Wie mag naar Rio?

Maarten van Bracht ,

Het lijkt simpel: atleten die aan een bepaalde limiet voldoen mogen naar de Spelen in Rio. Maar in de praktijk spelen ook andere beperkende criteria een rol.

Rio live
het NOS-verslag van de Olympische Spelen (5-21 augustus) start zondag 5 augstus om 00.25 uur op NPO 1.

Dat deelnemen belangrijker is dan winnen – een uitspraak toegeschreven aan baron Pierre de Coubertin – maakt deel uit van de ‘olympische gedachte’, net als het verregaand achterhaalde amateurisme en het rijtje ‘vriendschap, sportiviteit, glorie, eer en vrede’. De Coubertin, de ‘vader’ van de moderne Spelen, won zelf in 1912 goud op het onderdeel literatuur, dat nog tot en met 1948 op het programma stond – je vraagt je af volgens welke criteria in die discipline een winnaar werd aangewezen.

Hoe dan ook, voor veel atleten is uitkomen op de Olympische Spelen nog altijd een grote eer en het hoogst bereikbare in hun sportieve loopbaan. Bovendien genereert olympisch eremetaal inkomsten en biedt het uitzicht op maatschappelijk succes. Maar tussen droom en uitzending staan limieten in de weg en praktische bezwaren, primair in de vorm van sportbonden en comités. Bij atletiek, de ‘moeder der sporten’, worden de kwalificatie-eisen opgesteld door het Internationaal Olympisch Comité, in overleg met de Internationale Atletiekfederatie (IAAF). Daarnaast moet worden voldaan aan de voorwaarden van nationale sportbonden. In Nederland is dat sportkoepel NOC*NSF, die zelf ook weer prestatie-eisen opstelt in overleg met de Atletiekunie. De nationale eisen verschillen per land. In Nederland zijn ze soms beduidend scherper dan elders, tot ongenoegen en frustratie van de atleten.

Michel Butter bijvoorbeeld miste de olympische limiet voor de marathon (2 uur, 11 minuten) op acht seconden, Thijmen Kuipers die voor de 800 meter (1.45,25) op 0,05 seconde – terwijl de internationale limiet op 1.46 staat. Gregory Sedoc (34) wilde als eerste Nederlandse baanatleet dolgraag voor de vierde keer op de 110 meter horden deelnemen aan de Spelen (‘Ik heb het talent, de fysieke en mentale conditie en vooral de drive om mijn droom te verwezenlijken’) en haalde via sponsoring ook de benodigde gelden binnen, maar miste helaas de scherpe limiet (13,42).

redelijke kans

Clementie bestaat niet, voor de net niet-gekwalificeerden een hard gelag. Zij moeten met lede ogen toezien hoe mindere buitenlandse concurrenten wel de Spelen halen. Het komt ook voor – zo mogelijk nog frustrerender voor een sporter – dat er meer gekwalificeerden dan beschikbare plaatsen zijn; per land mag een maximaal aantal sporters op een bepaald onderdeel in actie komen. Anders zou bijvoorbeeld de Afro-Amerikaanse dominantie op de olympische sprintnummers ongetwijfeld nog groter zijn. De selectie tijdens de Amerikaanse trials is dan ook moordend: één keer falen kan een topsprinter al zijn ticket voor Rio kosten.

In Nederland is de selectie streng, omdat NOC*NSF mondiaal ‘een toptienpositie’ nastreeft. Aan disciplines waarin geen eremetaal te verwachten valt, wordt geen geld (meer) besteed. Gelukkig wist hinkstapspringer Fabian Florant zich met 16,92m geheel op eigen kracht te kwalificeren. De website van noc*nsf spreekt betrekkelijk duidelijke taal: ‘Uitgangspunt bij het opstellen van de Nederlandse prestatie-eisen is dat een sporter zich kwalificeert wanneer hij heeft aangetoond een redelijke kans te hebben om op de Olympische Spelen bij de beste acht in zijn discipline te eindigen.’ Let wel, de beste acht van de wereld, ofwel in de meeste disciplines een finaleplaats in het olympisch toernooi. Maar wat is ‘een redelijke kans’? In elk geval betekent kwalificatie dus niet automatisch een ticket.

Vormt het Nederlanderschap bij zulke eisen in zekere zin een handicap (reden waarom schaatser Bart Veldkamp als eerste een andere nationaliteit aannam om op grote toernooien te kunnen blijven uitkomen), voor Solomon Bockarie, afkomstig uit Sierra Leone, maar sinds twee maanden in het bezit van een Nederlands paspoort, bleek het een uitkomst: op de 200 meter liep hij met 20.44 zeshonderdste onder de olympische limiet. Zijn landgenoot Churandy Martina liep tijdens hetzelfde NK zelfs 20.11.

Bockarie is een van de velen. Steeds meer uit andere werelddelen afkomstige atleten hebben een Europees paspoort. De toeschouwer kijkt al niet meer op van een geboortige Ethiopiër die voor Zweden, een Ivoriaan die voor Zwitserland of een Chinese die voor Nederland uitkomt. Misschien wordt nationaliteit op de Spelen steeds meer een bijzaak. Imagine, een eerlijke strijd tussen individuele topsporters, zonder vlagvertoon, politiek en chauvinisme.