respecteren van mensenrechten. Toneelschrijvers Vaclav Havel en Jiri Dienstbier (zie uitzending Retour Europa)zijn de initiators, hun toneelstukken worden verboden
en ze belanden beide in de gevangenis.
|
|
|
 |
Eind jaren tachtig begint de ‘Fluwelen Revolutie’. Tijdens massale demonstraties in Praag en andere steden eisen de burgers, verenigt in het Burgerforum,
democratische hervormingen. De inmiddels vrijgekomen Havel leidt het Burgerforum en start onderhandelingen met de regering. Aan de communistische periode komt een eind als in november het Politburo aftreedt. In 1990 zijn de eerste vrije verkiezingen, Havel en Alexander Dubceck zijn de grote winnaars.
|
 |
 |
 |
| |
|
|
 |
|

 |
Economische hervormingen om Tsjechië er na
40 jaar planeconomie weer bovenop te helpen komen langzaam op gang. Bedrijven worden geprivatiseerd en markteconomische principes ingevoerd. Zoals in het gehele voormalige
oostblok leiden de hervormingen ook in Tsjechië tot hoge werkeloosheid. Maar de overgang naar een westers model verloop er in vergelijking met de andere kandidaat lidstaten
relatief soepel. Vanaf midden jaren ’90 groeit de economie gestaag en het toerisme trekt flink aan. Eind jaren ’90 starten de onderhandelingen voor het toetreden tot de
Europese Unie en de NAVO.
terug naar boven
|
|