• Inleiding

      Google is gemakkelijk, snel en geeft goede resultaten. Nog nooit is er zo veel informatie zo eenvoudig voor zoveel mensen toegankelijk geweest. Het bedrijf lijkt een zegen voor één van de universele rechten van de mens: het recht op informatie. Maar wat betekent het dat 91% van de Nederlanders zich slechts op één zoekmachine verlaat om een weg te vinden over het Internet?

      Weten we voldoende over de werking van zoekmachines om een zo eenzijdig gebruik te kunnen verantwoorden? Wat voor invloed hebben zoekmachines op onze informatierealiteit? Wat gebeurt er als straks het monopolie van Google volledig is? Zijn er alternatieven? Wie staat ervoor in dat de poortwachter naar alle informatie ter wereld straks geen tol gaat heffen? En als het straks zover is, wie kan er dan nog wat aan doen?

    • 1.2

      In deze Tegenlichtwebspecial wordt de wondere wereld van zoekmachines tegen het licht gehouden. De werking van zoekmachines staat centraal in hoofdstuk 2, de gevaren van het nog altijd groeiende marktaandeel van Google worden in kaart gebracht in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 komen een aantal initiatieven voor alternatieven voor Google aan de orde. In hoofdstuk 5 ten slotte komen twee zoekmachinedeskundigen aan het woord: Richard Rogers en Herbert Blankesteijn. Bij dit laatste hoofdstuk ook interviews met politici uit de Tweede Kamer en het Europees Parlement over hun visie op informatievoorziening op het Net.
      ======================================

      Colofon
      Redactie: Francine Wildenborg en Jasmijn Snoijink
      Eindredactie: Martijn Kieft
      Design: Gerbren Boere, Nick Stakenburg en Ad de Bont

    • 2.1

      Inleiding

      Zoekmachines hebben een cruciale rol gespeeld bij de introductie van Internet bij het grote publiek. Het wereld wijde web werd vóór de opkomst van zoekmachines als een soort wilde westen voor ietwat bleke jongens met vettige haren beschouwd. Zoekmachines als Yahoo! Search, Altavista, Alltheweb en later ook Google veranderden het web in een handige bundeling van telefoongidsen, gouden gidsen, algemene en specialistische vraagbaken voor de thuis- en kantoorgebruiker. Het Internet werd het naslagwerk der naslagwerken.

      Inmiddels vinden we dagelijks onze weg op het web met behulp van zoekmachines. Internet bestaat uit miljarden pagina's en dat worden er iedere dag meer. Om daar de gewenste informatie in te vinden, lijkt een schier onmogelijke opdracht. Maar door gebruik te maken van zoekmachines en de juiste combinatie van zoektermen, lukt het de gemiddelde zoeker toch aardig. Hoe gaat dat in zijn werk?

      Om iets over de werking van zoekmachines te kunnen zeggen, is het belangrijk een globaal beeld te hebben van de opbouw van een webpagina.

    • 2.2

      Drie benaderingswijzen

      Een site kan op drie manieren benaderd worden door zoekmachines. Twee daarvan volgen uit de opbouw van de site zelf. Een zoekmachine kan de body van een website analyseren op inhoudelijke elementen, dit wordt body indexatie genoemd. AltaVista is een zoekmachine die voor een groot deel op body indexatie werkt. Ook kan een zoekmachine kijken naar de meta-informatie in de heading van de site. De derde benaderingswijze volgt een andere route, namelijk die van de links. Daarbij wordt uitgegaan dat de links van en naar een pagina iets zeggen over de inhoud en populariteit van een pagina. Google is de bekendste zoekmachine die op basis van dit principe de volgorde van de zoekresultaten bij een zoekopdracht bepaalt.

    • 2.3

      De benaderingswijzen worden vaak gecombineerd gebruikt. Iedere zoekmachine heeft zijn eigen manier om het web te indexeren. Dat gebeurt voor het grootste deel automatisch. Er worden programma's ontwikkeld om de informatie van het web te verzamelen en te categoriseren. Deze programma's worden ook wel bots, spiders of crawlers genoemd. De programma's worden het Internet op gestuurd om volgens een aantal regels (ook wel algoritme genoemd) informatie te verzamelen voor de database van de zoekmachine. Het algoritme van een bot, spider of crawler beschrijft de informatie die verzamelt dient te worden en bepaalt de informatiehiërarchie. Het algoritme bepaalt dus welke sites hoger of lager in de lijst van zoekresultaten bij een zoekopdracht verschijnt. De bots, spiders of crawlers gebruiken vaak de links op een pagina om zich over het Internet te verplaatsen. Maar er zijn ook andere methodes.

    • 2.4

      Meer over zoekmachines

      Search Engine Mediabureau Checkit heeft een degelijk overzicht van de werking van zoekmachines online staan. Op www.searchenginewatch.com is de laatste informatie over zoekmachines te vinden.

    • 3.1

      Inleiding

      Binnen vijf jaar heeft Google zich ontwikkeld tot de absolute koploper in Nederland. Bezat de zoekmachine in 2002 nog 32 procent marktaandeel, in 2006 is dit percentage gegroeid tot 91. Dat blijkt uit onderzoek (zie link rechts van de tekst)
      van het Search Engine Media Bureau Checkit in samenwerking met onderzoeksbureau RM Interactive.

      De toename van het marktaandeel van Google betekent tegelijkertijd dat andere zoekmachines hebben moeten inleveren. Ilse, een zoekmachine van Nederlandse origine, had in 2002 nog 19 procent van de Nederlandse ‘zoekmachinemarkt’ in handen. Vijf jaar later is Ilse echter, met een marktaandeel van vijf procent, nagenoeg verdwenen. Er rijzen stemmen dat het succes van Google gevaarlijk zou kunnen zijn, maar hoe bang moeten we zijn voor deze zoekmachine?

    • 3.2

      Waarom een monopoliepositie?

      Evert Webers, directeur van RM Interactive, heeft onderzoek gedaan naar de reden waarom zoveel internetgebruikers Google als zoekmachine gebruiken. “Het antwoord is heel eenvoudig, ze vinden wat ze zoeken. De overzichtelijkheid van Google en het gebruiksgemak zijn daarbij belangrijke argumenten”, aldus Webers.

      In twee van de drie gevallen, zo zegt Webers, vindt een gebruiker van Google het gewenste zoekresultaat. Hij voegt daaraan toe dat in negen van de tien gevallen gebruikers bij Google blijven ook als ze niet het gewenste zoekresultaat hebben gevonden. “Wat dat betreft is een groot deel van de Nederlandse internetgebruikers ontzettend merktrouw”, aldus de voorman van het onderzoeksbureau. Het imago van Google is erg goed, zo blijkt uit een andere studie van Webers, mensen zien Google als betrouwbaar, dat geldt ook voor supplementaire diensten van Google zoals de e-mail en andere functies.

    • 3.3

      Wat is er mis met een monopoliepositie?

      Met een monopoliepositie an sich is niets mis, zegt Harriët Garvelink- van Splunder, persvoorlichter van de Nederlands Mededingingsautoriteit (NMa). De NMa komt pas in actie als er melding wordt gemaakt van misbruik van een monopoliepositie. Dus als er prijsafspraken worden gemaakt, er sprake is van koppelverkoop of als nieuwkomers geen kans hebben om zich op dezelfde markt te begeven.

      Dergelijke klachten over Google zijn tot op heden niet binnengekomen bij de NMa. Het lijkt erop dat nieuwkomers alle gelegenheid hebben een eigen zoekmachine te introduceren zonder dat zij daarmee gehinderd worden door Google én dat Google consumenten geen producten dwingt af te nemen die zonder Google ontoegankelijk zijn (hetgeen waarvoor Microsoft wel op het matje is geroepen door de Europese Commissie).

    • 3.4

      Maar stel dat er in de toekomst wel klachten binnenkomen, dan nog is het lastig daaraan gevolg te geven. De NMa kan pas actie ondernemen als er sprake is van een afgebakende markt, en die is voor zoekmachines niet gedefinieerd. Bovendien bestaat er geen juridisch kader waarin zoekmachines vallen. Daardoor kan nog niet bepaald worden of Google zijn monopoliepositie misbruikt. Ook kan nog niets gezegd worden over het niveau waarop het marktaandeel van zoekmachines in de gaten gehouden moet worden. Europees of nationaal, zonder marktdefinitie en regelgeving valt er niets te reguleren. De NMa heeft nog geen sluitend antwoord. Als er een zoekmachinemarkt bestaat en als daar een nationaal aspect aan zit, dan is het wel een nationale aangelegenheid. Zo niet, dan valt het onder de verantwoordelijkheid van Europa, aldus Garvelink- van Splunder. Kortom, zolang we het beestje geen naam geven is het geen issue op de nationale of Europese agenda.

    • 4.1

      Quaero

      Het is een feit dat Google op het gebied van zoekmachinetoepassingen de touwtjes in handen heeft. En dat blijft niet beperkt tot het zoeken van tekst in Google. De zoekmachine breidt zich in een razend tempo uit. Zo kan je met Google naar plaatjes zoeken, websites vertalen, nieuws zoeken en de meeste plaatsen ter wereld van dichtbij bekijken door middel van Google Earth. Bovendien is het einde nog niet in zicht, zo ontwikkelt Google op dit moment onder meer zoeken door spraakherkenning.

      Veel mensen gebruiken Google en de monopoliepositie die de zoekmachine lijkt te gaan krijgen baart relatief weinig mensen zorgen. Desalniettemin zijn er initiatieven die een alternatief willen bieden voor Google. Het meest in het oog springende voorbeeld is Quaero, een Frans-Duits project. Frankrijk en Duitsland zijn voornemens uit publieke én private middelen (veel bedrijven van beide zijden, zoals het Duitse Siemens en Deutsche Telekom en het Franse Thomson en France Télécom) één tot twee miljard euro vrij te maken voor de nieuwe zoekmachine en complementaire digitaal gereedschap.

    • 4.2

      De motivatie voor dit initiatief? De Franse president is eenduidig: tegenwicht bieden tegen Amerikaanse reuzen als Google en Yahoo. Maar het moet niet gezien worden als een aanval op Google en andere Amerikaanse zoekmachines. Het gaat er volgens betrokken partijen om de Europese digitale markt op de kaart te zetten nu het nog kan. Daarbij is er speciale aandacht voor 'cultural-heritage management'. Chirac stelt dat het nu nodig is om deel te nemen aan de digitale 'zoekmarkt', omdat momenteel een nieuwe geografie van kennis en culturen wordt opgesteld. Als Europa niet aan dit proces deelneemt, lopen we het risico onzichtbaar te worden voor de rest van de wereld, aldus de Franse president. De Europese Unie lijkt zich ook al druk te maken over de culturele dominantie van Google, aangezien zij onlangs heeft aangekondigd het Franse initiatief voor het creëren van een digitale wetenschapsbibliotheek, vergelijkbaar met Google Scholar, te steunen.

      Waarin de zoekmachine zich zal onderscheiden? Door toenemende multimediale informatie op het internet zal Quaero in een zoekopdracht alle informatie doorzoeken, waaronder tekst, beeld, audio- en videomateriaal. Dat betekent dat als je naar een afbeelding van bijvoorbeeld een olifant zoekt, en dit plaatje niet de naam 'olifant' heeft, Quaero door middel van vormen en kleuren toch dergelijke plaatjes kan vinden. Ook maakt het daarbij geen verschil in wat voor taal de oorspronkelijke informatie is geschreven, omdat Quaero in staat zal zijn alle broninformatie stante pede te vertalen.

    • 4.3

      De verminderde nadruk op herkomsttaal is een van de belangen van Frankrijk, aangezien zij zich verzet tegen de ‘monopoliepositie’ van de Engelse taal in de media, zo ook de digitale media.

      Hoewel Google zich ook bezighoudt met vertaal- en spraakherkenningsfuncties, stelt Quaero zich ten doel dit niet alleen te evenaren maar ook te overtreffen. Volgens sommige experts, zoals Nicholas G. Carr (voormalig eindredacteur van de Harvard Business Review), levert het niet-commerciële motief van Quaero voordelen op. Aangezien Google, Yahoo en andere zoekmachines op winst gericht zijn, wordt hun aandacht afgeleid van de zoektechnologie zelf, aldus Carr. Anderen zien de commerciële inslag juist als noodzakelijk. Zo heeft Google, door hun beursgang, een hoop financiële middelen. En onderzoek ten behoeve van vooruitgang kost nou eenmaal een hoop geld. Zo besteed Google jaarlijks ongeveer 400 miljoen dollar aan onderzoek en ontwikkeling.

      Volgens de meeste bronnen zou Quaero al in maart van dit jaar gelanceerd moeten worden. Maar tot op heden is nog niets van de zoekmachine vernomen. Twijfels aan de Duitse bereidheid om mee te werken aan het Europese initiatief onder Merkel (Schröder stond samen met Chirac achter het initiatief) lijken te worden weggenomen door het het Cournot Centre for Economic Studies in Parijs dat de samenwerking tussen de Franse en Duitse parcipanten coördineert.

    • 4.4

      De Frans-Duitse as in het Quearo project doet vragen oproepen. Maar tot op heden heerst nog steeds de radiostilte die in januari, na de speech van Chirac, is afgekondigd.

      Wanneer de zoekmachine gelanceerd wordt en wie precies deelnemen is nog onzeker,
      blijkt na contact met France Télécom en het Duitse ministerie van Economische Zaken en Technologie. Duidelijk is in ieder geval dat Nederland niet participeert en in de meeste gevallen ook niet op de hoogte is van het initiatief en dat terwijl het project beweert Europese belangen te behartigen. Vooralsnog lijkt de Europese dimensie van Quearo dan ook beperkt tot Frankrijk en Duitsland.

    • Politiek van zoekmachines

      Inleiding

      Internet bevat een gigantische hoeveelheid data. Halverwege de jaren negentig werd al geroepen dat het te veel was om er een weg in te vinden. Startpagina's en later de geavanceerdere zoekmachines boden uitkomst. De huidige zoekmachines werken met een geautomatiseerde indexatie van het web. Crawlers verzamelen informatie van websites en organiseren de informatie volgens in algoritmes vastgelegde regels. Hiermee is de menselijke redactie grotendeel vervangen, waardoor de volgorde van zoekresultaten een direct gevolg lijkt te zijn van de inhoud van webpagina's.

      Google is met zijn set van algoritmes verreweg de meest succesvolle zoekmachine. Maar hoe neutraal is die volgorde van informatie nu werkelijk? Hoe groot is de kans dat we straks zijn overgeleverd aan Google voor alle informatie ter wereld? En hoe kijkt de politiek hier tegenaan?

    • 5.2

      Zoekresultaten neutraal?

      Het automatisch indexeren van het Internet heeft de schijn dat daarmee het menselijke oordeel is uitgeschakeld. De volgorde van zoekresultaten lijkt direct te volgen uit de inhoud van de webpagina. Maar is dit ook echt zo? Volgens Herbert Blankesteijn, Internetdeskundige en columnist voor ondermeer NRC Handelsblad en BNR Nieuwsradio, is er in principe niets mis met de neutraliteit waarmee crawlers het web indexeren. Blankesteijn: "Zoekmachines zijn gebaat bij goede zoekresultaten. Als mensen snel vinden wat ze zoeken bij het gebruik van een zoekmachine dan is de kans groot dat ze daarna snel weer terugkomen." Als er al iets misgaat dan komt dat vooral door webpagina's die door trucjes proberen hoger in de zoekresultaten terecht te komen. Page-ranking optimizers hebben zich hierin gespecialiseerd.

    • 5.3

      Richard Rogers, onderzoeker en docent Media en Cultuur aan de UvA en auteur van ondermeer ‘Information Politics on the web’, ziet wel een aantal politieke aspecten in de manier waarop zoekmachines zijn ingericht. Rogers: "Zodra je informatie gaat weglaten, wat noodzakelijk is om een selectie te maken, dan ben je al politiek bezig." Ook noemt Rogers de invloed van het gedrag van zoekmachinegebruikers. Bij een zoekopdracht geeft de zoekmachine aan hoeveel zoekresultaten er uit de database terugkomen. Bij brede zoekopdrachten loopt dat aantal tot in de miljoenen. Uiteindelijk zijn slechts duizend van die resultaten voor de gebruiker toegankelijk. De gemiddelde gebruiker kijkt niet verder dan de eerste twintig zoekresultaten. Al die andere resultaten worden dus als niet relevant beschouwd. Dat lijkt op zich geen probleem omdat de gebruiker kennelijk in die eerste twintig resultaten vindt wat hij zoekt. Het probleem is echter wel dat het bezoek aan die eerste twintig pagina's, de populariteit van die sites eens te meer bevestigt. Hierdoor blijven die pagina's vaak lange tijd hoog scoren, terwijl de relevantie van die pagina's ten opzichte van de lager geplaatste sites dat niet altijd rechtvaardigt. Het is een vicieuze cirkel die lastig te doorbreken is. Meer politieke aspecten staan uitgewerkt in het subkader 'Vier politieke aspecten van zoekmachines'.

    • 5.4

      Monopolie van Google

      Het monopolie van Google komt volgens Blankesteijn vooral doordat de zoekmachine gebruikers de beste resultaten biedt. Blankesteijn: "Doordat de zoekresultaten zonder al te veel tierelantijnen gepresenteerd worden is de machine snel en handig in het gebruik. Je ziet dat Google door allerlei nieuwe diensten te ontwikkelen (zoals Google Earth en Google alert) gebruikers ook op andere manieren aan zich probeert te binden. Maar hun voornaamste verdienste is nog altijd de zoekmachine zelf."

      Als groot nadeel van Google noemt Blankesteijn dat het bedrijf alle zoekbewegingen van gebruikers vastlegt en bewaart. Elke zoekactie binnen Google wordt gekoppeld aan het IP-adres (een soort nummerbord voor computers op Internet), opgeslagen en bewaard. Blankesteijn: "Tot nu toe gaat het bedrijf integer met de opgeslagen data om, maar wie garandeert dat voor de toekomst? Wat als het bedrijf wordt overgenomen, of als een overheid dwingt de bewaarde data af te staan? Dat is riskant. De volle omvang van dit risico is eigenlijk nog niet te vatten."

    • 5.5

      De gedachte dat Google door de steeds verdergaande monopolisering van de markt van zoekende internetgebruikers straks de enige poortwachter is tot het rijk der kennis, zien beide deskundigen niet snel gebeuren. Yahoo, MSN en AOL zijn nog steeds grote spelers en die geven zich niet zomaar gewonnen.

      Rogers ziet de kopie die Google van het Internet beheert niet als een gevaar: "Die kopie geeft het Internet een geheugen en dat is vooral voor de wetenschap een uitkomst. Vóór de komst van dit soort archieven was het onmogelijk wetenschappelijke verwijzingen te maken naar informatie die online stond. Het kon immers morgen weer van het web verdwenen zijn. Maar doordat organisaties als Google een kopie van de door hun geïndexeerde informatie opslaan, is het mogelijk deze verwijzingen te maken."

    • 5.6

      Cultuur

      De mediaconcentratie die gaande is op de zoekmachinemarkt ziet Rogers als een gevaar: "Tot nu toe is mediaconcentratie altijd gepaard gegaan met kwaliteitsverlies. Het is voorstelbaar dat iets dergelijks ook op het web gebeurt." Kwaliteitsverlies op het web betekent een verlies aan pluriformiteit. Blankesteijn kan zich voorstellen dat er informatie verdwijnt tussen de rankingregels van zoekmachines, dus ook culturele informatie.

      "Maar dat is niets nieuws" vindt Blankesteijn. "We kunnen niet alles uit het verleden bewaren. Er gaan altijd dingen verloren, en daar krijgen we dan weer nieuwe dingen voor terug." Het vermeende kwaliteitsverlies was aanleiding voor Frankrijk en Duitsland om twee miljard euro te investeren in een Europees antwoord op Google: Quearo. Rogers vindt het een goede zaak dat zich nog altijd nieuwe spelers op de zoekmachinemarkt aandienen. Blankesteijn heeft weinig vertrouwen in het initiatief: "Ik vind dit bijna op het belachelijke af. Google, MSN, Yahoo en AOL, die zijn door trial and error groot geworden. Getuchtigd door de marktwerking. Als ze niet met het beste product aankomen dan bestaan ze niet meer. Nu gaan Frankrijk en Duitsland met overheidssubsidie de kneuzen die niet bij Google aangenomen worden aan het werk zetten. Ik heb weinig vertrouwen dat dat een werkbaar product wordt. Dat is zoiets als een couveusebaby in het oerwoud achterlaten."

    • 5.7

      Maatregelen

      Kunnen er maatregelen genomen worden om bijvoorbeeld kwaliteitsverlies op het web tegen te gaan? Of om internetgebruikers bewust te maken van de mogelijke gevolgen van hun internetgedrag?

      Rogers en Blankesteijn zien beiden een grote rol weggelegd voor educatie. Rogers: "Basale informatie over de werking van zoekmachines zou een vast onderdeel uit moeten maken van media-educatie op basis en voortgezet onderwijs." Blankesteijn vindt dat ook de media van tijd tot tijd mensen moeten wijzen op de risico's van Internetgebruik: "Regelmatig besteed ik aandacht aan dit soort onderwerpen in mijn columns. Ik adviseer mijn lezers bijvoorbeeld dat ze niet alles van Google moeten afnemen. Voor een webmailaccount hoef je namelijk niet per se naar Google, er zijn genoeg anderen. Als je ook al je mailcontact via Google laat verlopen dan kunnen ze die data koppelen aan de dingen die je via de zoekmachine zoekt."

    • 5.8

      Voor de Nederlandse overheid is er volgens Rogers en Blankesteijn, afgezien van een impuls in het onderwijs, weinig te ondernemen. "Een instantie als de NMa heeft niet de mogelijkheid om internationale organisaties als Google of Yahoo aan banden te leggen. Zoiets zou op Europees niveau moeten gebeuren. En zelfs dan is er weinig te bereiken" schat Blankesteijn in. Het commissariaat van de Media is al helemaal uit een andere tijd, vindt hij. "Het commissariaat is ooit opgericht om de reclames op de publieke zenders in de gaten te houden. Wat kan zo'n organisatie beginnen op het Internet?".

    • 5.9

      Metafoor

      Het probleem van veel overheidsinstanties als de NMa en het Commissariaat van de Media, is dat zij het lastig vinden om zoekmachines te plaatsen. Moeten zoekmachines gezien worden als gidsen, tijdschriften, kabelexploitanten, als een infrastructuur of juist een voertuig? Blankesteijn: "Een zoekmachine is een zoekmachine. Het is lastig om hier een sluitende metafoor voor te vinden." Rogers heeft geen metafoor paraat maar beweert dat het onmogelijk is om beleid te maken voor nieuwe media als je niet weet waar je het over hebt.

    • 5.10

      Politiek

      Rogers en Blankesteijn zien een niet zo grote rol voor de Nederlandse overheid weggelegd bij het reguleren van zoekmachines. Maar hoe kijkt de politiek hier tegenaan?

      Edith Mastenbroek, lid van het Europees Parlement voor de PvdA: "Mensen zeggen vaak dat Google een Amerikaans bedrijf is. Dat is begrijpelijk omdat het hoofdkantoor op Amerikaanse bodem staat. Maar ik zie het bedrijf als een multinational. Multinationals hebben tot nu toe een te weinig controleerbare status. Zo ook Google. Er is een groter platform nodig dan de EU om dit soort bedrijven te kunnen dwingen meer transparant te werk te gaan. Ik ben er heel erg voor dat de Europese Unie aansluiting zoekt bij bijvoorbeeld de G12 om die druk te kunnen uitoefenen."

    • 5.11

      Bert Bakker, lid van de Tweede Kamer voor D66 ziet niet direct een gevaar in de dominantie van Google op de zoekmachinemarkt: “In principe heb ik best vertrouwen in Google. Aan de andere kant: als heel Nederland ineens alleen nog maar de Telegraaf leest, dan is dat wel een zorgelijke situatie. Datzelfde geldt voor ieder nieuws- en informatiemedium dat gebruikt wordt. Toch maak ik me in dit geval nog niet veel zorgen. Het overgrote deel van de zoekopdrachten die door mensen worden ingevoerd zijn tamelijk onbelangrijk. Het gaat om hotels, of de routebeschrijving naar een bepaalde plaats. Maar als bijvoorbeeld studenten zich bij het zoeken naar informatie voor een onderzoek alleen nog maar beroepen op één zoekmachine, dan is dat wel een zorgelijke situatie.”

      Volgens Martijn van Dam doet Google op dit moment niets verkeerds: “Google doet het juist heel goed”. De zoekmachine heeft volgens Van Dam een naam hoog te houden omdat veel mensen een enorm vertrouwen in de zoekmachine hebben.

      Meer meningen van bovenstaande politici en andere ict-woordvoerders uit de Tweede Kamer zijn na te lezen in de subkaders rechts van deze tekst.