
|
|
Als er een hel speciaal voor vegetariërs en calorywatchers bestaat,
dan moet die wel in Hongarije liggen. In de traditionele Hongaarse keuken draait het om vlees
(en, bij gebrek aan zee, een beetje zoetwatervis). En dan liefst veel, gegrild of gesudderd in
zware sauzen en op smaak gebracht met niet kinderachtige hoeveelheden zure room en geserveerd
met rijst of aardappelnoedels. Groente is bij het gerecht niet inbegrepen: naast het hoofdgerecht
bestel je apart zure of zoute augurken, tomaten-, komkommer- of koolsla.
Het bekendste Hongaarse gerecht is pörkölt, in paprikasaus gesudderde stukjes rund of schapenvlees,
in West-Europa beter bekend als goelasj. Gulyás daarentegen is een maaltijdsoep waarin wederom
mythologische hoeveelheden rundvlees verwerkt zijn (als het goed is een pond per persoon).
Dit alles is bepaald niet onsmakelijk, maar wel zwaar. In de winter, als de temperatuur kan dalen tot 20°
onder het vriespunt, is zo'n voedingspatroon begrijpelijk, maar in de zomer, als de
temperatuur kan oplopen tot 40°, heb je soms behoefte aan wat lichtere kost.
Voor gevoelige westerse magen is het wellicht een troost dat
de traditionele keuken sinds 1990 op zijn retour is. Frietjes zijn tegenwoordig in
elk restaurant te krijgen. In Boedapest kun je moeiteloos Chinees, Italiaans, Frans
en zelfs Belgisch eten. Producten met het predikaat light zijn in elke supermarkt te koop
Liefhebbers van wijn en sterke drank kunnen in Hongarije hun hart ophalen:
er worden goede (vooral witte) wijnen geproduceerd. Zoals in heel Oost-Europa maakt
men brandewijn (pálinka) van allerlei soorten fruit (pruimen, abrikozen, kersen).
|
|