Bravoure en intimidatie

Cors van den Brink ,

De 800 meter kun je niet alleen lopen met snelle spiervezels, maar ook niet louter op basis van je uithoudingsvermogen. Een combinatie van die twee kwaliteiten zie je terug bij de beste Europeanen, waaronder 
de nodige Nederlanders.

Je moet met het zuur in de benen toch vol bravoure naar de finish kunnen lopen. Dat kenmerkt de ware 800-meterloper. Nederlandse vrouwen en mannen wonnen op dat onderdeel elf medailles op internationale toernooien. Thijmen Kupers voegt er daar bij de EK in Amsterdam graag een twaalfde aan toe. Liefst stormt hij van de start tot de eindstreep op kop. ‘Gewoon, omdat ik dat wel stoer vind.’

Op die manier – of je van tactiek kunt spreken valt te betwijfelen – verraste hij in maart vorig jaar bij de EK indoor in Praag de concurrenten. In de halve finale liep hij meteen bij ze weg. In de finale deed hij halverwege de wedstrijd hetzelfde. Was dat brutaliteit? ‘Het gaf me rust in mijn hoofd’, zo kijkt de 24-jarige Kupers terug. ‘Als ik op kop loop, bepaal ik het speelveld. Als je steeds op anderen reageert, loop je het gevaar jezelf op te blazen.’

In Praag dacht hij even dat hij er goud mee kon winnen, maar twee tegenstanders wisten hem nog te achterhalen. ‘Hoe ik die in Amsterdam wel kan verslaan? Geen botten breken, zoals me eens bij een fietstraining overkwam. Dat helpt. Alles komt aan op een goede, lange voorbereiding. Consequent doortrainen, dan word ik ook sneller,’ zo wist hij toen al.

ellebogen

Kupers dwingt met zijn strijdwijze respect af bij anderen. Bram Som mag er graag naar kijken, al liep de Europees kampioen van 2006 zijn wedstrijden op een andere manier. Som: ‘Als je atleten in vakjes plaatst, heb je de sprinters met hun bravoure en de introverte lange afstandslopers. Op de 800 meter komt dat samen. Je moet voldoende energie hebben voor de laatste 200 meter, maar ook je ellebogen durven gebruiken om op tijd uit die kluwen lopers weg te sprinten. Bravoure en intimidatie zijn onderdeel van het spelletje.’

Som had er een handje van om van de atletiek een jurysport te maken. De manier waarop hij zich destijds in de EK-finale in Gothenburg langs het binnenkantje van de baan naar de overwinning vocht, gaf aanleiding tot een officieel protest – dat werd afgewezen. ‘Snelheid was mijn kwaliteit. Ik liep de honderd meter onder de elf seconden. Ik kon in mijn beste wedstrijden op plaats drie blijven lopen en in de laatste bocht reageren op wat anderen deden. Maar daar had ik wel acht, negen jaar training en veel wedstrijdervaring voor nodig. Thijmen mist die snelheid in de laatste honderd meter en moet het dus anders aanpakken.’

Niettemin beschikte ook Som over het nodige duurvermogen. Hij liep de tien kilometer in 31 minuten en voltooide vorig jaar een marathon net boven de drie uur. Maar als haas kan de inmiddels 36-jarige atleet de wereldtop nog altijd in 76 tot 78 seconden naar het 600-meterpunt loodsen. Vorig jaar overwoog hij zelfs een poging om zich te kwalificeren voor de ek in Amsterdam. ‘Maar die laatste 200 meter in 27 seconden, dat lukt me niet meer,’ zo beseft hij inmiddels. En voor een tijd boven de 1.45 doet hij het niet.

skinny types

Het lopen van de 800 meter lijkt een eenvoudig rekensommetje: deel de race op in vier partjes van 200 meter. Ga snel van start, kies voor de middelste 400 meter een iets rustiger tempo en zorg dat je op de laatste 200 meter niet teveel inkakt. Een wonderschoon voorbeeld is het wereldrecord dat de Keniaan David Rudisha vestigde in de finale bij de Olympische Spelen in Londen. Met tussentijden van 23,4, 25,88, 25,02 en 26,61 kwam hij na een lange solo uit op 1.40,91.

Ter vergelijking: het Nederlands record van Bram Som staat op 1.43,45. Thijmen Kupers liep vorig jaar een persoonlijk record van 1.45,28.
‘Voor mij was het zaak om de eerste 600 meter zo relaxed mogelijk door te komen,' zegt Yvonne Hak, die vier jaar na Som bij de EK in Barcelona het zilver won. ‘Je moet van nature het vermogen hebben om op relatief ontspannen manier heel hard te lopen. Natuurlijk gaat het pijn doen als je benen verzuren, maar dat moment moet je zo lang mogelijk weten uit te stellen.’

Ontspannen blijven lopen betekent voor Hak ook dat ze niet teveel moet letten op het wedstrijdverloop. ‘Want ook dat kost energie. Ik probeerde het veld altijd blind te volgen. In die EK-finale kon ik mooi rustig in de rug van een tegenstandster lopen. In de laatste bocht voelde ik wat ik nog over had.’

Waar Som de mannen op de 800 meter schetst als een kruising van slimme sprinters en bedachtzame kilometervreters, zag Hak in haar races vooral de strijd tussen de spierbundels en de ‘skinny types’. ‘Die laatsten kunnen ook heel goed zijn, want heel veel spierkracht heb je niet nodig,’ zei ze.

Ze werd ook geconfronteerd met de duistere kanten van de sport. Maria Savinova, die haar in Barcelona van het goud afhield en twee jaar later Olympisch kampioen zou worden, is inmiddels op de korrel genomen in het onderzoek naar gebruik van doping in de Russische sport. De 29-jarige Hak wil daar liever niet teveel meer bij stilstaan. Ze is inmiddels afgestudeerd arts, heeft de topsport vaarwel gezegd. ‘Ik train nog wel regelmatig, maar ben aan mijn achillespezen geopereerd en het hoogste niveau is voor mij niet haalbaar meer.’

In feite is de 800 meter het enige onderdeel waar blanke atleten nog mee kunnen komen.

coach Eddy Kiemel

gendringen

Som, Hak en Kupers zijn slechts drie van de negen Nederlanders die op de 800 meter medailles wonnen bij grote toernooien (zie kader). Wat maakt de Nederlander er zo geschikt voor?

Eddy Kiemel, de coach van Thijmen Kupers, zegt dat Europeanen op die afstand altijd een rol zijn blijven spelen bij grote toernooien. Dat gold in jaren tachtig van de vorige eeuw voor iemand als Sebastian Coe (die 1.41,73 liep) en tegenwoordig bijvoorbeeld voor de Pool Adam Kszczot en de Fransman Pierre-Ambroise Bosse, die ruim onder de 1.44 lopen.

‘In feite is de 800 meter het enige onderdeel waar blanke atleten nog mee kunnen komen,’ stelt Kiemel (1971). ‘Bij de sprint gaat het, zeker bij de mannen, vrijwel louter om atleten met West-Afrikaanse roots. Afstanden van 1500 meter en meer worden gedomineerd door de Oost-Afrikanen. De 800 meter kun je niet alleen lopen met snelle spiervezels, maar ook niet louter op basis van je uithoudingsvermogen. Een combinatie van die twee kwaliteiten zie je terug bij de beste Europeanen.’

‘Je kunt het geografisch gezien nog specifieker maken,’ zegt hij lachend. Bram Som, Arnoud Okken en Thijmen Kupers komen alledrie bij atletiekvereniging Atletico 73 vandaan. Kennelijk is Gendringen de ideale geboorteplaats voor de 800-meterloper. Wie daar het clubrecord in handen heeft, is een wereldtopper.’

Nederlandse 800 meter-medailles

Gerda Kraan
Maria Gommers
Rob Druppers


Ellen van Langen
Stella Jongmans
Marko Koers
Bram Som
Arnoud Okken
Yvonne Hak
Thijmen Kupers

goud, EK 1962
brons, OS 1968
zilver, WK 1983
goud, EK indoor 1987
zilver, EK indoor 1988 en 1989
goud, OS 1992
zilver, EK indoor 1996
zilver, EK indoor 1998
goud, EK 2006
goud, EK indoor 2007
zilver, EK 2010
brons, EK indoor 2015

zuurstofschuld

Kupers weet wat hem te doen staat: ook hij zal onder de 1.44 moeten kunnen lopen. Wat is daar voor nodig? ‘Goed leren omgaan met de verzuring,’ zegt Kiemel. ‘De toeschouwer denkt bij de eindsprint dat atleten sneller gaan lopen. In werkelijkheid wint degene die het minst vertraagt – want in de laatste 200 meter gaat iedereen langzamer lopen.’

Lopers op hele en halve marathons – en dat geldt ook voor de recreanten – ‘leren’ hun lichaam tijdens de trainingen om verzuring te voorkomen. Ze moeten zo lang mogelijk op de zogenoemde ‘anaerobe drempel’ blijven, om in longen, bloed en spieren geen zuurstofschuld op te bouwen.

‘Thijmen traint zijn duurvermogen ook en om blessures te voorkomen doen we die trainingen deels op de fiets of in het zwembad,’ zegt Kiemel. ‘In de kortere, fellere trainingen op de baan gaat het erom het lijf te leren om ontspannen te blijven bij hogere snelheden, ook al ben je al aan het verzuren. Een echte sprinter zal hij nooit worden. Dat hoeft ook niet, want je kunt de 800 meter ook winnen door heel lang een hoog tempo te blijven lopen.’

Wie ook weet van uithoudingsvermogen is halve marathon-loper Abdi Nageeye. De Nederlands kampioen (27) mag natuurlijk niet ontbreken op het EK. Holland Sport portretteerde hem een aantal jaren met zijn voeten in de heerlijk Hollandse modder.

Op vrijdag 29 en zaterdag 30 juli worden twee Holland Sport-specials herhaald: over sprintster Dafne Schippers en 1500 meter-loopster Sifan Hassan. Op beide dagen om 23.35 uur op NPO3. Kijk voor meer beelden uit het Holland Sport-archief op YouTube.

500 scenario's

Frans Thuijs, ooit de trainer van Ellen van Langen en later van Yvonne Hak, ziet graag dat zijn atleten over een rijker arsenaal aan mogelijkheden beschikken. ‘Ellen kon in de olympische finale in Barcelona uit wel 500 scenario’s kiezen. We hebben in al die jaren zo veel over de 800 meter gesproken dat ze altijd op alles een antwoord had. Maar ze is dan ook krankzinnig slim. Bovendien kon ze door haar uitstekende techniek heel lang ontspannen blijven lopen. Daardoor was ze snel op het eind van de race; dat maakte het wel makkelijker.’

Een atleet heeft drie types snelheid nodig, zegt Thuijs, die dit ontleent aan de Brit Steve Ovett: snelheid om te reageren op tempowisselingen, een hoge gemiddelde snelheid en de snelheid om een race goed af te maken. ‘En je hebt ervaring nodig om te weten wanneer je wel en wanneer je niet reageert. Want afremmen en weer aanzetten kost veel energie en die heb je vooral in de laatste honderd meter nodig.’

Thuijs liet zich in het verleden wel eens ontvallen dat de training voor de 800 meter simpel is. Maar zo’n opmerking verdient nuancering, zegt hij. ‘Je hebt te maken met vier basiselementen: kracht, snelheid, uithoudingsvermogen en techniek. Dat is simpel. Het wordt al minder simpel als je als coach moet bepalen wat je bij welke atleet vooral moet trainen, rekening houdend met ieders individuele eigenschappen. En met het gegeven dat de tijd om te trainen beperkt is, als je je atleet niet wilt overbelasten. Bij veel atleten op deze afstand zijn de achillespezen de zwakste schakel. Dat betekent dat je bij iedere atleet steeds weer de thermometer erin moet steken.’

Veranderd

Thuijs (1955) nam in 1996 afscheid van de atletiek en keerde vier jaar geleden terug als coach van Team Thuijs. Ziet hij naast Kupers andere talenten in Nederland die het lijstje medaillewinnaars langer kunnen maken?

Thuys twijfelt. ‘Ik heb de eerste anderhalf jaar gedacht: er klopt iets niet. Met mij of met mijn atleten. Mijn manier van werken werkte niet meer zo als vroeger. Mensen zijn veranderd. Ze luisteren niet meer, of althans anders. Vroeger was het stil als ik iets ging uitleggen, want als je iets niet had gehoord, had je dat gemist. Nu denken dat ze alles wel op internet terug kunnen vinden. Ik vind ook dat atleten minder in staat zijn met tegenslag om te gaan. Essentieel voor topsport is bovendien dat je zelf verantwoordelijk bent voor hoe je je voelt, zodat je weet hoe hard je die dag kunt trainen. Maar mensen weten niet zoveel meer van zichzelf. De vraag “hoe voel je je?” vinden ze vaak een hele lastige...’