Titaantjes

jiske

jiske - schrijfster

Jiske is 10 en woont in Amsterdam Noord. Haar vader is purser, haar moeder geeft les op een basisschool. Jiske gaat graag naar buiten en naar de paarden waar ze zo dol op is en waar ze veel over schrijft. Ze wil van kinderboekenschrijver Daan Remmerts de Vries leren hoe ze beter kan schrijven en, belangrijker, hoe je verhalen nu eens echt af kan maken.

Regie: Anneke de Lind van Wijngaarden

interview en paspoort Jiske

Beroep: schrijfster, het liefst van kinderboeken
Hobby's: tekenen, lezen, buiten spelen en schrijven
Lievelingseten: pizza en tortellini
Favo muziek: geen voorkeur
Favo tv-programma: kijk niet veel tv: soms naar het Klokhuis of naar de DWDD
Favo film: Disney Films
Favo website: als ik op zoek moet ik naar namen
Houdt niet van: mensen die zichzelf stoer vinden en arrogant doen
 

Hoe is het begonnen?
‘Schrijven zit in je, je bent schrijver of je bent het niet. Toen ik vier was schreef ik mijn eerste verhaaltje met een vriendin. Ik heb een typcursus gedaan, zodat het extra snel gaat. Het liefst schrijf ik paardenverhalen en fantasieverhalen over werelden die niet bestaan. Mijn laatste verhaal gaat over een meisje dat in een olifant verandert.

Later? 
Ik wil heel graag kinderboekenschrijfster worden. Dat vind ik meer mijn genre. Kinderen zijn veel zorgelozer, dus is het makkelijker boeken voor ze schrijven. Boeken voor volwassen gaan meer over problemen, daar wil ik me niet te veel mee bezighouden.
 

Wat vind je lastig? 
Ik vind het soms nog lastig om verhalen af te maken en als ik een boek heb gelezen, blijf ik daar soms aan vastkleven en lukt het niet meer om mijn eigen verhaal te vertellen. Van Daan Remmerts de Vries hoop ik daarvoor tips te krijgen. En ik hoop dat hij me nog wat schrijverstrucjes kan leren, bijvoorbeeld show, don’t tell.

Eigen trucjes? 
Eén trucje heb ik zelf al ontdekt: eerst vond ik het moeilijk om namen te verzinnen. In een fantasieverhaal kunnen de personages namelijk niet gewoon Karel heten. Maar nu neem ik een gewone naam en dan haal ik letters weg en vervang ze. Jiske kan dan bijvoorbeeld Ista worden.’

verhaal van jiske

Jiske heeft een verhaal geschreven. Een verhaal over haar kleine zusje dat gek is op olifanten. Zo gek, dat je het bijna niet kunt geloven: 

Mijn zusje was gek op olifanten
Mijn kleine zusje was gek op olifanten. In de dierentuin was ze niet weg te slepen van hun verblijf en ze wilde altijd naar Afrika of Azië op vakantie. 'Voor de olifanten.'
Op haar verjaardag gingen we voor de zoveelste keer naar de dierentuin. Ze droeg haar nieuwe bloemetjesjurkje. En zodra we het olifantenverblijf naderden, schreeuwde ze: 'Olifanten!' en begon te rennen. Wij renden achter haar aan, mijn ouders en ik. Ze stond er al, haar handjes om het hek geklemd en haar neus tegen te spijlen. 'Kijk, een kleine!' gilde ze.
En toen deed ze iets heel naars en vreemds. Ze vouwde haar benen om een dikke spijl van het hek en begon te klimmen, als een aapje. Ze deed het zo vlug dat wij niet in konden grijpen. Al gauw zat ze boven aan het hek, en nu liet ze zich pardoes aan de andere kant weer naar beneden glijden.
Wij schrokken ons een hoedje en de oppasser ook. 'Kijk uit!' schreeuwde hij. 'Ze kunnen je gemakkelijk verpletteren!'
Maar mijn zusje trok zich er niks van aan en holde rond tussen de grijze gevaartes. Ze schenen geen acht op haar te slaan, zo klein was ze. Alsof het gewoon een klein beestje was.
Na een uur gingen wij moedeloos weg. Mijn vader schold, mijn moeder huilde en ik, ik zei niks. Ze was een beestje voor de olifanten, niet meer, en ze zou er nooit uitkomen.
De volgende dag gingen we naar haar toe. Iedereen in de dierentuin wist het verhaal, en uit medelijden lieten ze ons zonder te betalen naar binnen. Ik gooide een zakje met eten tussen het hek door en ze graaide het met haar handjes weg en stak de inhoud gretig in haar mond.
'Wat zie je grauw,' zei mijn moeder, en dat was waar. Mijn zusje was heel bleek, een beetje grijzig wit. En toen gingen we weer weg na een ochtend waarin we probeerden haar om te praten met zelfs een olifantenknuffel, zo groot als zijzelf. Het hielp niet.
De volgende dag kwamen we weer, gratis. De andere bezoekers mopperden, maar wij schonken alleen maar aandacht aan ons zusje en niet aan de apen en giraffes en lama's en luipaarden. En nu was ze heel grauw en haar oren stonden plotseling als flaporen en haar neus was een beetje stomp en langer.
Op de derde dag was ze echt grijs over haar hele lijf en haar neus werd steeds langer. Haar vingertjes en teentjes krompen tot stompjes. We zagen het gebeuren.
De dag daarop was ze plotseling bijna kaal. Nog langere neus en geen vingers en tenen meer, alleen maar vuisten. Maar op de vijfde dag waren die op gelijke dikte met haar armen en ze waren plat. Ze had wel weer nageltjes. We gaven haar weer brood en worstjes en tot onze schrik pakte ze die met haar lange neus en stak het in haar mond, die een overhangende lip had. Haar oren werden met de dag groter.
En op een dag gingen we weer kijken en konden we haar niet meer vinden. Er was wel een klein baby-olifantje bij gekomen.
Met een bloemetjesjurkje aan.