Sneller, hoger, speelser

Mariƫtte Zeedijk en Cors van den Brink ,

Natuurlijk moet het in de atletiek gaan om lopen, springen en werpen. Maar laat atletiekpupillen eerst zelf ontdekken hoe ze het snelst uit een startblok kunnen komen.

Als Dafne Schippers een gouden plak in de wacht sleept bij de EK atletiek, wil uw dochter of zoon vast ook op atletiek. Nu al groeit het aantal pupillen bij de verenigingen jaarlijks met zo’n duizend kinderen. Maar van de moderne sportpedagogen hoeven ze voorlopig nog helemaal niet te winnen. Laat kinderen eerst maar eens plezier maken met elkaar.

Dafne Schippers zelf  wilde altijd winnen. Ze deed aan turnen en zat op tennis, maar vond haar passie voor sport pas toen ze ontdekte hoe hard ze kon lopen.

‘Ik denk dat het geen zin heeft om als ouders je kind te stimuleren,' zo keek haar moeder Karen daar later op terug. ‘Het moet echt van binnenuit komen en dat is bij Dafne zeker het geval. Afremmen was nauwelijks mogelijk. Ik zag wel eens hoe moe ze af en toe kon zijn. Maar ze klaagde nooit.’

Vader Ernst: ‘Waar andere kinderen bij wedstrijden tussendoor gingen spelen, was Dafne alleen maar bezig met de sport. Tijdens trainingen ergerde ze zich eraan dat de trainer de kinderen ruimte gaf om te spelen. Dafne wilde altijd nieuwe dingen leren.’

Is dat het kenmerk van een toekomstig topper? Vanaf haar overstap naar de atletiek stond Schippers in ieder geval altijd op het podium. Nog altijd kan ze knap chagrijnig reageren als ze niet wint. ‘Pas de laatste tijd begin ik er een beetje aan te wennen,’ zo vertelde de bijna 24-jarige atlete onlangs. Nu ergert ze zich vooral aan fans die denken dat ze altijd als eerste over de streep komt. Dat kan nu eenmaal niet als je op het allerhoogste niveau loopt.

Zelfvertrouwen ontlenen ze aan het verbeteren van zichzelf en niet aan het winnen van een wedstrijd.

Joyce Jansen, kinder- en jeugdpsycholoog

Nieuwe vaardigheden

Toch wil het cliché dat het vooral de ouders zijn die hun kinderen aansporen om te winnen. Koekfabrikant Peijnenburg geeft daar in een reclamefilmpje een mooie illustratie van. Als dochter teleurgesteld thuiskomt van het voetbalveld, vraagt vader: ‘Verloren?’ Nee dus. ‘Afgelast’. Want als je niet kunt sporten, mis je het plezier en dáár gaat het kinderen vooral om.

Dat benadrukt ook Joyce Jansen. Ze is kinder- en jeugdpsycholoog en was als sportpsycholoog een van de auteurs van het boek over sportpedagogiek Goud in elk kind. ‘Dat zien ouders van sportende kinderen overigens soms anders. Ze leggen veel nadruk op het resultaat van een wedstrijd. Maar kinderen zijn veel taakgerichter. Ze voelen zich wel aangetrokken tot competitie en vergelijken zich graag met elkaar. Maar winnen is niet het hoofddoel, ze willen vooral nieuwe vaardigheden aanleren. Zelfvertrouwen ontlenen ze aan het verbeteren van zichzelf en niet aan het winnen van een wedstrijd.’

En dat is een belangrijk gegeven. Volwassenen die blijven sturen op presteren en winnen hebben een negatieve invloed op het zelfvertrouwen van jonge sporters. Het is niet eenvoudig om als ouder of trainer het kind echt kind te laten zijn, maar tegelijk op te leiden tot wedstrijdniveau. ‘Veel ouders en trainers zien winnen als een belangrijke voorwaarde voor de sportieve ontwikkeling van het kind. Dat kan ertoe leiden dat winnen gelijk wordt gesteld aan succes en verliezen aan falen. Ik probeer hen te laten zien dat het accent op de taak gericht moet zijn en niet (alleen) op het eindresultaat. Het plezier hebben en behouden is echter wel het allerbelangrijkste.’

Holland Sport

Op vrijdag 29 en zaterdag 30 juli worden twee Holland Sport specials herhaald: over sprintster Dafne Schippers en 1500 meter-loopster Sifan Hassan. Op beide dagen om 23.35 uur op NPO3.

De bocht uit

De Atletiekunie maakte enkele jaren geleden een overstap naar die nieuwe visie op jeugdsport, die overigens ook in andere sporten opgeld doet. Jeugdcoaches leren hoe ze de trainingen beter kunnen afstemmen op de ontwikkelingsfase van het kind, zodat het levenslang plezier houdt in hun sport.

De wedstrijden zijn compacter, terwijl kinderen toch veel meer in actie komen. Wie bij het hoogspringen de lat er een paar keer afspringt, hoeft niet langs te kant toe te kijken. En bij de uitslagen gaat het niet allereerst om individuele prestaties, maar vooral om wat je als team hebt bereikt.

Dat lijkt allemaal simpel, maar in de traditionele atletiekwereld betekenden de veranderingen een heuse revolutie. John Dankers, atletiekmanager bij de Hilversumse vereniging GAC, is een van de tegenstanders. ‘Die kijk op jeugdsport is niet verkeerd, maar met de wedstrijden vliegt de Atletiekunie gierend de bocht uit,’ vindt hij. Dat ouders een paar keer per jaar van tien tot vijf op de atletiekbaan moeten doorbrengen is echt niet zo’n probleem. ‘De kinderen vinden het prachtig.’

'Maar dan moeten het wel echte wedstrijden zijn,' zegt Dankers. Dat pupillen op zo’n dag bijvoorbeeld wel vier keer mogen sprinten, vindt hij helemaal fout. Ze moeten leren alles in één keer te geven. Bij het verspringen laat hij de prestaties tot op de centimeter precies genoteerd worden. ‘Want we zijn een meetsport.’

Winnen hoeft niet. Maar ze houden bij GAC van ieder kind nauwkeurig alle persoonlijke records bij. En elk kind dat zichzelf weet te verbeteren, krijgt aan het eind van het seizoen een medaille.

Zelf ontdekken

De Atletiekunie ziet liever een wat speelser klimaat in de jeugdsport en veel verenigingen nemen dat over. Ook de internationale Atletiekfederatie deelt deze visie en ondersteunt de ontwikkelingen. Natuurlijk moet het in de atletiek gaan om lopen, springen en werpen. Maar laat kinderen toch alsjeblieft vooral eerst zelf ontdekken hoe ze het snelst uit een startblok kunnen komen en hoe ze een kogel het beste weg kunnen stoten. En reik ze oefenvormen aan, waardoor ze sneller, hoger en verder komen. En kom pas met technische aanwijzingen als ze daar zelf aan toe zijn.

En de ouders? Die krijgen bij de atletiekvereniging al snel een hark in handen gedrukt, om even te assisteren bij het verspringen. Of ze merken opeens dat ze op een andere manier als vrijwilligers zijn ingeschakeld. En voor ze het weten zitten ze een avond in het clubhuis om bijgepraat te worden over die nieuwe kijk op jeugdatletiek.